• U moet ingelogd zijn om onderwerpen te kunnen volgen.

    Log-in als u al een account heeft of maak een gratis account aan.

R&D-investeringen in internationaal perspectief

Research and Development (R&D) is van doorslaggevend belang voor economische groei en welvaart. Het is belangrijk om te weten hoeveel wij en hoeveel andere landen besteden aan R&D omdat het een indicatie kan geven over welk beleid succesvol blijkt te zijn in een bepaalde context. In deze factsheet worden de R&D-investeringen in Nederland in een internationale context gezet.

R&D-uitgaven

De hoeveelheid geld die besteed wordt aan onderzoek en ontwikkeling (R&D-uitgaven) is belangrijke informatie voor nationale en internationale beleidsmakers. In het bijzonder worden statistieken over R&D-uitgaven gebruikt om te kijken wie R&D uitvoert, het financiert en waar het plaatsvindt. De absolute totale R&D uitgaven in Nederland namen tussen 2011 en 2016 toe van € 12,2 miljard naar € 14,3 miljard (CBS Statline). Om het niveau van de R&D-uitgaven over meerdere jaren te vergelijken en tussen landen onderling, drukken we de R&D-uitgaven uit als percentage van het bruto binnenlands product (BBP). Dit wordt ook wel de R&D-intensiteit genoemd. Op deze manier wordt in de vergelijking rekening gehouden met de ontwikkeling van de omvang van de economie over tijd en met verschillen tussen landen in de omvang van totale economie. 

R&D als percentage van BBP

Onderstaande grafiek laat de ontwikkeling zien van de totale uitgaven aan R&D als percentage van het BBP in Nederland, de EU en de OESO-landen (gemiddeld). Aan dit cijfer wordt gemeten of Nederland in 2020 het internationaal afgesproken R&D-percentage van 2,5 procent van het BBP bereikt. De verzameling en verwerking van deze cijfers zijn gebaseerd op internationale afspraken zoals vastgelegd in de Frascati Handleiding (2015) over de definitie van R&D en welke typen uitgaven wel en niet worden meegenomen. 

In de nationale R&D statistieken zoals in onderstaande grafiek, worden de R&D-uitgaven opgevraagd bij bedrijven als de R&D uitvoerder. Dankzij fiscale stimuleringsmaatregelen voor R&D (zoals de WBSO/RDA) kunnen bedrijven in Nederland hun kosten voor R&D verlagen, door een lagere belastingafdracht over hun personele kosten op het gebied van speur- en ontwikkelingswerk (R&D) en een verhoogde fiscale aftrek voor R&D-investeringen en R&D-exploitatiekosten. Bedrijven geven daarbij als uitvoerende partij hun uitgaven aan R&D op, inclusief die uitgaven die met fiscale maatregelen zijn gestimuleerd. Wanneer de gederfde belastinginkomsten dan nog bij deze R&D-uitgaven zouden worden opgeteld, zou dit leiden tot dubbeltelling.

Waar het bij de WBSO gaat om belastingvoordelen over specifieke R&D en innovatie-uitgaven, gaat het bij de Innovatiebox om een lager belastingtarief over winst die voortkomt uit R&D- of innovatieactiviteiten die bedrijven in het verleden hebben ondernomen. In de internationale statistieken worden de met de Innovatiebox vergelijkbare “patent boxes” om die reden ook niet meegenomen bij de fiscale steun voor R&D en innovatie (zie OECD Frascati Manual 2015, blz. 346).

Ontwikkeling totale R&D-uitgaven als percentage van BBP

Gegevens: Download als csv bestand
Bron: EUROSTAT, OESO / MSTI-database en CBS Statline
Notities: 1) Cijfers voor Nederland: CBS. EU-19 en EU-28: EUROSTAT. Cijfers voor OESO-gemiddelden uit OESO / MSTI-database. 2) Het OESO-gemiddelde 2015 is een voorlopige schatting. Het cijfer voor Nederland 2016 is voorlopig, 2015 is nader voorlopig.


Nederland zit de afgelopen vijf jaar steeds onder de gemiddelden van de EU- en OESO-landen. In Nederland is vergeleken met de EU- en OESO-landen wel sprake van een snellere toename van de R&D-uitgaven als percentage van het BBP, van 1,90% in 2011 naar 2,00% in 2015. Nederland komt daarmee in 2015 dichtbij het EU-28 gemiddelde van 2,03%. De toename van de R&D-intensiteit in Nederland bedroeg tussen 2011 en 2015 gemiddeld 1,4% per jaar. Voor de OESO- en EU-gemiddelden was de groei in R&D-uitgaven over deze periode gemiddeld jaarlijks 1% of minder.

R&D-uitgaven naar uitvoerende sector

Onderstaande grafiek laat voor een aantal landen zien hoeveel R&D er wordt uitgevoerd door de verschillende sectoren, uitgedrukt als percentage van het BBP. Er is een groot verschil tussen de totale R&D-intensiteit van landen. Verschillen zijn er ook voor de verhouding in R&D-intensiteit tussen de verschillende sectoren. Dit weerspiegelt de verschillen tussen landen in de uitvoeringsstructuur van R&D. Verder valt op dat Nederland een lagere R&D-intensiteit heeft dan een aantal landen waarmee het zich wil vergelijken.

R&D-uitgaven naar uitvoerende sector, als % van het BBP, 2015

Gegevens: Download als csv bestand
Bron: OESO / MSTI
Notities: a) 'Hoger onderwijs’ omvat universiteiten, universitair medische centra, hbo instellingen; de Private Non-Profit sector is opgenomen bij de sector ‘Researchinstellingen’. b) Ierland: 2014; Australië: 2013; Zwitserland: 2012. VS: exclusief merendeel kapitaaluitgaven. c) De 2015 cijfers voor Nederland in de OESO / MSTI-database hebben betrekking op de voorlopige cijfers. Het totaal komt hierdoor iets lager uit dan de totaal cijfers van Eurostat en het CBS voor Nederland. Dit geldt ook voor het EU-28 gemiddelde in de MSTI-database, waardoor Nederland in deze grafiek voor het totaal hoger uitkomt dan de EU-28.


