calendar tag arrow download print
Doorgaan naar inhoud

Praktijkgericht onderzoek hogescholen

factsheet
13 februari 2025
onderzoek Hogescholen

Foto: Marieke Barendse

Image
Haagse Hogeschool - Marieke Barendse.jpg
Het praktijkgericht onderzoek aan hogescholen kenmerkt zich door het centraal stellen van de verbinding met de beroepspraktijk en het onderwijs. Sinds het begin van deze eeuw heeft het praktijkgericht onderzoek zich sterk ontwikkeld. Het aantal lectoren groeide tot en met 2009 snel: van 270 personen in 2007 naar 486 in 2009. Hierna zet de groei gestaag door. In 2023 tellen de hogescholen gezamenlijk 772 lectoren. De afgelopen jaren is de focus verschoven van het bouwen van de fundamenten naar de professionalisering en versterking van het praktijkgericht onderzoek.

In het kort

  • In 2023 besteedden de hogescholen in totaal 447 miljoen euro aan praktijkgericht onderzoek.
  • 772 lectoren besteedden 539 fte aan onderzoek (2023).
  • In 2023 is het totale aantal fte's aan personeel bij de lectoraten toegenomen met 11% ten opzichte van 2022.

Inleiding

Praktijkgericht onderzoek is een relatief nieuwe taak voor hogescholen. In 2001 sloten de minister van OCW en de HBO-raad (rechtsvoorganger van de Vereniging Hogescholen (VH)) een convenant om de kennisfunctie van hogescholen te verstevigen door het benoemen van lectoren en het ontwikkelen van lectoraten, ook wel kenniskringen genoemd. Sinds de afsluiting van dit convenant worden er door de Rijksoverheid structurele en tijdelijke middelen vrijgemaakt voor de ontwikkeling van deze onderzoeksfunctie, die we vandaag kennen als het praktijkgericht onderzoek.

Zo is er in het Bestuursakkoord hoger onderwijs en wetenschap in 2022 afgesproken dat de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) jaarlijks 100 miljoen zal investeren in de eerste en tweede geldstroom van het praktijkgericht onderzoek. In 2023 zijn deze middelen voor het eerst volledig uitgekeerd. In het bestuursakkoord is eveneens vastgelegd dat de VH de monitoring van de inzet van de middelen voor onderzoek zal verbeteren. In opdracht van de VH heeft het Rathenau Instituut daarom in 2025 de tweede Monitor praktijkgericht onderzoek uitgebracht.

Het praktijkgericht onderzoek kenmerkt zich door het centraal stellen van de verbinding van praktijkgericht onderzoek met de beroepspraktijk en het onderwijs. Om die verbinding mogelijk te maken zijn netwerken essentieel: verbinding en samenwerking met de beroepspraktijk en het onderwijs en andere kennisinstellingen die werken aan dezelfde of aangrenzende thema’s. Daarom vindt praktijkgericht onderzoek, van de vraagstelling tot implementatie van het eindproduct, bijna altijd plaats in netwerken van partijen uit onderwijs, onderzoek en de beroepspraktijk.

Middelen voor praktijkgericht onderzoek nemen toe

De drie grootste financieringsstromen van lectoraten zijn de eerste geldstroom, de tweede geldstroom en de derde geldstroom. Zoals onderstaande figuur laat zien, zijn de totale middelen besteed aan praktijkgericht onderzoek over de periode 2009-2023 meer dan verviervoudigd. De middelen voor praktijkgericht onderzoek stegen van 101 miljoen euro in 2009 naar 447 miljoen euro in 2023.

In 2023 namen de totale middelen ten opzichte van 2022 toe met 27%. Met name de eerste geldstroom is door de extra investeringen vanuit het Bestuursakkoord hoger onderwijs en wetenschap 2022 gestegen. Bijna 60 procent van de onderzoeksmiddelen is afkomstig uit de eerste geldstroom (rijksbijdrage), een derde uit de tweede geldstroom en minder dan een tiende uit de derde geldstroom en overige middelen. De eerste, tweede en derde geldstroom stegen met respectievelijk 34%, 22% en 8% ten opzichte van 2022. In 2022 was dit ten opzichte van 2021 respectievelijk 16%, 19% en 4%. 

