calendar tag arrow download print
Image
Haagse Hogeschool - Marieke Barendse.jpg
factsheet
30 april 2020

Praktijkgericht onderzoek hogescholen

onderzoek Hogescholen
Foto: Marieke Barendse
Het aantal lectoren voor het praktijkgerichte onderzoek op hbo-opleidingen is tussen 2007 en 2017 gestegen van 270 naar 679. Ook is er steeds meer geld. Wel lijkt het aantal fte te stabiliseren.

In het kort

  • 679 lectoren besteden 407 fte aan onderzoek. (in 2017)
  • In 2017 is het aantal fte aan lectoren voor het eerst sinds 2007 niet gegroeid.
  • Lectoren werken steeds meer samen met bedrijven en maatschappelijke partijen: van 3 Centres of Expertise in 2011 naar 57 in 2019.

Praktijkgericht onderzoek is, vergeleken met de universiteiten, een relatief nieuwe taak voor hogescholen. In 2001 sloten de minister van OCW en de Vereniging Hogescholen (toen HBO-Raad) een convenant af om de kennisfunctie van hogescholen te verstevigen door het benoemen van lectoren en het ontwikkelen van kenniskringen. Het praktijkgericht onderzoek is gericht op het versterken van de beroepspraktijk waar de studenten aan deze hogescholen in terechtkomen en het innovatievermogen van de hogescholen. De onderzoeksvragen worden dan ook vaak door die praktijk (bedrijven en publieke organisaties) aangedragen.

Door hogescholen praktijkgericht onderzoek uit te laten voeren, wordt beoogd de kwaliteit van het onderwijs en de binding van hogescholen met maatschappij en bedrijfsleven te verhogen. Door het onderzoek doen docenten analytische vaardigheden en vakinhoudelijke kennis op, die ze over kunnen brengen aan hun studenten. Die studenten leren op hun beurt door zelf een bijdrage te leveren aan het onderzoek. Tegelijkertijd worden de contacten met bedrijven en non-profitorganisaties versterkt doordat zij hun onderzoeksvragen bij hogescholen neer kunnen leggen.


De lectoraten

Het lectoraat is de basis van het praktijkgericht onderzoek. Elk lectoraat bestaat uit een of meerdere lectoren, docent-onderzoekers, promovendi en ondersteunend personeel. 

Het aantal lectoren voor het praktijkgericht onderzoek stijgt.

De eerste lectoren werden in 2001 aangesteld. Zoals bovenstaande figuur laat zien, groeide het aantal lectoren tot en met 2009 snel. Tussen 2007 en 2009 groeide het aantal lectoren van 270 naar 486 personen. Daarna was de groei wat langzamer. Tussen 2009 en 2017 kwamen er 193 lectoren bij. In termen van fte’s groeide het lectorenbestand in deze periode met 5% tot 7% per jaar. De deeltijdfactor bleef min of meer gelijk, rond de 60%. Omdat de gemiddelde deeltijdfactor in 2017 met 3% zakt ten opzichte van 2016, blijft het aantal fte’s gelijk, ondanks een groei van het aantal lectoren met 33. 


Omvang lectoraten

Niet alleen het aantal lectoren groeit, ook het overige personeel betrokken bij de lectoraten neemt toe, zoals we kunnen zien in onderstaande figuur.

Als we de groei van het aantal lectoren vergelijken met de groei van het personeel bij de lectoraten, zien we dat de gemiddelde omvang van een lectoraat in de periode van 2009 tot 2017 licht is gegroeid: van 2,73 fte naar 3,48 fte (en van 8 naar 10 medewerkers). Het zijn dus vooral deeltijdaanstellingen voor het doen van onderzoek. In 2017 is de gemiddelde omvang van een lectoraat voor het eerst sinds 2009 licht afgenomen. Waar het aantal lectoraten dit jaar met 5% toenam, namen de beschikbare fte’s, inclusief de lectoren, maar met 2% toe. 

