calendar tag arrow download print
Image
Digitale vaardigheden
factsheet
05 maart 2020

Digitale vaardigheden voor technologisch burgerschap

technologisch burgerschap digitale samenleving digitale transitie Digitale democratie digitalisering
Opa leert een online spelletje van zijn kleinzoon Abel. Foto: Hollandse Hoogte (Sabine Joosten)
Digitale inclusie, het toegankelijk maken van onze digitale samenleving voor iedereen, is een belangrijk beleidsdoel. Hiervoor is het van belang dat Nederlanders de vaardigheden hebben om met digitalisering om te gaan. In dit factsheet zetten wij de gegevens hierover op een rij, voor verschillende leeftijdsgroepen en opleidingsniveaus.

Onze bevindingen in het kort:

  • Over het algemeen hebben Nederlanders goede digitale vaardigheden.
  • Maar sommige groepen blijven achter, met name laagopgeleide ouderen.
  • Veiligheid blijft een aandachtspunt voor alle Nederlanders, evenals de beperkte deelname aan het online publieke debat en breder technologisch burgerschap.

Inleiding

Een grote beleidsuitdaging in deze tijd van digitalisering is om ervoor te zorgen dat iedereen mee kan doen in de digitale samenleving. Digitale inclusie is dan ook een belangrijk beleidsdoel van het huidige kabinet (zie de Kamerbrief Digitale inclusie van 12 december 2018).

Binnen Europa heeft Nederland een goede positie op het gebied van de digitale economie en samenleving. Nederland bezet in 2019 de derde positie op de Digital Economy & Society Index. Deze index bestaat uit 5 componenten: connectiviteit, vaardigheden, internetgebruik, integratie van digitale technologie en digitale publieke diensten. Op de meeste componenten behoort Nederland tot de top 3 van Europa, enkel op vaardigheden bezet Nederland de vijfde positie.

Eerder onderzoek van het Rathenau Instituut beschreef de noodzaak voor technologisch burgerschap. Technologisch burgerschap houdt in dat Nederlanders de vaardigheden hebben om de mogelijkheden van digitalisering te begrijpen, de kennis en de weerbaarheid hebben om met de risico’s van digitale technologie om te gaan, en deel kunnen nemen aan het democratisch debat en de politieke besluitvorming over nieuwe digitale technologie. Dit betekent dat Nederlanders moeten begrijpen welke persoonlijke en maatschappelijke gevolgen digitale technologie heeft en daar keuzes in kunnen maken. Ook houdt dit in dat ze over vaardigheden beschikken om hun voordeel te doen met digitale technologie, bijvoorbeeld in het contact met de overheid, het vinden van werk en het regelen van financiële zaken. 

Hoe worden digitale vaardigheden gemeten?

Digitale vaardigheden kunnen op meerdere manieren worden gemeten. In onderzoek wordt meestal gebruikt gemaakt van een van de volgende twee mogelijkheden:

1. zelfrapportage

2. analyse van digitaal gedrag

Internationaal vergelijkende statistieken zijn voornamelijk gebaseerd op zelfrapportage. Dit houdt in dat mensen wordt gevraagd welke digitale taken zij recentelijk hebben uitgevoerd. De aanname hierbij is dat, wanneer iemand een digitale taak (zoals het versturen van een email) heeft uitgevoerd, hij over de juiste digitale vaardigheden voor deze taak beschikt. Een probleem met zelfrapportage is de mogelijkheid van zelfoverschatting, omdat daarbij niet altijd duidelijk is of mensen een digitale taak wel op de juiste en veilige manier uitvoeren.

Voor een dieper inzicht in digitale vaardigheden is daarom analyse van digitaal gedrag nodig. Hierbij wordt bij een groep mensen onderzocht hoe zij een digitale taak uitvoeren en hoe zij hierbij omgaan met bijvoorbeeld het beoordelen van informatie of het beveiligen van hun persoonsgegevens.

In dit factsheet komen vooral internationaal vergelijkende statistieken op basis van zelfrapportage aan bod. Tot slot bespreken we ook enkele analyses van digitaal gedrag.

Digitale basisvaardigheden

Nederlanders scoren over het algemeen goed op digitale vaardigheden: 79% van de Nederlanders heeft tenminste digitale basisvaardigheden. Dit ligt ruim boven het EU28-gemiddelde van 58%. Maar tussen leeftijdsgroepen en opleidingsniveaus bestaan grote verschillen. Binnen de groep 16-24 jarigen is het verschil in het aandeel personen met ten minste digitale basisvaardigheden ongeveer 10 procentpunten. Binnen de hogere leeftijdsgroepen zijn de verschillen tussen opleidingsniveaus veel groter, tot 51 procentpunten voor de groep 55-74 jarigen.

Het gebrek aan digitale basisvaardigheden in de hogere leeftijdsgroepen wordt voornamelijk veroorzaakt door een gebrek aan software-vaardigheden, zoals het kunnen werken met programma's als Word en Excel.

