Vertrouwen in de wetenschap
Status: Lopend
Het Rathenau Instituut vraagt sinds 2012 aan Nederlanders hoeveel vertrouwen zij hebben in de wetenschap en in een aantal andere instituties. Ook zoomt het instituut in op deelonderwerpen, zoals de relatie tussen onderzoek in opdracht van de overheid en vertrouwen, en de relatie tussen misinformatie en vertrouwen.
Waarom dit project?
Voor het goed functioneren van wetenschap in de samenleving is publiek vertrouwen in de wetenschap essentieel. Daarom vraagt het Rathenau Instituut sinds 2012 periodiek aan een representatieve steekproef van de Nederlandse bevolking hoeveel vertrouwen zij hebben in de wetenschap.
Van 2012 tot 2025: elke drie à vier jaar een nieuwe steekproef
Tussen 2012 en 2025 voerden we het onderzoek elke drie of vier jaar uit. Daarbij legden we onze vragenlijst telkens aan een nieuwe steekproef uit de Nederlandse bevolking voor. Weging zorgde ervoor dat de steekproef representatief was voor de gehele bevolking. Daardoor konden we veranderingen in het vertrouwen in de wetenschap op het niveau van de gehele Nederlandse bevolking meten.
Vanaf 2025: elk jaar dezelfde groep
In 2025 hebben we, voorlopig voor het laatst, een geheel nieuwe steekproef genomen uit de bevolking. Vanaf 2025 voeren we namelijk vier jaar achter elkaar een meting uit binnen dezelfde steekproef. Door metingen binnen dezelfde steekproef uit te voeren, kunnen we op het niveau van individuele mensen analyseren hoe het vertrouwen in de wetenschap jaar op jaar verandert. Ook kunnen we kijken welke factoren verband houden met (eventuele) veranderingen in het vertrouwen in de wetenschap.
2021: extra aandacht voor onderzoek in opdracht van de overheid
In 2021 deden we, naast de reguliere enquête, een kwalitatieve studie naar het publieke vertrouwen in wetenschap. We gingen daar onder andere in op onderzoek in opdracht van de overheid. We spraken in focusgroepen met burgers met diverse achtergronden en opvattingen over hun vertrouwen in de wetenschap. We onderzochten wanneer ze de wetenschap vertrouwen, maar ook aan welke voorwaarden moet worden voldaan zodat burgers dat vertrouwen behouden als wetenschappelijk onderzoek wordt gedaan in opdracht van de overheid. Uit onze studie kwam onder andere naar voren dat het vertrouwen van burgers daalt als de scheidslijn tussen wetenschap en politiek vervaagt.
2026: extra aandacht voor sociale media en misinformatie
In 2026 onderzochten we, naast onze reguliere enquête, welke relaties er zijn tussen het socialemediagebruik van Nederlanders, hun geloof in wetenschappelijke misinformatie, hun vertrouwen in de wetenschap en de diversiteit van hun wetenschappelijk informatiedieet. We publiceerden in het rapport Wikken en weten de analyse van circa 8.500 vragenlijsten en de resultaten van zeven focusgroepen, waarin deelnemers verschillende socialemediaberichten kregen voorgelegd. Uit de studie bleek dat of mensen misinformatie op sociale media geloven voor een belangrijk deel samenhangt met hun ervaringen in de offline wereld. Wie negatieve gevolgen van misinformatie op sociale media wil bestrijden, moet dus een brede aanpak hanteren, waarin ook aandacht is voor de voedingsbodem bij de ontvangers.