calendar tag arrow download print
Image
Denktanks voor de democratie
artikel
01 maart 2019

Denktanks voor de democratie

Publieke kennisorganisaties Wetenschapsbeleid
Het parlement en de regering laten zich graag informeren en adviseren door externe experts. Ze werken bij adviesraden, kennisinstituten en andere denktanks. Wat doen ze en wat zijn de verschillen? Daarover gaat dit artikel.

Nederland is een kennisgedreven democratie. Van de Tweede Kamer tot de ministeries en van gemeenteraden tot wethouders: politici, bestuurders en ambtenaren baseren zich graag op feiten en cijfers. Omdat de meeste Nederlanders vinden dat beleid moet steunen op goede en betrouwbare kennis en informatie. Alleen zo krijgt de politiek ruimte om weloverwogen een beslissing te nemen.

Op de foto: Woonwijk Bollenveld in Den Bosch, door Dries Kreijkamp. Foto: grotevriendelijkereus / Flickr

Vier sectoren voor de kennisgedreven democratie

Waar komt die informatie vandaan? Daar doet het Rathenau Instituut al jaren onderzoek naar. In 2009 publiceerden we bijvoorbeeld een rapport over de Nederlandse publieke onderzoeksinstituten: dat zijn de denktanks voor de democratie, waar onderzoekers werken die de publieke zaak dienen. We maakten toen eerst dit onderscheid:

  1. De eerste sector die onderzoek doet, is het bedrijfsleven.
  2. De tweede sector die onderzoek doet, zijn de universiteiten.
  3. De derde sector zijn de publieke kennisorganisaties.
  4. De vierde sector zijn ‘private non-profit’-instellingen.

Later kwamen er nog hogescholen bij, living labs, en allerlei mixvormen. Meer informatie daarover staat in onze publicaties binnen het thema vitale kennisecosystemen. Dit artikel gaat over de denktanks in de derde sector: de publieke kennisorganisaties.

Wat doen publieke kennisorganisaties eigenlijk?

Elke dag staat de overheid voor grote vraagstukken: zijn de dijken wel hoog genoeg, bestaat er een risico op een griepepidemie en hoe controleren we of ons eten gezond en veilig wordt geproduceerd? Naar het antwoord op die grote vragen wordt gezocht binnen 29 publieke kennisorganisaties, en die laten ook zien wat er met die antwoorden gedaan kan worden. Om die reden worden ze (deels) door de overheid gefinancierd.

29 denktanks om antwoord te vinden op grote vraagstukken

Dit zijn de publieke kennisorganisaties van Nederland

  1. Boekmanstichting - onderzoek naar kunst- en cultuurbeleid

  2. CBS - statistiek en onderzoek naar economisch beleid

  3. Clingendael - buitenlands beleid en internationale betrekkingen

  4. CPB - onderzoek naar economisch beleid en de planning ervan

  5. Deltares - onderzoek naar water, ondergrond en infrastructuur in deltagebieden

  6. ECN - energieonderzoek

  7. Geonovum - geografisch onderzoek

  8. KiM - onderzoek naar mobiliteitsbeleid

  9. KNMI - onderzoek naar weer, klimaat en aardbevingen

  10. MARIN - maritiem onderzoek

  11. Movisie - sociale vraagstukken

  12. Mulier Instituut - sportonderzoek

  13. NFI - forensisch onderzoek

  14. (N) IFV - onderzoek voor de veiligheidsregio’s en -partners

  15. NIVEL - onderzoek naar de gezondheidzorg

  16. NJi - onderzoek naar jeugdbeleid

  17. NLR - onderzoek naar lucht- en ruimtevaart

  18. PBL - onderzoek naar leefomgeving en de planning ervan

  19. Politieacademie - onderzoek naar onderwijs en praktijk van de politie

  20. RIVM - onderzoek naar de volksgezondheid en het milieu
  21. SCP - onderzoek naar sociale en culturele ontwikkelingen en de planning ervan

  22. SWOON-NLDA - onderzoek naar defensiebeleid

  23. SWOV - onderzoek naar verkeersveiligheid

  24. TNO - toegepast wetenschappelijk onderzoek

  25. Trimbos Instituut - onderzoek naar geestelijke gezondheid, drugs en verslaving

  26. VeiligheidNL - onderzoek naar beleid om veilig gedrag te stimuleren
  27. Vilans - onderzoek naar de langdurige zorg

  28. Wageningen Research (DLO) - landbouwkundig onderzoek

  29. WODC - onderzoek naar justitie- en veiligheidsbeleid

Wanneer is een denktank een publieke kennisorganisatie?