Focus van de lectoraten 

Lectoren zijn actief in de zeven hbo-sectoren: agro & food, gezondheidszorg, sociale studies, bètatechniek, kunst, economie en onderwijs. Van de lectoren werkzaam in november 2019 (Lectorenbestand Regieorgaan SIA, november 2019), geven de meesten aan werkzaam te zijn op het gebied van de sociale studies (28%), gezondheid (27%) en onderwijs (26%). 21% geeft aan werkzaam te zijn op het gebied van de bètatechniek, 17% op het gebied van de economie. Met respectievelijk 10% en 13% zijn de kunst en landbouw het minst vertegenwoordigd. Ruim een derde van de lectoren geeft aan in meer dan één sector actief te zijn. 

De hogescholen zetten samen met de minister in op het versterken van de samenwerking tussen lectoraten, onder andere via de Centres of Expertise en lectorenplatforms. Op de eerste komen we verderop in deze factsheet terug.

Ruim een derde van de lectoren is werkzaam in meer dan één sector.

Financiering praktijkgericht onderzoek

De drie grootste financieringsstromen van lectoraten zijn:

  1. Eerste geldstroom
    Hogescholen ontvangen een lumpsum rijksbijdrage vanuit het ministerie van OCW. Een deel hiervan is bestemd voor onderzoek aan de lectoraten.
  2. Tweede geldstroom
    Hieronder vallen de middelen die in competitie verdeeld worden via het Nationaal Regieorgaan Praktijkgericht Onderzoek (Regieorgaan SIA) en andere publieke onderzoeksfinanciers, nationaal en internationaal. Regieorgaan SIA is onderdeel van NWO en specifiek gericht op het praktijkgericht onderzoek. Zij hebben onder andere de RAAK-regeling (Regionale Aandacht en Actie voor Kenniscirculatie). Ook de middelen die verkregen zijn door aanvragen bij ZonMw, andere NWO-onderdelen en de EU vallen onder de tweede geldstroom. Deze middelen zijn bedoeld voor kennisontwikkeling en kennisuitwisseling in samenwerking met de praktijk.
  3. Derde geldstroom
    Inkomsten uit opdrachtonderzoek voor bedrijven of andere opdrachtgevers.

Zoals bovenstaand figuur laat zien, zijn de investeringen in het praktijkgericht onderzoek over de periode 2009-2016 meer dan verdubbeld. Ze stegen van € 101 miljoen in 2009 naar € 217 miljoen in 2016. In 2017 nemen de totale inkomsten met 12% toe, tot € 244 miljoen. Het aandeel van de in competitie verkregen middelen (2e en 3e geldstroom) in de totale middelen voor praktijkgericht onderzoek is na 2015 gegroeid: van 34% in 2015 tot 42% in 2017. Deze groei is vooral te danken aan de inzet van extra middelen via Regieorgaan SIA, uit het regeerakkoord van 2012. De inkomsten uit de tweede en derde geldstroom nemen in deze periode met 67% toe, terwijl de onderzoeksinvesteringen uit de rijksbijdrage slechts met 16% groeien.  

Vergelijken we de investeringen in het praktijkgericht onderzoek met de groei van het aantal lectoren, dan zien we dat de gemiddelde inkomsten per lector toenemen. Deze zijn gegroeid van € 210.000 per lector in 2009 naar € 360.000 per lector in 2017. Waar de gemiddelde omvang van de lectoraten in fte in 2017 licht afgenomen is, zijn de gemiddelde inkomsten het laatste jaar met €25.000 gegroeid (+ 7%). Voor deze berekening gaan we er vanuit dat er 1 lectoraat per lector is. Dit hoeft in de praktijk niet altijd zo te zijn. 

De onderzoeksinkomsten vormen een relatief klein onderdeel van de totale inkomsten van de hogescholen.

De onderzoeksinkomsten vormen een relatief klein onderdeel van de totale inkomsten van de hogescholen, zoals de figuur hieronder laat zien. Middelen voor onderzoek (uit alle geldstromen) vormen 58% van de middelen van universiteiten en 6% van de middelen van hogescholen. Dit aandeel is gegroeid van 4,3% in 2012 tot 5,8% in 2017. 

