calendar tag arrow download print
Doorgaan naar inhoud

De loopbaan van gepromoveerden

factsheet
05 april 2022
universiteit Wetenschap promoveren

Shridhar Gupta / Unsplash

Image
Loopbaan van gepromoveerden
De promotie, ook wel het doctoraat of Doctor of Philosophy (PhD) genoemd, is het hoogste wetenschappelijke opleidingsniveau en geeft toegang tot een wetenschappelijke carrière. In deze factsheet kijken we naar het aandeel gepromoveerden in Nederland in vergelijking met dat in andere EU-landen. Ook laten we zien wat de toegevoegde waarde is van een promotie.

In het kort

  • Nederland heeft een relatief klein aandeel gepromoveerden in de beroepsbevolking in vergelijking tot andere landen.
  • Ondanks de hoge ervaren werkdruk, zijn gepromoveerden over het algemeen tevreden over hun promotietraject.
  • Het merendeel van de gepromoveerden vindt de voorbereiding op een loopbaan buiten de wetenschap onvoldoende; toch werkt bijna twee derde buiten de academische wereld.

Introductie

Het aantal promoties per jaar in Nederland is in 25 jaar ruim verdubbeld. In 2021 vonden er meer dan 5.000 promoties plaats (CBS). Na de promotie is er niet voor iedereen plaats binnen de academische wereld. De meerderheid van de gepromoveerden gaat dan ook op zoek naar een baan buiten de universiteit of een umc (universitair medisch centrum).

Nederland heeft relatief weinig gepromoveerden in de beroepsbevolking

In het publieke debat wordt regelmatig de vraag gesteld of de groei van het aantal gepromoveerden in Nederland wel verantwoord is. Deze groei zou zorgen voor een overschot aan onderzoekers die meedingen naar een beperkt aantal posities op de universitaire arbeidsmarkt, wat mogelijk leidt tot onnodige competitie. Eerder zagen we al dat de totale aanvraagdruk van financiering groter is geworden en de honoreringskansen hiermee zijn afgenomen (Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO)).

Toch blijkt dat Nederland in vergelijking met andere EU-landen relatief weinig gepromoveerden kent in de beroepsbevolking. Nederland staat met 0,9% gepromoveerden in de leeftijdsgroep van 25 tot 64 jaar op een veertiende plek in 2020, ver beneden het OESO gemiddelde (1,3%). In 2014 stond Nederland met 0,6% gepromoveerden eveneens op een veertiende plek. In de tussenliggende jaren varieerde de positie van Nederland van een twaalfde tot vijftiende plek.

In vergelijking met andere EU-landen kent de Nederlandse beroepsbevolking relatief weinig gepromoveerden

Wanneer we vervolgens kijken naar het aantal gepromoveerden tussen de 25 en 34 jaar dan zien we dat Nederland met 1,8 gepromoveerden per 1.000 personen een vijfde plek inneemt, boven het gemiddelde van de EU-27 en onder Zwitserland, Duitsland, Denemarken en het Verenigd Koninkrijk. De groei van het aantal nieuw gepromoveerden zorgt er mogelijk voor dat Nederland inloopt op het totale aandeel gepromoveerden en daarmee de afstand tot andere EU-landen verkleint. Deze inhaalslag is nu nog niet terug te zien in de positie van Nederland ten aanzien van het aandeel gepromoveerden in de totale beroepsbevolking. Dit komt doordat het aandeel gepromoveerden in de leeftijdsgroep boven 34 jaar in andere landen nog steeds hoger ligt. Het grootste aandeel promoties in Nederland vindt plaats binnen het wetenschapsgebied gezondheid, waar een promotie vaak een opstap is voor een carrière als medisch specialist. 

Merendeel heeft een hoge werkdruk ervaren tijdens promotietraject

De gemiddelde leeftijd waarop de doctorstitel behaald wordt is 33 jaar (CBS). Het grootste deel van de promovendi heeft 5,1 jaar nodig om te promoveren (Vereniging van Universiteiten (VSNU)). Maar een contractduur van vier jaar is gebruikelijk.

Het CBS concludeerde dan ook dat 60% van de gepromoveerden de werkdruk tijdens het promotietraject als (zeer) hoog heeft ervaren. Vrouwen hadden vaker dan mannen te maken met lichamelijke en psychische klachten als gevolg van een hoge werkdruk tijdens het promotieonderzoek. Naast de hoge werkdruk geven gepromoveerden aan ontevreden te zijn over de werk-privébalans tijdens hun promotietraject. Wederom geldt dat vrouwen hier meer last van hebben ondervonden dan mannen. Respectievelijk 31% en 24% is (zeer) ontevreden over de werk-privébalans.

Ondanks de hoge ervaren werkdruk zijn gepromoveerden over het algemeen tevreden over hun promotietraject. Van alle gepromoveerden geeft namelijk 86% aan dat de doctorstitel een meerwaarde heeft voor de verdere carrière. Daarnaast zou 82% opnieuw kiezen voor een promotietraject.

