calendar tag arrow download print
Doorgaan naar inhoud

Nederlands toegepast (water)onderzoek in het buitenland

Toegepast onderzoek Publieke kennisorganisaties bericht aan parlement
Image
pko_water

In zijn Nederlandse Internationale Waterambitie (NIWA) formuleert het kabinet als hoofddoel het vergroten van de waterzekerheid en waterveiligheid in de wereld van mens, plant en dier. Ook is er aandacht voor het optimaliseren van de Nederlandse bijdrage aan waterveiligheid en voor het Nederlandse verdienvermogen. Het toepassen van kennis staat in de NIWA centraal.

Uit onderzoek van het Rathenau Instituut blijkt het volgende:

  • Nederlandse instellingen voor toegepast onderzoek werken steeds meer over de grens, vaak in internationale samenwerkingsverbanden. Dat versterkt hun kennisbasis. Deze TO2 instellingen doen veel onderzoek in het domein van water.
  • De NIWA biedt de instellingen de ruimte om alle voordelen ervan te benutten. Het is nu desalniettemin belangrijk om te blijven toezien op de uitvoering ervan. Een integrale visie op de internationalisering van instellingen voor toegepast onderzoek vanuit

Dit artikel is geschreven als Bericht aan het Parlement. Lees het volledige bericht.

 

Internationalisering van instellingen voor toegepast onderzoek

Nederland heeft zes instellingen voor toegepast onderzoek, de zogenaamde TO2 instellingen: Deltares, MARIN, NLR, TNO, ECN en Wageningen Research. De meeste van hen – uitgezonderd NLR en ECN – doen veel of regelmatig onderzoek binnen het kennisdomein water. Deze instellingen spelen een cruciale rol in het kennisecosysteem rondom watervraagstukken. Ze ontwikkelen kennis voor de praktijk, zoals het onderbouwen van beleid, het versterken van het verdienvermogen van het bedrijfsleven en het ontwikkelen van oplossingen voor maatschappelijke opgaven. Dit is hun publieke missie.

Om aansluiting te houden bij de vragen en opgaven die voor deze-instellingen van belang zijn, verleggen zij hun horizon. Wetenschappelijk onderzoek vindt steeds meer plaats in internationaal verband, bijvoorbeeld in het kader van Europese onderzoeksprogramma’s. Ook beleidsopgaven krijgen een steeds grensoverschrijdender karakter. Vraagstukken op het gebied van bijvoorbeeld epidemieën, voedselveiligheid of watermanagement zijn nu eenmaal niet aan landsgrenzen gebonden. Zoals ook het kabinet in zijn NIWA stelt, vragen de grote maatschappelijke uitdagingen om internationale samenwerking tussen overheden, wetenschappers en het bedrijfsleven. Het rapport ‘Verstandig Internationaliseren’ analyseert de gevolgen van deze internationalisering voor TO2-instellingen op basis van onder andere 15 internationale projecten van Deltares, het kennisinstituut op het gebied van water en ondergrond.

Internationalisering leidt tot een sterkere kennisbasis

Internationalisering is goed voor de TO2-instellingen. Het levert niet alleen geld op, maar versterkt ook de kennisbasis. Dit versterkt het Nederlandse kennisecosysteem.