Digitale vaardigheden
Bron: Eurostat, 2019 NB: De digitale vaardigheden in dit figuur zijn gebaseerd op zelfrapportage van internet en software gebruik. De aanname hierbij is dat wanneer men aangeeft een bepaalde activiteit uitgevoerd te hebben, men bezit over de bijbehorende vaardigheden. Deze vaardigheden bestaan uit informatievaardigheden (o.a. het vinden van informatie op internet), communicatievaardigheden (o.a. e-mailen en deelnemen aan sociale netwerken), probleem oplossen (o.a. installeren van software of apps en internetbankieren) en software-vaardigheden (o.a. het gebruik van software zoals Word en Excel (basisvaardigheden) en het schrijven van code (gevorderde vaardigheden)).

Bovenstaande analyse geeft een globale indicatie van de digitale vaardigheden van Nederlanders. Om meer inzicht te krijgen, kijken we hier naar het gebruik van enkele digitale toepassingen en hoe Nederlanders met hun digitale veiligheid omgaan.

 

Digitale overheid

Digitalisering heeft de laatste jaren een grote rol gespeeld in communicatie met de overheid. Veel zaken waarvoor je voorheen naar bijvoorbeeld het gemeentehuis moest, kunnen nu online worden geregeld. Dit kan zowel voor meer efficiëntie en gemak zorgen als voor problemen, wanneer men niet over de benodigde digitale vaardigheden hiervoor beschikt. Zonder de benodigde vaardigheden lopen mensen risico's om in de knel te komen met bijvoorbeeld schuldenopbouw of het niet kunnen vinden van de juiste contactpersoon binnen overheidsinstanties.

Nederlanders interacteren veel met de overheid via internet: 81% van de Nederlanders heeft in de laatste 12 maanden via internet contact gehad met de overheid, tegenover 55% voor EU28. De groep 25 tot 54 jarigen maakt hier gemiddeld het meeste gebruik van: 85% van de 25 tot 54 jarigen interacteert met de overheid via internet. Ook hier zien we aanzienlijke verschillen tussen de opleidingsniveaus. Binnen alle leeftijdsgroepen is het verschil tussen laag- en hoogopgeleiden ongeveer 30 procentpunten.

E-Government
Bron: Eurostat, 2019

Slechts een klein aandeel van de Nederlanders gebruikt het internet om deel te nemen aan online consultaties over politieke onderwerpen (9%) of om politieke meningen via blogs of sociale media te plaatsen (8%). Dit zijn juist belangrijke zaken voor technologisch burgerschap. Het valt dus op dat Nederlanders weinig gebruik maken van deze mogelijkheden. Het aandeel Nederlanders dat hiervan gebruik maakt ligt ook net onder de EU28-gemiddelden (respectievelijk 10 en 12%).

 

Online bankieren en winkelen

Ook het online regelen van financiële zaken via internetbankieren kan zorgen voor meer efficiëntie en gemak. Maar ook voor problemen, wanneer mensen niet over de benodigde digitale vaardigheden hiervoor beschikken. Nederlanders maken veel gebruik van internetbankieren: 91% van alle Nederlanders maakt hier gebruik van, ruim boven het EU28-gemiddelde van 58%. Internetbankieren wordt door alle leeftijdsgroepen veel gebruikt: 95% van de jongeren maakt gebruik van internetbankieren, tegenover 84% van de 55-74 jarigen. Tussen jongeren onderling zien we relatief kleine verschillen in gebruik tussen de opleidingsniveaus (10 procentpunten), maar binnen de hogere leeftijdsgroepen zijn deze verschillen groter (16 en 24 procentpunten).

E-Banking
Bron: Eurostat, 2019

Ook online winkelen is de laatste jaren sterk gegroeid. 70% van de Nederlanders maakt hier gebruik van, meer dan het EU28-gemiddelde van 53%. Jongeren tussen de 16 en 24 jaar en 25 tot 54 jarigen maken hier gemiddeld meer gebruik van dan ouderen van 55 tot 74 jaar. 54% van de ouderen heeft in de afgelopen 3 maanden een online aankoop gedaan. Het verschil tussen opleidingsniveaus is voor de twee hogere leeftijdsgroepen groter (rond de 30 procentpunten) dan voor de 16-24 jarigen (18 procentpunten).

Hoewel maar 54% van de 55-74 jarigen recent online een aankoop heeft gedaan, geeft slechts een klein percentage (7%) aan dit niet te doen wegens gebrek aan vaardigheden. Andere redenen die deze leeftijdsgroep noemt, zijn zorgen over de veiligheid van de betaling (7%) en de voorkeur om naar een fysieke winkel te gaan (18%).

E-Commerce Barriers
Bron: Eurostat, 2019

Digitale veiligheid

Om op veilige wijze van digitale diensten gebruik te maken is het van belang dat Nederlanders goed met hun persoonlijke informatie en identificatie omgaan. Opvallend is daarom dat bijna 80% van de jongeren hun social media login ook gebruiken om in te loggen bij andere online services en dat binnen alle leeftijdsgroepen dit vaker gedaan wordt onder hoog- dan laagopgeleiden. Hierbij krijgen andere bedrijven en organisaties toegang tot persoonlijke informatie via je social media account. Nederlandse jongeren doen dit ook aanzienlijk meer dan Europese jongeren (EU28-gemiddelde voor jongeren is 50%).