Impact en kwaliteit van het praktijkgericht onderzoek

Het praktijkgericht onderzoek moet leiden tot verdere kennisontwikkeling en impact hebben op het onderwijs aan de hogescholen en de beroepspraktijk en samenleving. Om dit inzichtelijk te maken, wordt onder andere het praktijkgericht onderzoek geëvalueerd aan de hand van het Brancheprotocol Kwaliteitszorg Onderzoek 2016-2022. Elke onderzoekseenheid (lectoraat of kenniscentrum) wordt eens in de zes jaar geëvalueerd. De onderzoekseenheid wordt hierbij niet alleen beoordeeld op de kwaliteit van het onderzoek, maar ook op het onderzoeksprogramma, de randvoorwaarden voor het onderzoek (zoals de inzet van mensen en middelen en samenwerkingspartners), en de impact die het onderzoek heeft. 

Het praktijkgericht onderzoek is gericht op het versterken van de beroepspraktijk waar de studenten aan deze hogescholen in terechtkomen.

De beoordelingen die hiervoor gegeven worden (van onvoldoende tot excellent) kunnen op termijn een interessante indicator vormen om de kwaliteit en impact van de lectoraten inzichtelijk te maken. Op dit moment zijn er echter nog onvoldoende evaluaties beschikbaar om aan de hand van de beoordelingen iets te kunnen zeggen over (de ontwikkeling van) de kwaliteit en impact van het praktijkgericht onderzoek. Vóór 2016 werd er ook geëvalueerd, maar werden er geen scores toegekend. Daarom kijken we in deze paragraaf naar een aantal voorwaarden voor het realiseren van impact.

Lectoren en het onderwijs

Een van de voorwaarden voor het realiseren van impact is een goede verbinding tussen het onderzoek en het onderwijs. Hoewel het geven van onderwijs door de lectoren zelf vaak niet als de belangrijkste taak van het lectoraat wordt gezien, vinden lectoren het (passend bij hun functie) wel belangrijk om een bijdrage te leveren aan het onderwijs op hun vakgebied (Feiten & cijfers praktijkgericht onderzoek bij lectoraten van hogescholen, 2016). Om een beeld te krijgen van de verbinding met het onderwijs kijken we naar het aantal studenten per lector en de betrokkenheid van studenten bij publiek-private samenwerkingen. 

Het aantal studenten per fte-lector ontwikkelt zich positief. Waren er in 2011 nog 1399 studenten per fte-lector, in 2017 waren dat er 1110. In 2010 gaf de HBO-raad (de voorloper van de Vereniging Hogescholen) aan te streven naar een verhouding van 720 studenten voor iedere fte aan lector. Om dit streefgetal te bereiken, zou er nog ruim 220 fte aan lectoren bij moeten komen. Bij de huidige gemiddelde deeltijdfactor van 0,6 fte gaat het daarbij om 368 lectoren.

Deze doelstelling voor de groei in het aantal lectoren wordt al een aantal jaar bewust niet meer nagestreefd, maar geeft een indicatie van de eerder beoogde omvang. Inmiddels is de focus van het beleid veranderd naar de inbedding en versterking van de onderzoeksgroepen in het hbo, de kwaliteit van het praktijkgericht onderzoek en de verbinding met onderwijs en beroepspraktijk. Die versterking zit in een groei van het personeel en financiering, maar ook bijvoorbeeld in betere organisatie van het praktijkgericht onderzoek, meer focus en massa en intensivering van samenwerkingsverbanden tussen hogescholen en tussen hogescholen en praktijk (zie bijvoorbeeld het Sectorakkoord hbo en de verkenning praktijkgericht onderzoek).

In de volgende figuur is het aantal studenten per lector (persoon, dus niet fte) voor de verschillende grootteklassen van hogescholen weergegeven. Uit de grafiek is af te lezen dat, gemiddeld genomen, kleinere hogescholen relatief weinig studenten per lector hebben en grote hogescholen veel studenten per lector. 

Aantal studenten per lector, naar gemiddelde omvang hogeschool
Bron: Lectorenbestand SIA april 2019 (lectoren) & DUO 1 cijfer HO (studenten).
Notities: Er zijn geen microdata met de aanstellingsgegevens per individuele lector, en dus ook niet per sector of hogeschool. Daarom is deze grafiek gebaseerd op het aantal lectoren, en niet het aantal fte’s.

Over het aantal studenten dat daadwerkelijk betrokken is geweest bij onderzoek aan de lectoraten is nog geen betrouwbare tijdreeks beschikbaar.

