calendar tag arrow download print
Image
factsheet
28 augustus 2020

R&D-investeringen in internationaal perspectief

Foto: Bai Kelin/Imagine China/Hollandse Hoogte
Research and Development (R&D) is van doorslaggevend belang voor economische groei en welvaart. Het is belangrijk om te weten hoeveel wij en hoeveel andere landen besteden aan R&D. Die cijfers kunnen informatie geven over welk beleid succesvol is in een bepaalde context. In deze factsheet worden daarom de R&D-investeringen in Nederland in internationale context geplaatst.

In het kort

  • In 2018 gaf Nederland 2,14% van het bbp uit aan R&D.
  • De totale R&D-uitgaven in Nederland zitten onder het gemiddelde van de OESO-landen, maar boven het EU-gemiddelde.
  • De R&D-uitgaven als percentage van het bbp liggen in Nederland lager dan in een aantal landen waarmee Nederland zich wil vergelijken.

R&D-uitgaven als percentage van bbp

De hoeveelheid geld die besteed wordt aan onderzoek en ontwikkeling (R&D-uitgaven) is belangrijke informatie voor nationale en internationale beleidsmakers. Statistieken over R&D-uitgaven worden gebruikt om te kijken wie R&D uitvoert, wie R&D financiert en waar R&D plaatsvindt. De nominale totale R&D uitgaven in Nederland namen tussen 2013 en 2018 toe van € 14,2 miljard naar € 16,6 miljard (CBS Statline). Om het niveau van de R&D-uitgaven over meerdere jaren te vergelijken en tussen landen onderling, drukken we de R&D-uitgaven uit als percentage van het bruto binnenlands product (bbp). Dit wordt ook wel de R&D-intensiteit genoemd. Op deze manier wordt in de vergelijking rekening gehouden met de ontwikkeling van de omvang van de economie over tijd en met verschillen tussen landen in de omvang van de totale economie. 

Ontwikkeling van totale R&D-uitgaven

Onderstaande grafiek laat de ontwikkeling zien van de totale uitgaven aan R&D als percentage van het bbp in Nederland, de EU en de OESO-landen (gemiddeld). Aan dit cijfer wordt afgemeten of Nederland in 2020 het internationaal afgesproken R&D-percentage van 2,5 procent van het bbp bereikt. De verzameling en verwerking van deze cijfers zijn gebaseerd op internationale afspraken, zoals vastgelegd in de Frascati Manual (2015), over de definitie van R&D en de typen uitgaven die tot R&D-uitgaven worden gerekend. 

In de nationale R&D-statistieken zoals in onderstaande grafiek, worden de R&D-uitgaven opgevraagd bij bedrijven die R&D-uitvoerder zijn. Dankzij fiscale stimuleringsmaatregelen voor R&D (zoals de WBSO/RDA) kunnen bedrijven in Nederland hun kosten voor R&D verlagen, door een lagere belastingafdracht over hun personele kosten op het gebied van speur- en ontwikkelingswerk (R&D) en een verhoogde fiscale aftrek voor R&D-investeringen en R&D-exploitatiekosten. Bedrijven, als uitvoerende partij, geven daarbij hun uitgaven aan R&D op, inclusief de uitgaven die met fiscale maatregelen zijn gestimuleerd. Wanneer de gederfde belastinginkomsten dan nog bij deze R&D-uitgaven zouden worden opgeteld, zou dit leiden tot dubbeltelling.

Waar het bij de WBSO gaat om belastingvoordelen over specifieke R&D en innovatie-uitgaven, gaat het bij de Innovatiebox om een lager belastingtarief over winst die voortkomt uit R&D of innovatieactiviteiten die bedrijven in het verleden hebben ondernomen. In de internationale statistieken worden de met de Innovatiebox vergelijkbare patent boxes om die reden ook niet meegenomen bij de fiscale steun voor R&D en innovatie (zie OECD Frascati Manual 2015, blz. 346).

Nederland zit tussen 2013 en 2018 steeds onder het gemiddelde van de OESO-landen, maar (in ieder geval tot en met 2017) boven het gemiddelde van de EU-15 en de EU-28. In 2018 gaf Nederland 2,14% van het bbp uit aan R&D. Dit percentage is over de weergegeven periode min of meer stabiel.

R&D-uitgaven naar uitvoerende sector

Onderstaande grafiek laat voor een aantal landen zien hoeveel R&D er wordt uitgevoerd door de verschillende sectoren, uitgedrukt als percentage van het bbp. Er is een groot verschil tussen de totale R&D-intensiteit van landen. Verschillen zijn er ook in de R&D-intensiteit tussen de verschillende sectoren. Dit weerspiegelt de verschillen tussen landen in de uitvoeringsstructuur van R&D. Verder valt op dat Nederland een lagere R&D-intensiteit heeft dan een aantal landen waarmee het zich wil vergelijken.

De R&D-uitgaven uitgevoerd door het bedrijfsleven van Nederland bedragen 1,42 procent van het bbp in 2018, boven het gemiddelde van de EU-28 en de EU-15, maar onder het merendeel van de referentielanden. Wat betreft de R&D-uitgaven in het hoger onderwijs en researchinstellingen zit Nederland in de top van de middenmoot.

R&D-uitgaven naar type financieringsbron

Van de totale € 16 miljard aan R&D uitgevoerd in Nederland in 2017 wordt ruim de helft (€ 9,1 miljard) gefinancierd door bedrijven. Een derde is publiek gefinancierd (€ 4,7 miljard), 2% komt van overige nationale bronnen en 12% is afkomstig uit het buitenland. 

Ontwikkeling R&D-uitgaven gefinancierd door bedrijven

Onderstaande grafiek laat zien dat de R&D-financiering door bedrijven in Nederland over de periode 2011-2016 lager ligt dan de OESO en EU-gemiddelden. In 2017 ligt de R&D-financiering door bedrijven in Nederland hoger dan het EU-28-gemiddelde. In de internationale datapublicatie over R&D-uitgaven naar financieringsbron is te zien dat de R&D-financiering door bedrijven in Nederland tevens lager ligt dan in de meeste referentielanden.

Ontwikkeling R&D-uitgaven gefinancierd door de overheid

De figuur hieronder laat de ontwikkeling zien in de financiering van R&D door de overheid, uitgedrukt als percentage van het bbp. De Nederlandse overheidsfinanciering beweegt zich rond de EU en OESO-gemiddelden. Het OESO-gemiddelde laat sinds 2011 een dalende trend zien. In de datapublicatie over uitgaven aan R&D naar financieringbron is te zien dat er grote verschillen zijn tussen landen qua R&D-intensiteit van de overheidsfinanciering. 

Financiering door bedrijven van R&D bij publieke kennisinstellingen

Publieke kennisinstellingen (hoger onderwijsinstellingen en publieke researchinstellingen) krijgen hun financiering uit verschillende bronnen. De overheid is de belangrijkste financier, maar een deel komt ook van het bedrijfsleven.

Onderstaande grafiek laat zien in welke mate de R&D-activiteiten van de publieke kennisinstellingen door het bedrijfsleven worden gefinancierd. In vergelijking met andere landen kent Nederland een relatief hoog percentage aan private financiering bij publieke kennisinstellingen. Bij buurland Duitsland ligt dit aandeel nog iets hoger. In de datapublicatie over de private R&D-financiering van publieke kennisinstellingen is te zien dat deze bij de publieke onderzoeksinstellingen hoger ligt dan bij hogeronderwijsinstellingen.

Over de data