• U moet ingelogd zijn om onderwerpen te kunnen volgen.

    Log-in als u al een account heeft of maak een gratis account aan.

Steden gedreven door data

Bedrijven, wetenschappers en overheden hebben inmiddels veel geschreven over mogelijke kansen en risico’s van slimme steden. Maar hoe raakt deze technologische aanpak burgers in de praktijk? Dat hebben onderzoekers van het Rathenau Instituut Iris Korthagen, Damion Bunders en Rinie van Est onderzocht. In dit artikel: wat doen de vijf grote gemeenten met slimme technologie en waarom?

Dit artikel is onderdeel van een reeks van drie.

Wat is een slimme stad?

Slimme steden gebruiken data en slimme informatietechnologie. Technologie is ‘slim’ als deze kan waarnemen, zelf denkstappen kan maken en handelen. Denk aan stoplichten die vaker groen geven voor fietsers als het regent.

Dat steden in Nederland hiermee aan de slag zijn, is duidelijk. Begin 2017 gaven de gemeente-netwerken G5 en G32 in samenwerking met bedrijven en kennisinstellingen een ‘NL Smart City Strategie’ aan minister-president Mark Rutte. En ook los van elkaar hebben stedelijke overheden hun visie en strategie geformuleerd op de inzet van data en slimme technologie in hun stad.

In dit onderzoek hebben we ons gericht op Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht en Eindhoven - de G5-gemeenten. We kwamen erachter dat zij projecten opzetten om via data en slimme technologie:

  • efficiënter en effectiever diensten te verlenen, en beleid te maken of uit te voeren
  • innovatie te bewerkstelligen
  • en/of inwoners beter te betrekken in beleidsprocessen.

Oftewel: voor optimalisatie, innovatie en participatie in de stad. Hieronder gaan we uitgebreid in op deze drie doelstellingen en geven we voorbeelden uit de vijf grote gemeenten.  

Doel 1: efficiënter en effectiever sturen in  beleid

Gemeenten willen met slimmestadprojecten hun dienstverlening en beleidsuitvoering optimaliseren. Deze doelstelling zagen we het vaakst in ons onderzoek.

De verwachtingen
De G5-gemeenten hebben speciale onderzoeks- en statistiekafdelingen die data verzamelen en analyseren. Bijvoorbeeld over de bevolking, economie, gezondheid, sociale zekerheid, veiligheid of het onderwijs. Deze gegevens geven een beeld van de problematiek op diverse terreinen en helpen gemeenten besluiten te nemen over mogelijke maatregelen.

Steeds meer data worden digitaal verzameld en bewaard. Dit biedt nieuwe mogelijkheden: door allerlei datasets te koppelen, kun je nieuwe verbanden vinden. Die leiden vervolgens tot verwachtingen voor de toekomst, waarop de gemeente eventueel in actie kan komen. Digitalisering maakt het ook mogelijk real time data te verzamelen. Geen meting om het kwartaal, maar om de minuut.

Tot slot kan slimme technologie handelen op basis van de dataverzameling en –analyse. Zoals de matrixborden die aangeven dat bepaalde pleinen vol zijn tijdens een feestdag. Wanneer de technologie zelfstandig besluiten neemt, spreken we van volledige automatisering.

De praktijk
In de Nederlandse steden zagen we echter weinig volledig geautomatiseerde projecten. Veel projecten zijn tot nu toe gericht op het onderzoeken van de potentie van data. Kan het verzamelen van meer real time data of het combineren van data leiden tot: meer kennis en bewijs, accuratere voorspellingen, meer efficiëntie en effectiviteit of beïnvloeding van gedrag?

We zien twee soorten praktijkvoorbeelden.

Beslissen op basis van data

Op basis van data heeft de gemeente Utrecht het beheer en onderhoud van waterpompen geoptimaliseerd (interview gemeente Utrecht). Eerder controleerde Utrecht de pompen elk jaar. Uit historische data bleek dat de meeste pompen geen problemen vertoonden. De gemeente besloot daarop het kleine aandeel problematische waterpompen te vervangen en alle pompen voortaan slechts om de drie jaar te checken (interview gemeente Utrecht). De data leidt tot meer kennis en bewijs over het specifieke probleem, waarmee de gemeente het beheer van de pompen effectiever en efficiënter hoopt in te richten.