Een denktank is een publieke kennisorganisatie wanneer ze voldoet aan de volgende criteria:

  1. Het is een ‘stenen’ organisatie: een instituut met een gebouw. Een virtueel instituut of gelegenheidsdenktank is dus geen publieke kennisorganisatie.
  2. Onderzoek of kennisverzameling is een hoofdtaak van de organisatie. Die hoofdtaak wordt gecombineerd met kennisintensieve dienstverlening.
  3. De organisatie behoort tot het publieke domein. Ze draagt bij aan de kennisbehoefte en/of de uitvoering van verantwoordelijkheden van ten minste één ministerie.
  4. De organisatie heeft een beheersmatige relatie met ten minste één ministerie. De organisatie ontvangt structurele financiering van ten minste één ministerie en ten minste één ministerie oefent invloed uit op de werkzaamheden van de organisatie.
    Die invloed kan beperkt zijn tot het onderzoeksprogramma dat aan de financiering verbonden is, maar kan zich ook uitstrekken tot de uitvoering van wettelijke taken en bijbehorende verantwoordingsmechanismen.
  5. De organisatie is geen onderdeel van de universitaire wereld. Daartoe behoren de universiteiten, de acht universitair medische centra (umcs) en de instituten van NWO en de KNAW (Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen)
    Die hebben we onderaan deze pagina gezet (in de rode kaders).
Een virtueel instituut is geen publieke kennisorganisatie

De 5 diensten van publieke kennisorganisaties

Publieke kennisorganisaties leveren de volgende 5 diensten:

  1. Ze doen beleidsondersteunend onderzoek
    Publieke kennisorganisaties ondersteunen beleidsmakers door hen de informatie en de kennis aan te reiken die nodig zijn voor de ontwikkeling, uitvoering (waaronder praktijkondersteuning en toezicht) en evaluatie van beleid.
     
  2. Ze voeren beleid uit (waaronder wettelijke taken)
    Publieke kennisorganisaties dragen bij aan publieke taken die bij de overheid zijn belegd, zoals vaccins inkopen en voedsel testen. Een aantal van deze taken is wettelijk vastgelegd en dus gedefinieerd als wettelijke (onderzoeks)taken.
     
  3. Ze ontwikkelen kennis voor maatschappelijke belanghebbenden (bedrijven en publieke organisaties)
    Inzetten van onderzoek en kennis ten behoeve van de ondersteuning en verbetering van de werkzaamheden van stakeholders uit bedrijfsleven, industrie, publieke organisaties en maatschappelijk middenveld. Dit kan op twee manieren:
    1. door innovatie: bedrijven en organisaties ondersteunen bij de ontwikkeling van innovaties.
    2. door platformfunctie; een platform verschaffen voor kennisuitwisseling en kenniscocreatie tussen professionals.
       
  4. Ze zorgen dat essentiële faciliteiten, data en kennis op peil blijven
    Zeker stellen dat kennis, data en/of grote onderzoeksfaciliteiten op een efficiënte manier beschikbaar zijn en blijven.
     
  5. Ze geven trainingen en opleidingen
    Trainingen en cursussen aanbieden voor (toekomstige) professionals, gericht op specifieke beroepen.

De NWO is de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek. Zij financiert en beheert 8 denktanks die tot de universitaire wereld worden gerekend, maar niet tot de publieke kennisorganisaties.

  1. ASTRON - onderzoek naar radioastronomie
  2. CWI - onderzoek naar wiskunde en informatica
  3. AMOLF - moleculair- en materiaalonderzoek
  4. DIFFER - instituut voor funderend energieonderzoek
  5. Nikhef - instituut voor subatomaire fysica
  6. NIOZ - zee- en kustonderzoek
  7. Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving
  8. SRON - ruimteonderzoek

Is het Rathenau Instituut een publieke kennisorganisatie?

