De loopbaan van gepromoveerden
De promotie, ook wel het doctoraat of Doctor of Philosophy (PhD) genoemd, is het hoogste wetenschappelijke opleidingsniveau en geeft toegang tot een wetenschappelijke carrière. In deze factsheet kijken we naar het aandeel gepromoveerden in Nederland in vergelijking met dat in andere referentielanden. Ook laten we zien wat de toegevoegde waarde is van een promotie.
In het kort
- Nederland heeft een relatief klein aandeel gepromoveerden in de beroepsbevolking in vergelijking tot andere landen.
- Ondanks de hoge ervaren werkdruk, zijn gepromoveerden over het algemeen tevreden over hun promotietraject.
- Het merendeel van de gepromoveerden vindt de voorbereiding op een loopbaan buiten de wetenschap onvoldoende; toch werkt meer dan twee derde buiten de academische wereld.
Introductie
Het aantal promoties per jaar in Nederland is in 25 jaar ruim verdubbeld. In 2024 vonden er bijna 5.600 promoties plaats (CBS). Na de promotie is er niet voor iedereen plaats binnen de academische wereld. De meerderheid van de gepromoveerden gaat dan ook op zoek naar een baan buiten de universiteit of een umc (universitair medisch centrum).
Nederland heeft relatief weinig gepromoveerden in de beroepsbevolking
In het publieke debat wordt regelmatig de vraag gesteld of de groei van het aantal gepromoveerden in Nederland wel verantwoord is. Deze groei zou zorgen voor een overschot aan onderzoekers die meedingen naar een beperkt aantal posities op de universitaire arbeidsmarkt, wat mogelijk leidt tot onnodige competitie. Eerder zagen we al dat de totale aanvraagdruk van financiering groter is geworden en de honoreringskansen hiermee zijn afgenomen (Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO)).
Toch blijkt dat Nederland in vergelijking met andere referentielanden relatief weinig gepromoveerden kent in de beroepsbevolking. Nederland staat met 1,2% gepromoveerden in de leeftijdsgroep van 25 tot 64 jaar op een gedeelde twaalfde plek in 2023. In 2015 stond Nederland met 0,7% gepromoveerden op een veertiende plek. In de tussenliggende jaren varieerde de positie van Nederland van een twaalfde tot zestiende plek.
In vergelijking met andere referentielanden kent de Nederlandse beroepsbevolking relatief weinig gepromoveerden
| 2015 | 2023 | |
| ZWI | 2,8 | 3,3 |
| ZWE | 1,5 | 2,2 |
| VS | 1,6 | 2,1 |
| DUI | 1,3 | 1,9 |
| VK | 1,3 | 1,8 |
| DEN | 1,0 | 1,6 |
| IER | 0,9 | 1,6 |
| AUS | 1,3 | 1,5 |
| NOO | 1,0 | 1,4 |
| FIN | 1,4 | 1,4 |
| OESO-gemiddelde | 1,0 | 1,3 |
| OOS | 1,0 | 1,2 |
| NED | 0,7 | 1,2 |
| BEL | 0,6 | 1,2 |
| FRA | 0,8 | 1,1 |
| SPA | 0,6 | 0,9 |
| ITA | 0,4 | 0,6 |
Wanneer we vervolgens kijken naar het aantal gepromoveerden tussen de 25 en 34 jaar dan zien we dat Nederland met 1,9 gepromoveerden per 1.000 personen een vierde plek inneemt tussen de referentielanden, ook boven het gemiddelde van de EU-27 en onder Zwitserland, Duitsland en Denemarken. De groei van het aantal nieuw gepromoveerden zorgt ervoor dat Nederland inloopt op het totale aandeel gepromoveerden en daarmee de afstand tot andere referentielanden verkleint. Wanneer we kijken naar het aandeel gepromoveerden in de totale beroepsbevolking zien we namelijk dat Nederland in 2021 drie plekken is opgeschoven ten opzichte van 2020. Dat Nederland in 2023 op de twaalfde plek staat komt doordat het aandeel gepromoveerden in de leeftijdsgroep boven 34 jaar in andere landen nog steeds hoger ligt. Naar verwachting zal de inhaalslag met de jaren beter zichtbaar worden. Het grootste aandeel promoties in Nederland vindt plaats binnen het wetenschapsgebied gezondheid, waar een promotie vaak een opstap is voor een carrière als medisch specialist.