In Den Haag houden sensoren systemen en machines in het gemeentelijke zwembad in de gaten (interview 2, gemeente Den Haag). Het verbinden van de systemen en machines met het internet, via sensoren, noemen we Internet of Things (IoT). De data wordt gebruikt om efficiënter en effectiever onderhoud te plegen.

Diverse gemeentes houden experimenten met voorspellend politiewerk, om de efficiëntie en effectiviteit van politie-inzet te verhogen. Een flexibel team gaat naar gebieden die het meeste risico lopen. Die gebieden worden gekozen op basis van data, zoals waar eerder high impact crimes[1] plaatsvonden. Eerder kregen vaak medewerkers met de grootste mond de extra capaciteit, nu zijn cijfers de basis voor besluitvorming (interview gemeente Utrecht). De inzet van het flexibele team leidt weer tot een daling van delicten, zo wijzen de cijfers uit. Het is de bedoeling om dit zogenaamde Criminaliteit Anticipatie Systeem (CAS) door heel Nederland uit te rollen.

Geautomatiseerde beslissingen

In het uitgaansgebied Stratumseind in Eindhoven worden bezoekersstromen en het gedrag op straat in de gaten gehouden via camera’s, geluidsensoren en data-analyses. De verlichting in het gebied past zich automatisch aan op basis van de metingen, om zo het gedrag van bezoekers te beïnvloeden (interview gemeente Eindhoven). Bovendien kan de politie door de continue monitoring snel ingrijpen wanneer zij dat nodig acht. In dit systeem delen professionals en technologie de controle.

Het controleren en disciplineren van gedrag kan ook volledig automatisch gaan. Bij een fietsenstalling in Utrecht tellen slimme camera’s lege plekken. Via meldingen op borden en in apps stuurt het systeem fietsers naar de minst volle stalling. En in een (heel kleine) pilot betaalde een algoritmisch huishoudboekje de huur of energierekening automatisch bij schuldhulpverlening (interview gemeente Utrecht).

Doel 2: Samenwerken aan innovatie

Innoveren is een tweede belangrijke doelstelling van gemeenten met slimme technologieprojecten.

De verwachtingen
Gemeenten redeneren dat experimenteren met data en slimme technologie leidt tot economische vooruitgang, toename van de lokale welvaart en een stimulerende omgeving voor kenniswerkers.

Ook de openstelling van gemeentelijke data kent vaak een economische motivering. Gemeenten verwachten dat bedrijven nieuwe producten of diensten kunnen ontwikkelen met behulp van hun data (interview Creating010 Rotterdam).

De praktijk
In samenwerking met kennisinstellingen en bedrijven werken de vijf gemeenten aan innovatieve oplossingen voor grootstedelijke problematiek zoals drukte in steden, het milieu of onveiligheid. De gemeenten zijn bijvoorbeeld maatschappelijk partner in onderzoeksprojecten of bieden hun stedelijk gebied aan als living lab: stedelijke ruimte waar geëxperimenteerd kan worden met innovatieve technologie voor een maatschappelijk doel.  

In Den Haag fungeert een klein gebied in Scheveningen als living lab. Hier worden lantaarnpalen uitgerust met slimme technologie. Op de palen kunnen allerlei Internet of Things-applicaties worden getest. Zoals camera’s die bezoekersstromen meten of chips die signalen versturen naar smartphones. Het Haagse gebied is daarmee speciaal ingericht op het verkennen van nieuwe IoT-gebaseerde bedrijfsmodellen en het onderzoeken van de maatschappelijke meerwaarde van de technologie (interview 1, gemeente Den Haag).

Living labs onder de loep

In een recent rapport bespreekt het Rathenau Instituut dat er veel slimme samenwerkingsverbanden zijn gestart in steden, zogenaamde living labs. Deze zijn overigens niet allemaal even nieuw in hun opzet. Digitalisering vergemakkelijkt het experimenteren op locatie, je kunt metingen doen in de openbare ruimte. Een zorg is dat de kennis die wordt opgedaan via deze kleinschalige experimenten niet altijd vastgelegd wordt. Willen living labs bovendien werkelijk bijdragen aan bredere maatschappelijke doelen dan is co-creatie met burgers een vereiste.  

