calendar tag arrow download print
Image
factsheet
15 juli 2021

Vertrouwen in de wetenschap

De factsheet bevat een beknopt cijfermatig overzicht over hoe het gesteld is met het vertrouwen van de Nederlandse burger in de wetenschap.

Vertrouwen in de wetenschap is gebaseerd op de hoop en verwachting dat de wetenschap ons leven gezonder, langer, interessanter en dus prettiger maakt. Vertrouwen in de wetenschap is een belangrijke parameter om de mogelijke impact van wetenschap te beoordelen. In deze factsheet geven we beknopt een cijfermatig overzicht van hoe het gesteld is met het vertrouwen van de Nederlandse burger in de wetenschap. 

Vertrouwen in wetenschap bij de Nederlandse burger

Vertrouwen in de wetenschap is gemeten in vier enquêtes (2012, 2015, 2018 en 2021) onder een representatieve steekproef van Nederlandse burgers. Gevraagd is op een schaal van 1 (geen enkel vertrouwen) tot 10 (volledig vertrouwen) hoeveel vertrouwen burgers hebben in een aantal instituties. 

Algemeen beeld

Van alle onderzochte instituties scoort de wetenschap het hoogst voor vertrouwen: een 7,4 in 2021. De rechtspraak komt op de tweede plaats met een 6,9. Kranten en vakbonden scoren een 6,1. De politiek krijgt een 6, televisie een 5,9 en grote bedrijven scoren het laagst met 5,5. 

Het hoge vertrouwen in de wetenschap blijkt niet alleen uit bovenstaande grafiek. Ook als we vragen naar de associaties die mensen hebben bij de wetenschap zijn deze bijna allemaal positief of neutraal. Ook wetenschappelijke informatiebronnen over klimaatverandering en vaccinatie krijgen veel vertrouwen: hier staat de wetenschap bovenaan bij klimaatverandering en bijna bovenaan bij (corona)vaccinatie. Alleen artsen werkzaam in ziekenhuizen krijgen hier nog iets meer vertrouwen dan wetenschappers. 

Vertrouwen tussen 2018 en 2021 gestegen

Het gemiddelde vertrouwen in de wetenschap is gestegen van een 7,07 in 2018 naar een 7,42 in 2021. Niet alleen het vertrouwen in de wetenschap steeg, ook het vertrouwen in de andere instituties in ons onderzoek ging omhoog. Waarschijnlijk heeft die vertrouwensstijging te maken met de coronacrisis. 40% van de Nederlanders denkt ook zelf dat hun vertrouwen in de wetenschap veranderd is door het coronavirus. Bijna een kwart (24%) zegt dat het vertrouwen is toegenomen. Belangrijkste reden die ze hiervoor noemen, is de snelle ontwikkeling van de coronavaccins. Daar tegenover staat dat 16% van de deelnemers zegt dat zijn of haar vertrouwen juist is afgenomen. Ook deze groep verwijst als reden hiervoor veelal naar de snelheid waarmee de vaccins zijn ontwikkeld. Zij maken zich zorgen over de betrouwbaarheid ervan en worstelen met tegenstrijdige informatie of onduidelijkheid. Meer dan de helft van de Nederlanders (56%) geeft aan dat hun vertrouwen gelijk gebleven is, met als voornaamste redenen dat ze al vertrouwen hadden en dat wetenschappers ‘gewoon’ hun werk doen.

Wie hebben er vertrouwen?

Uit de metingen blijkt dat vertrouwen in de wetenschap samenhangt met opleidingsniveau. Bij hoger opgeleiden is er meer vertrouwen dan bij lager opgeleiden. Mannen en vrouwen hebben een vergelijkbaar vertrouwen, jong en oud verschilt ook nauwelijks. Mensen die vaker in aanraking komen met wetenschap, bijvoorbeeld door erover te lezen, hebben meer vertrouwen in de wetenschap. En ook mensen met meer kennis van wetenschap, hebben meer vertrouwen in de wetenschap. 

Vertrouwen in de wetenschap hangt ook samen met politieke voorkeur. Zo gaven de mensen die GroenLinks hadden gestemd de wetenschap gemiddeld een 8,4, terwijl PVV-stemmers gemiddeld een 6,5 gaven. Die samenhang met partijvoorkeur was er ook met het vertrouwen in andere instituties. Een lage score op vertrouwen in de wetenschap heeft dus te maken met het algemene vertrouwen van mensen in instituties, en niet alleen in de wetenschap. 

Nederlanders willen alle informatie over corona, maar vinden tegenstrijdige informatie verwarrend.

De meeste mensen vinden dat alle informatie over corona in de media gedeeld moet worden, ook als deze informatie tegenstrijdig is. Tegelijkertijd vinden de meeste mensen het verwarrend als wetenschappers het oneens zijn over het coronavirus. Het merendeel van de laag- en middelbaaropgeleiden vindt ook dat alle informatie over corona gedeeld moet worden, ook als deze tegenstrijdig is. Maar zij vinden ook dat wetenschappers het eerst met elkaar eens moeten zijn, voordat zij in de media iets zeggen over het coronavirus. We zien dus een sterke behoefte aan transparantie enerzijds, maar anderzijds dat de informatie niet altijd makkelijk te duiden is, zeker als deze tegenstrijdig is. Het is belangrijk dat wetenschappers duidelijk communiceren, ook over onzekerheden en beperkingen van het onderzoek. Voor (wetenschaps)journalisten is het van belang om bij tegenstrijdige informatie duiding te zoeken en te geven.

Iedere meting een andere focus

Een groot deel van de gestelde vragen is bij de verschillende vragenlijsten hetzelfde. Doordat de methode en steekproeftrekking identiek zijn, kan op deze vragen een vergelijking in de tijd worden gemaakt. Iedere meting worden er aanvullend ook een aantal nieuwe vragen gesteld met een andere focus. In de eerste meting (2012) is een vragenlijst ontwikkeld die naast een feitelijke vaststelling van het vertrouwen ook inging op psychologische achtergronden als onbehagen. De tweede meting (2015) ging in op de betrokkenheid van burgers bij wetenschap en in het bijzonder bij de agendering van wetenschap. De derde meting (2018) ging in op de bekwaamheid, betrouwbaarheid en integriteit van wetenschappers in diverse situaties (onafhankelijk, in opdracht van overheid of bedrijfsleven). In de vierde meting (2021), hebben we als onderwerp corona gekozen. De rapporten van alle vier de metingen zijn onderaan de pagina terug te lezen. 

Bronnen

Foto: Bart van Overbeeke Fotografie/Hollandse Hoogte