De totale middelen besteed aan praktijkgericht onderzoek zijn tussen 2009 en 2023 meer dan verviervoudigd

Created with Highcharts 11.4.0Chart context menuMiddelen voor praktijkgericht onderzoek (in miljoenen euro)Overig3e geldstroom2e geldstroom1e geldstroom2009201020112012201320142015201620172018201920202021202220230100200300400500

Hogescholen leggen zelf, relatief gezien, minder middelen bij

Dankzij de extra middelen uit het bestuursakkoord hoeven de hogescholen relatief minder bij te leggen vanuit de rijksbijdrage die eigenlijk bestemd is voor onderwijsactiviteiten. De hogescholen doen dit om het praktijkgericht onderzoek een extra impuls te geven. In 2022 was 38% van de totaal ingezette middelen in de eerste geldstroom afkomstig uit aanvullende middelen, bestemd voor onderwijsactiviteiten. In 2023 nam dit aandeel af, namelijk tot 29% van de totaal ingezette middelen uit de eerste geldstroom. De absolute bijdrage blijft echter gelijk aan de bijdrage van 2022: ongeveer 75 miljoen euro. 

Aantal lectoren toegenomen

Daarnaast leiden de extra middelen tot een toename in onderzoekspersoneel. Onderstaande figuur toont de groei van het aantal lectoren, zowel in aantal personen als in fte. Tot en met 2009 groeide het aantal lectoren snel: van 270 personen in 2007 naar 486 in 2009. Hierna zet de groei gestaag door. In 2023 tellen de hogescholen gezamenlijk 772 lectoren (+7% ten opzichte van 2022). De focus in de ontwikkeling van de lectoraten is de afgelopen jaren verder verschoven van groei naar bestendiging via een stevigere inbedding en professionalisering.

Created with Highcharts 11.4.0Chart context menuDe ontwikkeling van het aantal lectoren in personen en ftePersonenin FTE2007200820092010201120122013201420152016201720182019202020212022202302004006008001000

Tussen 2009 en 2023 kwam er 286 fte aan lectoren bij. Het aantal fte lectoren groeide met 5% tot 11% per jaar in deze periode. De gemiddelde deeltijdfactor varieerde van 0,53 (2010) tot 0,70 (2023). In 2023 was de groei ten opzichte van 2022 sterk, namelijk 11% (fte). Dat het aantal fte lectoren harder steeg dan het aantal lectoren in personen, komt doordat lectoren gemiddeld een grotere omvang (fte) kregen in hun lectoraats-aanstelling.

In 2022 had 80% van de lectoren een vaste aanstelling. In 2023 daalde het aandeel lectoren met een vaste aanstelling naar 67%. Nieuw aangestelde lectoren hebben vaker een tijdelijke aanstelling. In 2023 had bijna een derde van de lectoren, net als in 2022, een dubbelaanstelling (lectorenbestand, Regieorgaan SIA). Hierbij heeft de lector naast de aanstelling bij de hogeschool, ook een aanstelling bij het bedrijfsleven, universiteit of een andere instelling. In 2023 was 41% vrouw (2022: 42%). In 2019 was dit 39%.  

85% van de lectoren gaf in 2023 aan in meer dan één onderwijssector actief te zijn. In onderstaande figuur zien we dat binnen bèta en techniek, sociale studies, gezondheidszorg en economie de meeste lectoren actief zijn. Daarnaast zien we dat de sectoren agro en food, sociale studies, gezondheidszorg en kunst bovengemiddeld veel lectoren kennen in verhouding tot het aandeel studenten. Binnen de sector economie ligt het aandeel lectoren ten opzichte van het aandeel studenten onder het gemiddelde. Dit komt overeen met het beeld uit 2022.

85% van de lectoren is in meer dan één sector actief

Created with Highcharts 11.4.0Chart context menuPercentage lectoren dat aangeeft onderzoek uit te voeren in de betreffende sector en aandeel studenten per sectorAandeel lectorenAandeel studentenSociale studiesGezondheidszorgBèta/techniekEconomieOnderwijsAgro/foodKunst00,10,20,30,4

Omvang lectoraten neemt toe

Het lectoraat is de basis van het praktijkgericht onderzoek. Elk lectoraat bestaat naast een of meerdere lectoren ook uit docent-onderzoekers, promovendi, postdocs en ondersteunend personeel. Het personeel aan lectoraten heeft veelal een deeltijdaanstelling voor hun werk voor het lectoraat. Zo is de gemiddelde deeltijdfactor onder docent-onderzoekers 0,34 en onder promovendi 0,45. We kijken daarom voor een beeld van de algehele ontwikkeling over de tijd naar de ontwikkeling van het aantal fte. 

In onderstaande figuur zien we dat niet alleen het aantal lectoren groeit, maar ook het overige betrokken personeel. Wanneer we kijken naar de ontwikkeling van het personeel aan lectoraten, zien we een stijging van 11% (in fte’s) van het totale aantal fte’s in 2023 ten opzichte van 2022. 