Ondanks de hoge ervaren werkdruk, zijn gepromoveerden over het algemeen tevreden over hun promotietraject

Meerderheid gepromoveerden werkt buiten de wetenschap

Na de promotie is er onvoldoende plaats voor iedereen binnen de academische setting, slechts 31% van de gepromoveerden blijft werkzaam aan een universiteit of umc. Om promovendi voor te bereiden op een carrière buiten de universiteit of het umc, is het daarom van groot belang om loopbaanactiviteiten aan te bieden die aansluiten op de mogelijkheden van jonge onderzoekers buiten de wetenschap.

Wanneer gevraagd wordt of gepromoveerden vinden dat zij tijdens hun promotietraject adequaat werden voorbereid op een carrière buiten de academische wereld, geeft slechts 13% aan daarop voldoende te zijn voorbereid. 58% is het (helemaal) oneens met deze stelling. Over de voorbereiding op een loopbaan binnen de wetenschap zijn zij vaker tevreden. Zo’n 45% geeft aan tijdens de promotie voldoende voorbereid te zijn op een carrière binnen de wetenschap. Onder wo-master afgestudeerden is de tevredenheid over de voorbereiding op de beroepsbaan vergelijkbaar met die van de gepromoveerden op een baan binnen de wetenschap. 42% van de wo-master afgestudeerden is (zeer) tevreden tegenover 29% van de wo-master afgestudeerden die (zeer) ontevreden zijn (Nationale Alumni enquête 2019, VSNU).

De meeste gepromoveerden zijn onvoldoende voorbereid op een carrière buiten de wetenschap

Arbeidsdeelname van gepromoveerden is hoog

De arbeidsdeelname van gepromoveerden is, net als in 2014, hoog. Van alle gepromoveerden had 96% een betaalde baan in december 2018. Hoewel er verschillen zijn tussen de promotierichtingen, is het aandeel werkenden voor elke richting hoger dan 90%. Onder de totale groep van hoogopgeleiden tussen de 15 en 75 jaar, die is samengesteld uit personen met een hbo- of wo-diploma én gepromoveerden, had 82% in het 4e kwartaal van 2018 een baan. Onder de totale bevolking tussen de 15 en 75 jaar was dit 68%. Een promotie lijkt dus van meerwaarde te zijn voor het vinden van een betaalde baan. Dit geldt voor zowel mannen als voor vrouwen. Van de gepromoveerde vrouwen had 95% betaald werk tegenover 80% van de hoogopgeleide vrouwen. Bij mannen is dit respectievelijk 96% en 83%.

Van alle gepromoveerden met een baan werkt uiteindelijk 69% buiten de academische wereld. Gepromoveerden werken het meest in de gezondheidszorg of het onderwijs (respectievelijk 27% en 26%). Daarnaast werkt een noemenswaardig deel van de gepromoveerden in de bedrijfstakken research, openbaar bestuur en management- en technisch advies. Wanneer we kijken naar de aard van het werk, geeft 80% van de gepromoveerden aan onderzoekswerkzaamheden uit te voeren. Ruim driekwart gebruikt nog steeds de onderzoeksvaardigheden die zijn aangeleerd tijdens de promotie. Degenen die niet werkzaam zijn als onderzoeker geven aan hier geen duidelijk loopbaantraject in te zien, geen interesse te hebben in onderzoek of een beperking te hebben ervaren in het aanbod van onderzoeksplekken.

Gepromoveerden hebben vaker een vaste aanstelling dan niet-gepromoveerden

Hoewel promovendi tijdens hun promotietraject te maken hebben met een tijdelijke aanstelling, geeft bijna driekwart van alle gepromoveerden met een betaalde baan aan een vast contract te hebben tegenover 66% van de totale groep hoogopgeleiden en 61% van de totale bevolking. Hieruit blijkt eveneens de meerwaarde van een doctorstitel. Wel is er een verschil in het aandeel vaste contracten tussen mannen en vrouwen. Gepromoveerde vrouwen hebben namelijk minder vaak een vast contract dan gepromoveerde mannen, namelijk 69% tegenover 75%.

Bijna driekwart van de gepromoveerden heeft een vaste aanstelling

Voor jonge onderzoekers is het moeilijker om een vaste aanstelling te bemachtigen bij een universiteit of umc dan daarbuiten. Van de gepromoveerden onder de 35 jaar die werkzaam zijn in de academische wereld heeft 37% een vast contract tegenover 64% van de jonge onderzoekers buiten de academische wereld. Wel neemt naar verhouding het aandeel vaste aanstellingen binnen universiteiten en umc’s sterk toe met de leeftijd. Boven de 45 jaar heeft 95% van de gepromoveerden werkzaam aan een universiteit of umc een vaste aanstelling. Een vergelijkbaar beeld schetsen we op basis van de personeelsdata van de universiteiten (VSNU; WOPI-database), waarin we een groter aandeel vaste contracten zien naarmate men stijgt op de carrièreladder.