De R&D-uitgaven uitgevoerd door het bedrijfsleven van Nederland bedragen 1,12 procent van het BBP in 2015, net boven Noorwegen en Ierland, maar onder het gemiddelde van de EU-28 en het merendeel van de referentielanden. Wat betreft de R&D-uitgaven in het hoger onderwijs en researchinstellingen zit Nederland in de top van de middenmoot. In 2016 stijgen de R&D-uitgaven uitgevoerd door bedrijven in Nederland naar 1,16 procent van het BBP.

R&D uitgaven naar type financieringsbron

Van de totale € 14,3 miljard aan R&D uitgevoerd in Nederland in 2016 wordt ongeveer de helft (€ 7,0 miljard) gefinancierd door bedrijven. Een derde is publiek gefinancierd (€ 4,6 miljard), 3% komt van overige nationale bronnen en 16% is afkomstig uit het buitenland. 

Ontwikkeling R&D gefinancierd door bedrijven

Onderstaande grafiek laat zien dat de R&D-financering door bedrijven in Nederland over de periode 2011-2015 lager ligt dan de OESO en EU-gemiddelden. In de datapublicatie over R&D-uitgaven naar financieringsbron is te zien dat de R&D-financiering door bedrijven in Nederland lager ligt dan in de meeste referentielanden.

Ontwikkeling R&D-uitgaven gefinancierd door bedrijven (% bbp)

Gegevens: Download als csv bestand
Bron: Eurostat, OESO/MSTI
Notities: 1) Cijfers Nederland en EU-gemiddelden: Eurostat. Cijfers OESO-gemiddelde: OESO/MSTI. 2) Geen cijfers 2015 beschikbaar voor EU-19 en EU-28. 3) Cijfers OESO-gemiddelden zijn schattingen.

Ontwikkeling R&D gefinancierd door de overheid

De indicator laat de ontwikkeling in de omvang van de financiering van R&D door de overheid zien, uitgedrukt als percentage van het BBP. De Nederlandse overheidsfinanciering zit steeds rond het gemiddelde van de EU-28 en iets beneden het niveau van de EU-19. Het OESO-gemiddelde laat sinds 2011 een dalende trend zien. In de datapublicatie over uitgaven aan R&D naar financieringbron is te zien dat er grote verschillen zijn tussen landen qua R&D-intensiteit van de overheidsfinanciering. 

Ontwikkeling R&D-uitgaven gefinancierd door de overheid (% bbp)

NLDOESOEU-28EU-19
20110,650,690,660,69
20120,630,680,660,7
20130,650,660,660,7
20140,660,650,660,71
20150,670,62
Gegevens: Download als csv bestand
Bron: Eurostat en OESO / MSTI
Notities: 1) Cijfers Nederland en EU-gemiddelden: Eurostat. Cijfers OESO gemiddelden: OESO / MSTI. 2) OESO-gemiddelden zijn schattingen.


Financiering door bedrijven van R&D bij publieke kennisinstellingen

Publieke kennisinstellingen (hoger onderwijsinstellingen en publieke researchinstellingen) krijgen hun financiering uit verschillende bronnen. De overheid is de belangrijkste financier maar een deel komt ook van het bedrijfsleven.

Onderstaande grafiek laat zien in welke mate de R&D-activiteiten van de publieke kennisinstellingen door het bedrijfsleven worden gefinancierd. In vergelijking met andere landen kent Nederland een relatief hoog percentage aan private financiering bij publieke kennisinstellingen. Bij buurlanden Duitsland en België ligt dit aandeel nog iets hoger.

R&D-uitgaven publieke kennisinstellingen, privaat gefinancierd, in %, 2015

Gegevens: Download als csv bestand
Bron: OESO / MSTI. Bewerking: Rathenau Instituut
Notities: a) De indicator telt de waarden van de bedrijfsgefinancierde uitgaven voor R&D in de sector hoger onderwijs (industry financed HERD) en de bedrijfsgefinancierde uitgaven voor R&D in de sector onderzoeksinstituten (industry financed GOVERD) op in de teller en deelt dat door de som van de uitgaven voor R&D in de sector hoger onderwijs en de sector onderzoeksinstituten in de noemer. b) België, Finland, Zweden: 2013. Australie, Oostenrijk, Frankrijk en Italië: 2014

Over de data

De OESO Frascati Manual is de erkende wereldwijde standaard voor het verzamelen en rapporteren van internationaal vergelijkbare statistieken over de financiële en personele middelen voor onderzoek en experimentele ontwikkeling, beter bekend als R&D (in het Nederlands: Onderzoek en Ontwikkeling – O&O). De Frascati Manual vormt de basis voor een gemeenschappelijke taal voor discussies over R&D en de resultaten ervan.

De MSTI database, gebaseerd op de dataverzameling door landen op basis van de Frascati Manual, biedt een set van indicatoren die het niveau en de structuur van de inspanningen van de OESO-landen en zeven niet-lid economieën (Argentinië, China, Roemenië, Rusland, Singapore, Zuid-Afrika, Chinese Taipei) op het gebied van wetenschap en technologie vanaf 1981 weergeven. De indicatoren in de database hebben betrekking op de middelen voor onderzoek en ontwikkeling (R&D), patenten, technologische betalingsbalans en de internationale handel in R&D-intensieve industrieën.