  • Internationalisering biedt mogelijkheden om kennis te verdiepen en deze toe te passen en te valideren in een breed scala aan omstandigheden. Zo biedt samenwerking met de universiteit van Singapore Deltares de mogelijkheid onderzoek te doen naar een moderne dichtbevolkte stad in een deltagebied. Deze kennis is ook voor Nederland belangrijk.
  • Het schept mogelijkheden om kennis te verbreden en nieuwe, vaak grensoverschrijdende, thema’s op te pakken. Zo deed Deltares in een Europees consortium onderzoek naar het destijds nog nieuwe probleem van microplastics in zee.
  • Het zorgt voor het behoud van een zekere organisatieomvang en daardoor voor het handhaven van voldoende massa in specifieke specialisaties. Deltares heeft bijvoorbeeld veel kennis en kunde op het gebied van softwareontwikkeling. De Nederlandse markt hiervoor is klein. Door ook daarbuiten actief te zijn, kan het meer software engineers in dienst houden.
  • Het verschaft toegang tot internationale netwerken, versterkt de reputatie van de instelling en faciliteert het rekruteren van (internationaal) talent. Zo ontstaan belangrijke en aansprekende projecten vaak in internationaal verband, zoals het wereldwijd in kaart brengen van overstromingsrisico’s als gevolg van klimaatverandering. Dit type activiteiten maakt van TO2-instellingen bovendien aantrekkelijke werkgevers.

De voordelen van internationalisering kunnen beter worden benut

De voordelen van internationalisering zijn op dit moment nog te vaak ‘bijvangst’ van contractonderzoek in opdracht van buitenlandse overheden, bedrijven of organisaties, en niet het resultaat van een doelgerichte strategie of nationaal beleid. Er zijn twee oorzaken voor het feit dat deze voordelen onvoldoende worden benut:

1. TO2-instellingen hebben weinig ruimte om doelgericht internationale activiteiten te ontwikkelen.

TO2-instellingen hebben weliswaar een visie op het strategische belang van internationalisering, maar uit onze studie komt naar voren dat internationale projecten niet altijd op strategische gronden worden gekozen. Voor deze instellingen geldt echter dat de ruimte om strategische keuzes te maken ook wordt bepaald door de mogelijkheden die de nationale overheid biedt, zoals financiering en de randvoorwaarden waaronder deze kan worden besteed, maar ook zachtere middelen zoals WTI-diplomatie. Momenteel faciliteert de overheid de internationale activiteiten van TO2-instellingen zeer beperkt. Hierdoor zijn ze voor hun buitenlandse activiteiten grotendeels afhankelijk van de internationale markten voor contractonderzoek, waar opdrachten in competitie worden verkregen. In deze context is er minder ruimte om doelgericht activiteiten te ontwikkelen waar geen marktvraag naar is, zoals het in stand houden van een kennisbasis op cruciale terreinen, of het versterken van de samenhang tussen binnenlandse en buitenlandse activiteiten. Hierdoor kan een TO2-instelling geen optimale strategische keuzes maken voor de middellange termijn.

2. Bij de rijksoverheid ontbreekt een integrale strategische visie op de internationalisering van TO2-instellingen.

Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) heeft als stelselverantwoordelijke geen duidelijke verwachtingen geformuleerd van de taakinvulling van de TO2-instellingen in internationaal verband. Dit ziet zij als een verantwoordelijkheid van deze instellingen zelf. Dat roept de vraag op of er geen mogelijkheden zijn om de meerwaarde van de internationale activiteiten van TO2-instellingen voor Nederland te vergroten door meer overheidsvisie.

Aanbevelingen

Op basis van deze bevindingen doen wij de volgende twee aanbevelingen:

Kader 1 Ons onderzoek naar publieke kennisorganisaties

Het Rathenau Instituut onderzoekt publieke kennisorganisaties, waartoe ook TO2-instellingen behoren. De afgelopen jaren heeft dit geleid tot:

  • een denkkader voor intermediaire organisaties die toegepast onderzoek doen voor overheid, bedrijfsleven en maatschappij;
  • een jaarlijkse factsheet over de financiën van publieke kennisorganisaties;
  • een historisch overzicht van vijftig jaar beleid op hun positie en functie;
  • een protocol om de TO2-instellingen te evalueren;
  • vier rapporten:
  1. over verzelfstandiging: Verstand op veilig;
  2. over decentralisatie: Gezond verstand;
  3. over de relatie tot beleid: Met gepaste afstand;

over internationalisering: Verstandig internationaliseren, dat we toelichten in dit bericht.

Lees het volledige Bericht aan het parlement