Het CAO-akkoord 2021-2022 van de Nederlandse universiteiten beoogt bij te dragen aan het bewerkstelligen van meer vaste contracten. Afgesproken is dat universitair docenten, universitair hoofddocenten en hoogleraren in principe na een jaar in vaste dienst komen. Wanneer het gaat om een eerste aanstelling bij een universiteit is deze termijn anderhalf jaar. Ook wetenschappelijk personeel met een toegekende Vidi-beurs komt in vaste dienst.

Het aandeel vaste aanstellingen onder gepromoveerden is hoger buiten de academische wereld

Hoger inkomen op lange termijn compenseert het relatief lagere inkomen bij de start

Uit onderzoek van het Centraal Planbureau (CPB) blijkt dat promovendi tijdens hun promotietraject en in de eerste jaren daarna minder verdienen dan werknemers met een masterdiploma die een andere functie vervullen. Vanaf elf jaar werkervaring verdienen promovendi op jaarbasis meer dan werknemers die alleen een masterdiploma hebben behaald. Dit hogere jaarinkomen compenseert gedurende latere jaren de initiële inkomensderving. Ten opzichte van werknemers met alleen een masterdiploma werken gepromoveerden minder vaak in de private sector waar de inkomens hoger liggen. Dit komt mogelijk door het type vaardigheden dat gepromoveerden hebben opgedaan tijdens hun promotietraject.

Het mediaan persoonlijk primair jaarinkomen van gepromoveerden met een betaalde baan op 1 december 2018 bedroeg ongeveer 84 duizend euro (gemiddeld: 98 duizend euro). Gepromoveerden die werken aan een universiteit of umc hebben een vrijwel even hoog mediaan inkomen als zij die buiten de academische setting werkzaam zijn: 85 duizend tegenover 84 duizend euro.

Buitenlandse gepromoveerden verdienen meer dan gepromoveerden van Nederlandse afkomst

Het aandeel buitenlandse promovendi wordt steeds groter. In 2020 was 53% van de promovendi van buitenlandse afkomst (VSNU; WOPI-database). Het CBS beschikt niet over informatie over personen die in het buitenland zijn gepromoveerd en personen die in Nederland zijn gepromoveerd maar woonachtig zijn in het buitenland. Resultaten in deze factsheet zijn daarom gebaseerd op personen die in Nederland gepromoveerd zijn en tevens woonachtig zijn in Nederland. Het CPB concludeerde wel dat 32% van de buitenlandse promovendi na 10 jaar nog steeds werkzaam is in Nederland. Gepromoveerden uit het buitenland zijn relatief vaak werkzaam in de private sector en hebben daarom gemiddeld een hoger loon dan gepromoveerden van Nederlandse afkomst.

Tot slot

In het publieke debat wordt regelmatig de vraag gesteld of de groei van het aantal gepromoveerden in Nederland wel verantwoord is. In deze factsheet laten we zien dat Nederland in vergelijking met andere EU-landen echter nog relatief weinig gepromoveerden heeft in de totale beroepsbevolking per 1.000 personen.

Daarnaast blijkt uit het Gepromoveerdenonderzoek van het CBS uit 2019 dat de arbeidsdeelname hoog is. Het aandeel gepromoveerden met een betaalde baan is hoger dan het aandeel personen met een betaalde baan onder de totale bevolking. Het percentage vaste contracten is eveneens hoger onder gepromoveerden in vergelijking met de totale beroepsbevolking. Gepromoveerden hebben een goede positie op de arbeidsmarkt.

Tot slot geven gepromoveerden aan dat de onderzoeksvaardigheden die zijn aangeleerd tijdens de promotie bij ruim driekwart van de gepromoveerden nog steeds gebruikt worden. Hoewel bijna driekwart van de gepromoveerden niet meer werkzaam is aan een universiteit of umc, kunnen zij de vaardigheden die zij hebben opgedaan tijdens de promotie dus nog steeds goed benutten. Gepromoveerden zelf zien over het algemeen het nut van hun promotietraject in en vinden dat de opgedane expertise van meerwaarde is. Wel geven zij aan onvoldoende te worden voorbereid tijdens hun promotietraject op een positie buiten de academische wereld. Tijdens het promotietraject zou daarom meer aandacht moeten zijn voor de voorbereiding op een positie buiten de academische wereld.

Hiermee concluderen we dat de groei in promoties van meerwaarde is voor zowel de maatschappij als de gepromoveerden zelf. De verworven onderzoekskwaliteiten van gepromoveerden worden nog steeds ingezet binnen de maatschappij en uit de hoge arbeidsdeelname blijkt dat er voldoende vraag is naar een goed opgeleide bevolking. Gepromoveerden hebben goede loopbaankansen en zijn over het algemeen tevreden.

Bronnen

Centraal bureau voor de statistiek (CBS).

Eurostat, Eurobase.

Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO).Vereniging van Nederlandse Universiteiten (VSNU), feiten en cijfers.

Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO).

Centraal Planbureau (CPB).

CBS. Resultaten gepromoveerden onderzoek 2019.

VSNU. Nationale Alumni Enquête 2019.

CPB. De economische effecten van buitenlandse promovendi (2016).