| 2015 | 2022 | |
| ZWI | 2,6 | 3 |
| DUI | 2,3 | 2 |
| VK | 1,9 | 2 |
| NED | 1,9 | 1,9 |
| DEN | 2,3 | 1,8 |
| IER | 1,4 | 1,5 |
| BEL | 1,4 | 1,5 |
| FRA | 1,2 | 1,5 |
| ZWE | 1,7 | 1,3 |
| EU-27 gemiddelde | 1,3 | 1,3 |
| OOS | 1,4 | 1,2 |
| SPA | 1,1 | 1,2 |
| ITA | 1,2 | 1,1 |
| NOO | 0,9 | 1,1 |
| FIN | 1,3 | 0,9 |
Merendeel heeft een hoge werkdruk ervaren tijdens promotietraject
De gemiddelde leeftijd waarop de doctorstitel behaald wordt is 33 jaar (CBS). Het grootste deel van de promovendi heeft 5,1 jaar nodig om te promoveren (Universiteiten van Nederland (UNL)). Maar een contractduur van vier jaar is gebruikelijk.
Het CBS concludeerde dan ook dat 68% van de gepromoveerden die de afgelopen tien jaar hun promotieonderzoek hebben afgerond de werkdruk tijdens het promotietraject als (zeer) hoog heeft ervaren. Bij mannen gaat het om 63% terwijl 72% van de vrouwen de werkdruk als (zeer) hoog heeft ervaren. In de vorige editie van de gepromoveerden enquête van het CBS (uit 2019) kwam ook al naar voren dat vrouwen vaker te maken hebben met lichamelijke en psychische klachten dan mannen als gevolg van een hoge werkdruk. Tot slot zijn vrouwen tijdens hun promotietraject vaker ontevreden over de werk-privébalans dan mannen.
Van de promovendi die bevraagd zijn in de landelijke promovendi-enquête geeft 42% aan de werkdruk hoog te vinden en 8% te hoog. Werknemer-promovendi ervaren vaker een hoge werkdruk dan de andere typen promovendi en promovendi die verder in hun promotietraject zijn ervaren vaker een hogere werkdruk dan startende promovendi.
Naast een hoge werkdruk, geeft 35% van de gepromoveerden aan ongewenst gedrag te hebben ervaren tijdens het promotietraject. Vrouwen hebben hier vaker mee te maken gehad dan mannen. Zo geeft 21% van de vrouwen aan dat zij ervaring hebben met pesten tijdens het promotietraject tegenover 14% van de mannen. Voor discriminatie en seksuele intimidatie zijn deze percentages respectievelijk 21% tegenover 9% en 11% tegenover 1%.
Ondanks de hoge ervaren werkdruk en ervaringen rondom ongewenst gedrag zijn gepromoveerden over het algemeen tevreden over hun promotietraject. Van alle gepromoveerden geeft namelijk 90% aan tevreden terug te kijken op het promotietraject. Daarnaast zou 80% opnieuw kiezen voor een promotietraject.
Ook promovendi zijn tevreden. De gemiddelde score van het promotietraject is 7,2 (op een schaal van 1 tot 10). Daarbij zijn beurspromovendi het meest tevreden en buitenpromovendi het minst. Ook geven promovendi in het eerste jaar van hun traject hun promotie vaker een hogere score. Promovendi zijn redelijk tevreden met de begeleiding die zij krijgen. Binnen de steekproef is 43% van de promovendi tevreden en 34% is zeer tevreden.
Wanneer promovendi gevraagd wordt naar welzijn, geeft bijna de helft (47%) aan het eigen welzijn te beoordelen als goed en 13% zelfs als erg goed, 29% beoordeelt het als redelijk, 10% als slecht en 2% als zeer slecht. Starters beoordelen hun welzijn hoger dan promovendi die zich verder in het promotietraject bevinden.
Ondanks de hoge ervaren werkdruk, zijn gepromoveerden over het algemeen tevreden over hun promotietraject
Meerderheid gepromoveerden werkt buiten de wetenschap
Wanneer promovendi gevraagd wordt naar hun loopbaan-ambities, geeft iets meer dan 60% van de promovendi aan een carrière te ambiëren binnen de wetenschap: 36% binnen de universiteit en 25% buiten de universiteit. Ongeveer een vijfde van de promovendi ambieert een carrière buiten de wetenschap en eenzelfde aandeel geeft aan dit nog niet te weten (Promovendi-enquête Nederland, UNL 2023). Na de promotie is er echter onvoldoende plaats voor iedereen binnen de academische setting, minder dan een derde van de gepromoveerden blijft werkzaam aan een universiteit of umc. Om promovendi voor te bereiden op een carrière buiten de universiteit of het umc, is het daarom van groot belang om loopbaanactiviteiten aan te bieden die aansluiten op de mogelijkheden van jonge onderzoekers buiten de wetenschap.