Nee. We werken voor diverse overheden, maar bepalen ons eigen werkprogramma. Dat is vastgelegd in ons instellingsbesluit. Ons instituut is aangesloten bij de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. We staan daarmee, net als universiteiten, los van de rijksoverheid, ook al betaalt die het grootste deel van ons onderzoek.

Lees meer over ons

De KNAW is de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. Ook die behoort tot de universitaire wereld en niet tot de publieke kennisorganisaties. Het Rathenau Instituut is een van deze instituten. Dit zijn ze allemaal:

  1. DANS - instituut voor permanente toegang tot onderzoeksgegevens
  2. Fryske Akademy - onderzoek naar de Friese taal en geschiedenis
  3. Hubrecht Instituut - instituut voor ontwikkelingsbiologie en stamcelonderzoek
  4. Huygens ING - onderzoek naar (wetenschaps)geschiedenis en literatuur
  5. IISG - onderzoek naar sociale geschiedenis
  6. KITLV - instituut voor taal-, land- en volkenkunde
  7. Meertens Instituut - onderzoek en documentatie van Nederlandse taal en cultuur
  8. NIAS - instituut voor menswetenschappen en sociale studies
  9. NIDI - instituut voor demografisch onderzoek
  10. NIOD - instituut voor oorlogs-, holocaust- en genocidestudies
  11. Nederlands Herseninstituut - onderzoek naar hersenen en hersenaandoeningen
  12. NIOO - instituut voor ecologie
  13. Spinoza Centre for Neuroimaging - breinonderzoek
  14. Westerdijk Fungal Biodiversity Institute - onderzoek naar schimmels en zwammen
  15. Rathenau Instituut - onderzoek naar de impact van wetenschap en technologie

Wat zijn toegepast-onderzoeksorganisaties?

5 van de 29 publieke kennisorganisaties doen toegepast onderzoek:

  1. Deltares - onderzoek naar water, ondergrond en infrastructuur in deltagebieden
  2. MARIN - maritiem onderzoek
  3. NLR - onderzoek naar lucht- en ruimtevaart
  4. TNO - toegepast wetenschappelijk onderzoek
  5. Wageningen Research (DLO) - landbouwkundig onderzoek

Deze organisaties worden ook wel TO2-instellingen genoemd, waarbij TO2 staat voor Toegepast Onderzoek Organisatie.

Ons onderzoek naar groepen kennisorganisaties

De afgelopen jaren deden we onderzoek naar specifieke groepen publieke kennisorganisaties:

Een aparte groep kennisorganisaties: de rijkskennisinstellingen

Er is ook nog een groep denktanks die rijkskennisinstellingen worden genoemd. Daar zitten publieke kennisorganisaties bij en onderdelen van ministeries, zoals Rijkswaterstaat. Rijkskennisinstellingen ondersteunen de ministeries bij de voorbereiding en de uitvoering van beleid, of ontwikkelen kennis voor het goed functioneren van maatschappelijke sectoren. Dit doen zij door het combineren van onderzoek met kennisintensieve dienstverlening.

Over hun onafhankelijkheid en integriteit bij onderzoek schreven wij het rapport Met gepaste afstand.

Dit zijn de rijkskennisinstellingen:

  1. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)
    ministerie van Economische Zaken en Klimaat
  2. Centraal Planbureau (CPB)
    ministerie van Economische Zaken en Klimaat
  3. Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM)
    ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
  4. Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI)
    ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
  5. Nederlands Forensisch Instituut (NFI)
    ministerie van Justitie en Veiligheid
  6. Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis (NKD)
    ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
  7. Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA)
    ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
  8. Planbureau voor de Leefomgeving (PBL)
    ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
  9. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE)
    ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
  10. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
    ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
  11. Rijkswaterstaat
    ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
  12. Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP)
    ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
  13. Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC)
    ministerie van Justitie en Veiligheid

En dit is hoe ministeries en rijkskennisinstellingen hun onafhankelijkheid en integriteit kunnen waarborgen

Meer lezen over publieke kennisorganisaties

Lees ook deze nieuwsberichten en factsheets over kennisgedreven democratie: