calendar tag arrow download print
Doorgaan naar inhoud

Het onderzoek aan universiteiten en umc’s

factsheet
11 februari 2019
onderzoek financiering matching

Foto: Frank Muller/Zorginbeeld/Hollandse Hoogte

Image
Hoe zien de inkomsten en uitgaven aan onderzoek door de universiteiten en bijbehorende umc's eruit? In deze factsheet kijken we naar de verhouding tussen onderzoek en onderwijs. We laten zien dat de verhouding tussen onderwijs en onderzoek in de rijksbijdrage, zoals deze door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) wordt berekend, een andere is dan de verhouding tussen onderwijs en onderzoek in de gerealiseerde besteding door de universiteiten.

In het kort

  • Tussen 2004 en 2017 verdubbelde de projectfinanciering van universiteiten.
  • Bij veel onderzoeksprojecten moeten universiteiten geld bijleggen: matchen.
  • De universiteiten hebben echter zoveel projectonderzoek dat matching niet alleen de ruimte voor het eerste geldstroom onderzoek beperkt, maar ook de ruimte voor het onderwijs.

Inkomsten voor onderwijs en onderzoek stijgen

Onderstaande grafiek toont de ontwikkeling van de inkomsten van universiteiten en de universitair medische centra (umc's). Het gaat bijvoorbeeld over inkomsten uit onderzoeksopdrachten (incl. projectsubsidies), inkomsten uit collegegelden en inkomsten vanuit de rijksbijdrage. Bij de umc's zijn de inkomsten uit de zorg niet meegenomen.

Tussen 2004 en 2017 stijgen de totale inkomsten voor onderwijs en onderzoek van 4,6 miljard euro naar 7,7 miljard euro. Dat is een stijging van bijna 70%.

Tussen 2004 en 2017 stijgen alle posten. Ze stijgen niet allemaal even hard:

  • De rijksbijdrage van de overheid, de zogeheten eerste geldstroom, gaat van 2,6 miljard naar 3,9 miljard (51%).
  • De inkomsten uit de collegegelden verdrievoudigen van 284 miljoen naar 861 miljoen euro (303%).
  • De inkomsten uit onderzoeksopdrachten en projectsubsidies verdubbelen van 805 miljoen naar 1772 miljoen (220%).
     


Onderzoek is verdubbeld, steeds meer uit Europa

De onderstaande grafiek splitst de inkomsten uit onderzoeksopdrachten (de donkerblauwe balkjes van het eerdere staafdiagram) uit naar financieringsbron. De grafiek laat zien dat de inkomsten van universiteiten voor onderzoeksprojecten tussen 2004 en 2012 stijgen van 805 miljoen naar 1757 miljoen euro (220%). Daarna zijn de inkomsten redelijk stabiel.

Vanaf 2008 tot en met 2017 hebben we gegevens per bron:

  • De inkomsten uit internationale bronnen, zoals subsidies voor EU-projecten en Europese kaderprogramma's stijgen van 192 miljoen naar 357 miljoen euro (86%).
  • De inkomsten van NWO projectsubsidies stijgen van 304 miljoen naar 444 miljoen euro (46%).
  • Het projectfinanciering van non-profitorganisaties gaat van 384 miljoen naar 585 miljoen euro (55%).
  • De opdrachten van het bedrijfsleven stijgen van 208 miljoen naar 301 miljoen euro (45%).


Matching neemt hap uit 'vrij' onderzoek én drukt op onderwijs

Voor de meeste extern verworven onderzoeksopdrachten moeten universiteiten geld bijleggen: de zogeheten matching. Opdrachten voor derden worden namelijk geworven tegen loonkosten en niet op basis van de integrale kosten. Universiteiten leggen gemiddeld voor iedere euro aan onderzoeksopdrachten zelf nog 0,74 euro bij (Ernst en Young, 2014, zie ook ons rapport Chinese borden).

De universiteiten gebruiken de rijksbijdrage voor zowel onderzoek als onderwijs. In de onderstaande figuur laten we zien dat de matchingskosten een grote hap nemen uit de rijksbijdrage voor onderzoek. In de figuur daarna laten we vervolgens zien dat de dynamiek van de onderzoeksopdrachten (matching) niet alleen de ruimte voor het eerste geldstroom onderzoek beperkt, maar ook voor het onderwijsdeel van de rijksbijdrage. Dat de matching ook drukt op het onderwijs was lange tijd niet bekend.

Effect van matching op rijksbijdrage
Bron: Ministerie van OCW en Ministerie van EZ. Jaarverslagen en begrotingen. Ernst & Young (2014).
Notities: De rijksbijdrage stijgt flink (dikke zwarte lijn). Maar doordat de universiteiten steeds meer moeten matchen (geeloranje gearceerde deel) blijft er van deze stijging weinig over (dunne zwarte lijn). Het rijk trekt extra geld uit voor onderwijs (stippellijn), onder andere vanwege de hogere aantallen studenten.

besteding rijksbijdrage
Bron: DUO, Ministerie van OCW en Ministerie van EZ. Jaarrekeningen universiteiten en umc's (alle bedragen betreffen realisatiecijfers van de 13 research universiteiten). CBS (onder andere voor de R&D-coëfficiënt, waarmee de besteding van de eerste geldstroom aan onderzoek wordt gespecificeerd). Ernst en Young (2014).
Notities: Deze figuur toont welk deel van de rijksbijdragen door de universiteiten besteed wordt aan onderzoek (geel) en aan onderwijs (blauw). De stippellijn is wat het rijk als grens ziet tussen onderzoek en onderwijs. Te zien is dat de universiteiten minder geld besteden aan onderwijs dan wat het rijk daarvoor bestemd heeft: het blauwe vlak zit onder de stippellijn.