Voor een indicatie kunnen we wel kijken naar de betrokkenheid van studenten bij publiek-private samenwerkingsverbanden (PPS) van hogescholen. Katapult, een netwerk van PPS-verbanden uit mbo en hbo, heeft in 2019 aan de PPS-verbanden uit hun netwerk gevraagd welk gedeelte van de studenten in de opleidingen direct wordt bereikt met hun onderzoek, bijvoorbeeld door een project, stage of onderdeel van de opleiding. Voor het hbo werden alleen Centres of Expertise (Centres) bevraagd. 59% van deze Centers bereikte maximaal 20% van de studenten. 14% bereikte meer dan 80% van de studenten.

Lectoren en de beroepspraktijk

De mate van samenwerking en netwerken met organisaties uit de beroepspraktijk en maatschappelijke omgeving is een andere indicator van voorwaarden voor impact. Er is echter nog geen tijdreeks beschikbaar om de ontwikkeling van de samenwerking tussen lectoraten en hun omgeving in kaart te brengen. Wel weten we dat lectoren in 2018 binnen de RAAK-projecten (onderdeel tweede geldstroom) samenwerkten met 263 mkb-bedrijven, 40 publieke kennisinstellingen, 47 kennisinstellingen en 5 overige instellingen (Regieorgaan SIA, 2019).

De onderzoeksvragen worden vaak door de praktijk (bedrijven en publieke organisaties) aangedragen.

Zowel het ministerie als de hogescholen zelf zetten in op een verdere ontwikkeling van het aantal samenwerkingsverbanden en profilering van het praktijkgericht onderzoek op zwaartepunten.

Hogescholen werken onderling en met hun omgeving samen in verschillende publiek-private samenwerkingsverbanden, zoals field labs, living labs, innovatiewerkplaatsen, lectorenplatforms en campussen. Een van de vormen specifiek voor hogescholen zijn de Centres of Expertise. In het sectorakkoord hbo is afgesproken dat deze Centres de komende jaren in aantal moeten toenemen en versterkt moeten worden (Sectorakkoord hbo 2018). Die groei is duidelijk zichtbaar, zoals onderstaand figuur laat zien. In april 2019 waren er 57 Centres of Expertise.

Tot slot is in 2019 de Deltapremie gestart. De premie (2 maal €500.000) wordt elke twee jaar uitgereikt aan twee lectoren die met hun onderzoeksgroepen en netwerk een belangrijke bijdrage leveren aan de samenleving. Zo wordt de zichtbaarheid van het praktijkgericht onderzoek vergroot. 

Bronnen

  • Cloosterman, E., M. Gielen, J.P. van der Toren & B. van der Starre (2019). De stand van praktijkgericht onderzoek in Nederland. Driebergen: Birch consultants. 
  • Commissie Centres of Expertise (2019). Centres of Expertise: groeibriljant voor excellente samenwerking in het HBO. Eindrapport.
  • Commissie Evaluatie Kwaliteit Onderzoek (2018). Brancherapport kwaliteit praktijkgericht onderzoek 2016-2017. 
  • Commissie Evaluatie Kwaliteit Onderzoek (2019). Brancherapport praktijkgericht onderzoek 2018.
  • HBO-raad (2010). Naar een duurzaam onderzoeksklimaat. Ambities en succesfactoren voor het onderzoek aan hogescholen.
  • Jonge, J. de (2016). Feiten en Cijfers Praktijkgericht onderzoek bij lectoraten van hogescholen, Rathenau Instituut.
  • Ministerie van OCW, Vereniging Hogescholen & Regieorgaan SIA (2019). Verkenning praktijkgericht onderzoek op hogescholen. 
  • Poot, H. de (2019). PPS Impactmeting Katapult Netwerk.
  • Regieorgaan SIA (2019). Jaarbericht 2018
  • Vereniging Hogescholen (2015). Brancheprotocol kwaliteitszorg Onderzoek 2016-2022.
  • Vereniging Hogescholen, HBO in vogelvlucht; HBO Cijfers 2018.
  •  Vereniging Hogescholen, Regieorgaan SIA (2018). Atlas Onderzoek met impact.
  • Vereniging Hogescholen & Ministerie van OCW (2018). Sectorakkoord hoger beroepsonderwijs 2018.