Social Media Login
Bron: Eurostat, 2018

Zoals in onderstaand figuur is te zien, gaan jongeren wel redelijk goed om met het beschermen van persoonlijke data op hun telefoon tijdens het gebruiken en installeren van apps. Hier is ook geen groot verschil tussen de opleidingsniveaus. De groepen 25 tot 54 jarigen en de 55 tot 74 jarigen beschermen hun persoonlijke data minder vaak. In deze leeftijdsgroepen zien we ook grotere verschillen tussen de opleidingsniveaus, ongeveer 30 procentpunten. Gemiddeld beschermt 68% van de Nederlanders zijn persoonlijke data op de telefoon. Dit ligt boven het EU28-gemiddelde van 58% procent.

Digi_ProtectPersonalData
Bron: Eurostat, 2018
NB: beschermen van persoonlijke data is hier gemeten via zelfrapportage. Personen die minimaal één keer toegang tot hun persoonlijke data hebben geweigerd of beperkt tijdens het gebruiken of installeren van een app, worden hier gerekend tot personen die hun persoonlijke data beschermen.

Tot slot

Bovengenoemde variabelen geven een beeld van de digitale vaardigheden van Nederlanders en het gebruik van digitale toepassingen op basis van zelfrapportage. Maar deze data geven nog geen volledig inzicht in hoe digitaal vaardig Nederlanders nu echt zijn. Om hier meer inzicht in te krijgen, is experimenteel onderzoek naar het gedrag van mensen nodig. Een interessant voorbeeld is de Kennisnet Monitor Jeugd en Media (2017). Hieruit komt naar voren dat, hoewel kinderen zelf rapporteren goede digitale vaardigheden te hebben, ze niet altijd goed zijn in het kritisch beoordelen en zoeken van informatie op internet. Juist deze kritische beoordelingsvaardigheden zijn belangrijk voor technologisch burgerschap. Hierin zijn weer verschillen tussen schoolniveaus te zien. Leerlingen op HAVO/VWO niveau scoren hoger dan leerlingen op VMBO niveau. Ook bij volwassenen zien we vergelijkbare effecten. Uit een recente studie naar veilig online gedrag blijkt dat Nederlandse volwassenen nog vaker dan ze dat zelf rapporteren, zich online onveilig gedragen door het delen van persoonlijke informatie en het klikken op onbetrouwbare hyperlinks (Van ’t Hoff-de Goede et al., 2019). In deze studie zijn de effecten van leeftijd en opleidingsniveau minder eenduidig. Hoe ouder de deelnemer, des te kleiner de kans dat deze klikt op een onbetrouwbare hyperlink, maar des te groter de kans dat deze persoonlijke informatie deelt. Het hebben van een hogere opleiding hangt samen met een kleinere kans op het delen van persoonlijke informatie, maar niet met het klikken op onbetrouwbare hyperlinks.

Uit bovenstaande gegevens blijkt dat lager opgeleiden binnen alle leeftijdsgroepen minder digitaal vaardig zijn. Dit brengt grote risico’s met zich mee op toenemende ongelijkheid in onze steeds verder digitaliserende samenleving. Het goed kunnen omgaan met digitalisering en internet levert namelijk voordelen op, voor werk- en opleidingsmogelijkheden en op financieel en sociaal gebied (Van Deursen, 2018). Verder blijkt veiligheid een belangrijk aandachtspunt voor alle leeftijden en opleidingsniveaus. Ook is de deelname aan het online publieke debat nog beperkt. Het begrijpen van digitalisering en hiertoe bewust handelen, vormen de basis voor technologisch burgerschap en voor gelijke kansen om mee te doen in de samenleving en mee te beslissen over de toekomst van Nederland. Hierover is echter onvoldoende informatie beschikbaar. De beschikbare informatie gaat voornamelijk over het uitvoeren van verschillende zaken in het digitale domein, maar onvoldoende over in hoeverre men digitalisering begrijpt en hiertoe bewust handelt.

 

Bronnen

Europese Commissie – Digital Economy & Society Index (2019)

Eurostat – ICT usage in households and by individuals

Kennisnet – Monitor Jeugd en Media (2017)

Rathenau Instituut – Technologisch burgerschap: dé democratische uitdaging van de eenentwintigste eeuw

Van Deursen, A.J.A.M. (2018). Digitale ongelijkheid in Nederland anno 2018. Enschede, Nederland: Universiteit Twente.

Van ’t Hoff-de Goede, S., Van der Kleij, R., Van de Weijer, S. & Leukfeldt, R. (2019). Hoe veilig gedragen wij ons online? Een studie naar de samenhang tussen kennis, gelegenheid, motivatie en online gedrag van Nederlanders. Den Haag, Nederland: Centre of Expertise Cybersecurity, De Haagse Hogeschool & Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).