Wanneer gevraagd wordt of gepromoveerden vinden dat zij tijdens hun promotietraject adequaat werden voorbereid op een carrière buiten de academische wereld, geeft slechts 19% aan daarop voldoende te zijn voorbereid. Over de voorbereiding op een loopbaan binnen de wetenschap zijn zij vaker tevreden. Zo’n 44% geeft aan tijdens de promotie voldoende voorbereid te zijn op een carrière binnen de wetenschap. Onder wo-master afgestudeerden is de tevredenheid over het opdoen van vaardigheden voor de arbeidsmarkt vergelijkbaar met de ervaren voorbereiding van de gepromoveerden op een baan binnen de wetenschap: 39% van de wo-master afgestudeerden is (zeer) tevreden tegenover 31% van de wo-master afgestudeerden die (zeer) ontevreden is (Nationale Alumni enquête 2023, UNL).
De meeste gepromoveerden zijn onvoldoende voorbereid op een carrière buiten de wetenschap
Arbeidsdeelname van gepromoveerden is hoog
De arbeidsdeelname van gepromoveerden is, net als in 2014 en 2019, hoog. Van alle gepromoveerden had 95% een betaalde baan in 2025. Onder de totale groep van hoogopgeleiden tussen de 15 en 75 jaar, die is samengesteld uit personen met een hbo- of wo-diploma én gepromoveerden, had 83% in het 4e kwartaal van 2025 een baan. Onder de totale bevolking tussen de 15 en 75 jaar was dit 73%. Een promotie lijkt dus van meerwaarde te zijn voor het vinden van een betaalde baan. Van alle gepromoveerden met een baan werkt uiteindelijk 69% buiten de academische wereld. Gepromoveerden werken het meest in de gezondheidszorg of het onderwijs. Wanneer we kijken naar de aard van het werk, geeft 70% van de gepromoveerden aan onderzoekswerkzaamheden uit te voeren. Het gaat dan bijvoorbeeld om het leiden van onderzoeksprojecten of het ontwikkelen van nieuwe kennis of producten.
Mannen doen vaker onderzoeksgerelateerd werk dan vrouwen: 75% van de mannen tegenover 63% van de vrouwen. Dit verschil kan verklaard worden door de richting waarin mannen en vrouwen promoveren. Zo promoveren er relatief veel mannen in de richting Techniek en Informatica. Gepromoveerden uit dit vakgebied geven vaker aan onderzoeksgerelateerde werkzaamheden uit te voeren. Bij de richting Gezondheid en Welzijn wordt minder vaak aangegeven dat er onderzoeksgerelateerde werkzaamheden worden uitgevoerd. In dit gebied promoveren relatief veel vrouwen.
Gepromoveerden hebben vaker een vaste aanstelling dan niet-gepromoveerden
Hoewel promovendi tijdens hun promotietraject te maken hebben met een tijdelijke aanstelling, geeft 75% van alle gepromoveerden met een betaalde baan aan een vast contract te hebben tegenover 62% van de totale groep hoogopgeleiden en 57% van de totale bevolking. Hieruit blijkt eveneens de meerwaarde van een doctorstitel. In tegenstelling tot 2019, zien we geen verschil in het aandeel vaste contracten tussen mannen en vrouwen.
Voor jonge onderzoekers is het moeilijker om een vaste aanstelling te bemachtigen. Van de gepromoveerden die 5 jaar of korter geleden zijn gepromoveerd heeft 62% een vaste aanstelling. Onder gepromoveerden die langer dan 5 jaar geleden zijn gepromoveerd is dit 79%. Een vergelijkbaar beeld schetsen we op basis van de personeelsdata van de universiteiten (UNL; WOPI-database), waarin we een groter aandeel vaste contracten zien naarmate men stijgt op de carrièreladder.
Het CAO-akkoord 2021-2022 van de Nederlandse universiteiten beoogt bij te dragen aan het bewerkstelligen van meer vaste contracten. Afgesproken is dat universitair docenten, universitair hoofddocenten en hoogleraren in principe na een jaar in vaste dienst komen. Wanneer het gaat om een eerste aanstelling bij een universiteit is deze termijn anderhalf jaar. Ook wetenschappelijk personeel met een toegekende Vidi-beurs komt in vaste dienst.