De economische insteek van de zoektocht naar innovaties met data en nieuwe technologie is ook te zien in de algemene aanpak van de gemeente Amsterdam. Daar coördineert de Amsterdam Economic Board het Amsterdam Smart City platform. Het platform wil duurzame economische groei bevorderen, nieuwe markten helpen ontwikkelen en verdienmodellen van innovatieve oplossingen stimuleren (Amsterdam Smart City, 2014).

Maatschappelijke en economische innovatie kan ook leiden tot deelname aan wedstrijden of Europese subsidies. Samenwerken met kennisinstellingen en innovatieve bedrijven is daarmee financieel zeer aantrekkelijk voor de gemeente. Zo haalde de gemeente Rotterdam met partners een Horizon2020 subsidie binnen ter waarde van miljoenen euro’s voor een smart city-project dat experimenten uitvoert in o.a. Rotterdam-Zuid (interview gemeente Rotterdam). Het project is gericht op energie-efficiëntie en CO2-reductie, en streeft daarnaast een positief effect na op de werkgelegenheid, participatie en levenskwaliteit van burgers (website, geraadpleegd op 6 september 2017).

Doel 3: Inwoners betrekken

Het derde doel dat we tegenkwamen in dit onderzoek is participatie. Gemeenten willen inwoners betrekken bij slimmestadprojecten.

De verwachtingen
Gemeenten kunnen burgers betrekken bij het verzamelen en analyseren van data, en/of bij toepassingen. De participatie kan bijdragen aan maatschappelijke draagvlak hiervoor. Ook kan het de maatschappelijke meerwaarde van een data-toepassing of nieuwe technologie vergroten. Het initiatief kan hierbij zowel bij de gemeente als bij maatschappelijke organisaties of inwoners zelf liggen.

De praktijk
Gemeenten kunnen digitale toepassingen ontwikkelen mét inwoners samen. Diverse gemeentes probeerden dit met opendataprojecten. Tot teleurstelling van de onderzochte gemeenten blijkt het erg moeilijk om samen met bewoners de meerwaarde van de data te ontdekken. Niet iedereen heeft bijvoorbeeld de vaardigheden hiervoor. En niet alle data zijn zomaar te vertalen in toepassingen met maatschappelijke meerwaarde. Gemeentelijke data toegankelijk maken kost tegelijkertijd wel tijd en geld. Om die reden maakt Rotterdam data alleen op aanvraag openbaar. Zo was er iemand die interesse had voor een lijst met alle objecten - bankjes en tafeltjes - en hun locaties in de buitenruimte om zo een sportprogramma samen te stellen. Die lijst heeft de gemeente gegeven. (interview gemeente Rotterdam).

Een andere manier is een specifieke doelgroep te betrekken in het ontwerpproces. In Den Haag onderzocht het Gezond Langer Thuis-project welke digitale technologieën senioren helpen om zelfstandig te kunnen blijven wonen. Een panel van ouderen is betrokken bij het ontwerpproces. Niet alleen om de technologie uit te proberen, maar juist om hun specifieke behoeften en zorgen te bespreken. Op basis van deze gesprekken selecteerde het projectteam de uiteindelijke technologieën.

Stedelingen kunnen zichzelf ook mengen in bepaalde kwesties en hun positie versterken door data te verzamelen die hun standpunt ondersteunen. Zo ervoeren omwonenden van de ’s Gravendijkwal in Rotterdam luchtvervuilingsproblematiek. Metingen van de luchtkwaliteit door de bewoners, in samenwerking met Milieudefensie, overtuigden de gemeente van dit probleem. Hierna stelde de gemeente een vrachtautoverbod in (interview Creating 010). Een voorbeeld waarin bewoners het initiatief namen om data in te zetten.

Meer lezen?

Lees ook deel twee in deze serie: Zetten slimmestadpraktijken publieke belangen onder druk?

[1] delicten met een grote impact op het slachtoffer: woninginbraak, straatroof, geweld en overvallen, zie o.a. https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2016/05/19/high-impact-crimes-op-laagste-niveau-in-afgelopen-tien-jaar