Het aantal fte ondersteunend personeel nam procentueel gezien het meest toe: met 27%. Maar in absolute zin stijgt het aantal docent-onderzoekers het meest (van 1.697 fte in 2022 naar 1.891 fte in 2023). Bij docent-onderzoekers is, dankzij de extra middelen, de focus meer verschoven richting onderzoek. Zij krijgen gemiddeld meer tijd voor onderzoek binnen hun aanstelling.

Wat verder nog opvalt, is de daling van het aantal postdocs. Tot 2021 bood de hbo-postdoc-regeling een tegemoetkoming voor het aanstellen van een postdoc voor 2 jaar. Postdocs die met deze regeling zijn aangesteld, waren in 2023 klaar. Dit verklaart mogelijk de daling van het aantal postdocs (-28% in 2023 ten opzichte van 2022).

In 2023 startte daarnaast een pilot voor de functie van professional doctorate, een doctoraatstraject aan een hogeschool. In 2023 zijn de eerste 32 kandidaten bij vijftien hogescholen gestart in de zeven domeinen waarin de pilot plaatsvindt.

Created with Highcharts 11.4.0Chart context menuTotaal personeel praktijkgericht onderzoek (fte)LectorenDocent-onderzoekersPromovendiPostdocsOndersteuning20092010201120122013201420152016201720182019202020212022202301k2k3k4k

Verbinding met het onderwijs

Het onderwijs aan de hogescholen bereidt studenten voor op de beroepspraktijk. Een hoge kwaliteit van het onderwijs en goede aansluiting bij de beroepspraktijk vragen om continue vernieuwing van het curriculum. Dat de hogescholen het belangrijk vinden om te investeren in de verbinding van het praktijkgericht onderzoek met het onderwijs, blijkt mede uit de enquête van de Vereniging van Lectoren. Volgens 76% van de lectoren wordt vanuit de hogeschool namelijk gestuurd op deze verbinding. Dat gebeurt op verschillende manieren, zoals de ontwikkeling van nieuw lesmateriaal (volgens 81% van de lectoren), via lesgeven (88%), door middel van het opleiden van docent-onderzoekers (75%) en middels stages en scriptiebegeleiding (77%) (Uitkomsten survey facilitering van lectoren, Vereniging van lectoren 2024). 

Een maat voor de verbinding van onderzoek met onderwijs is het aantal studenten per lector. Het aantal studenten per lector (fte) verbeterde van 1388 in 2011 via 986 in 2022 naar 860 in 2023. Er zijn grote verschillen tussen de sectoren en hogescholen in het aantal studenten per fte lector. Om een streefwaarde van 720 studenten per 1 fte lector te bereiken, zou 104 fte aan lectoren extra nodig zijn ten opzichte van de lector-student ratio in 2023. Om op termijn de lector-student ratio van 1:500 te bereiken, zou dan ten opzichte van de lector-student ratio in 2023 nog 386 fte aan lectoren extra nodig zijn en het daarbij benodigde onderzoeks- en ondersteunend personeel.

Het aantal en de focus van de Centres of Expertise blijft stabiel

Het praktijkgericht onderzoek aan hogescholen werkt toe naar volwaardige integratie in het kennisecosysteem op regionaal, nationaal en internationaal niveau. Dit betekent dat hogescholen door andere kennisinstellingen steeds meer gezien worden als volwaardige kennispartner bij de aanpak van maatschappelijke vraagstukken. We zien dat hogescholen in 2023 vaker betrokken zijn bij een gehonoreerde aanvraag dan in 2022. Ook is er meer nadruk op het verbinden van nationale expertise met relevante Europese ontwikkelingen.

Hogescholen hebben in de afgelopen jaren een eigen profiel ontwikkeld waarbij keuzes zijn gemaakt op het gebied van onderwijsaanbod, onderzoek en zwaarte­puntvorming. Een manier waarop zij specifiek invulling kunnen geven aan deze zwaartepunten is middels de Centres of Expertise. Daarbij werken bedrijven, onderzoekers, docenten, studenten en beroepsprofessionals in publiek-private of publiek-publieke ecosystemen samen aan maatschappelijke uitdagingen en transities. De Centres of Expertise hebben een aanzienlijke omvang en benaderen complexe maatschappelijke uitdagingen vanuit meerdere disciplines. 

In 2023 waren er 46 Centres of Expertise (zie onderstaande figuur). Het aantal Centres of Expertise blijft in de laatste jaren redelijk stabiel. Dat is een teken dat de hogescholen vasthouden aan hun gekozen profiel. Ook is het een aanwijzing dat de focus van het praktijkgericht onderzoek is verschoven van het leggen van een basis naar professionalisering en versterking.

Created with Highcharts 11.4.0Chart context menuOntwikkeling van het aantal Centres of ExpertiseCentres of expertise/hbo initiatief20112012201320142015201620172018201920202021202220230102030405060