| Vaste aanstelling | |
| Totaal | |
| Gepromoveerden | 75,3 |
| Hoogopgeleiden | 62,1 |
| Totale beroepsbevolking | 57,1 |
| Mannen | |
| Gepromoveerden | 75,6 |
| Hoogopgeleiden | 61,6 |
| Totale beroepsbevolking | 55,9 |
| Vrouwen | |
| Gepromoveerden | 74,8 |
| Hoogopgeleiden | 62,6 |
| Totale beroepsbevolking | 58,3 |
Hoger inkomen op lange termijn compenseert het relatief lagere inkomen bij de start
Uit onderzoek van het Centraal Planbureau (CPB) blijkt dat promovendi tijdens hun promotietraject en in de eerste jaren daarna minder verdienen dan werknemers met een masterdiploma die een andere functie vervullen. Vanaf elf jaar werkervaring verdienen promovendi op jaarbasis meer dan werknemers die alleen een masterdiploma hebben behaald. Dit hogere jaarinkomen compenseert gedurende latere jaren de initiële inkomensderving. Ten opzichte van werknemers met alleen een masterdiploma werken gepromoveerden minder vaak in de private sector waar de inkomens hoger liggen. Dit komt mogelijk door het type vaardigheden dat gepromoveerden hebben opgedaan tijdens hun promotietraject.
Het mediaan persoonlijk primair jaarinkomen van gepromoveerden met een betaalde baan op 1 december 2018 bedroeg ongeveer 84 duizend euro (gemiddeld: 98 duizend euro). Gepromoveerden die werken aan een universiteit of umc hebben een vrijwel even hoog mediaan inkomen als zij die buiten de academische setting werkzaam zijn: 85 duizend tegenover 84 duizend euro (Gepromoveerde enquête 2019, CBS).
Buitenlandse gepromoveerden verdienen meer dan gepromoveerden van Nederlandse afkomst
Het aandeel buitenlandse promovendi wordt steeds groter. In 2024 was 58% van de promovendi van buitenlandse afkomst (UNL; WOPI-database). Het CBS beschikt niet over informatie over personen die in het buitenland zijn gepromoveerd en personen die in Nederland zijn gepromoveerd maar woonachtig zijn in het buitenland. Resultaten in deze factsheet zijn daarom gebaseerd op personen die in Nederland gepromoveerd zijn en tevens woonachtig zijn in Nederland. Het CPB concludeerde wel dat 32% van de buitenlandse promovendi na 10 jaar nog steeds werkzaam is in Nederland. Gepromoveerden uit het buitenland zijn relatief vaak werkzaam in de private sector en hebben daarom gemiddeld een hoger loon dan gepromoveerden van Nederlandse afkomst.
Tot slot
In het publieke debat wordt regelmatig de vraag gesteld of de groei van het aantal gepromoveerden in Nederland wel verantwoord is. In deze factsheet laten we zien dat Nederland in vergelijking met andere EU-landen echter nog relatief weinig gepromoveerden heeft in de totale beroepsbevolking per 1.000 personen.
Daarnaast blijkt uit het Gepromoveerdenonderzoek van het CBS uit 2019 en 2025 dat de arbeidsdeelname hoog is. Het aandeel gepromoveerden met een betaalde baan is hoger dan het aandeel personen met een betaalde baan onder de totale bevolking. Het percentage vaste contracten is eveneens hoger onder gepromoveerden in vergelijking met de totale beroepsbevolking. Gepromoveerden hebben een goede positie op de arbeidsmarkt.
Tot slot geeft bijna driekwart van de gepromoveerden aan dat zij in hun huidige functie nog steeds onderzoeksgerelateerde werkzaamheden verrichten. Hoewel dit vaker buiten de academische setting plaatsvindt, kunnen gepromoveerden de vaardigheden die zij hebben opgedaan tijdens de promotie dus nog steeds goed benutten. Daarnaast zijn zij, ondanks een hoge ervaren werkdruk, tevreden over hun promotietraject. Wel geven gepromoveerden aan onvoldoende te worden voorbereid tijdens hun promotietraject op een positie buiten de academische wereld. Tijdens het promotietraject zou daarom meer aandacht moeten zijn voor de voorbereiding op een positie buiten de academische wereld.
Hiermee concluderen we dat de groei in promoties van meerwaarde is voor zowel de maatschappij als de gepromoveerden zelf. De verworven onderzoekskwaliteiten van gepromoveerden worden nog steeds ingezet binnen de maatschappij en uit de hoge arbeidsdeelname blijkt dat er voldoende vraag is naar een goed opgeleide bevolking. Gepromoveerden hebben goede loopbaankansen en zijn over het algemeen tevreden.
Bronnen
Centraal bureau voor de statistiek (CBS).
Eurostat, Eurobase.
Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO).Vereniging van Nederlandse Universiteiten (UNL), feiten en cijfers.
Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO).
Centraal Planbureau (CPB).
CBS. Resultaten gepromoveerden onderzoek 2019.
CBS. Resultaten gepromoveerden onderzoek 2025.
UNL. Nationale Alumni Enquête 2023.
UNL. Landelijke promovendi-Enquête 2023.
CPB. De economische effecten van buitenlandse promovendi (2016).