calendar tag arrow download print
Image
Haagse Hogeschool - Marieke Barendse.jpg
factsheet
03 februari 2021

Praktijkgericht onderzoek hogescholen

onderzoek Hogescholen
Foto: Marieke Barendse
Het aantal lectoren voor het praktijkgerichte onderzoek op hbo-opleidingen is tussen 2007 en 2018 gestegen van 270 naar 663. Sinds 2016 is de onderzoeksinzet van een gemiddeld lectoraat min of meer stabiel, maar neemt het aantal promovendi af. De financiering blijft groeien.

In het kort

  • 663 lectoren besteden 418 fte aan onderzoek. (in 2018)
  • Na 2016 is het aantal promovendi aan lectoraten met 18% gedaald. Het aantal lectoren en onderzoekers bleef wel groeien (met 3% en 9%).
  • Lectoren werken steeds meer samen met bedrijven en maatschappelijke partijen: van 3 Centres of Expertise in 2011 naar 57 in 2019.

Inleiding

In de onderstaande figuren kijken we naar de aantallen lectoren, naar het totale personeel in de lectoraten en naar de geldstromen. Daarnaast brengen we het aantal studenten per lector in kaart, laten we zien hoeveel studenten betrokken zijn bij een Centre of Expertise en tonen we de stijging in aantallen Centres.

Praktijkgericht onderzoek is een relatief nieuwe taak voor hogescholen. In 2001 sloten de minister van OCW en de Vereniging Hogescholen (toen HBO-Raad) een convenant af om de kennisfunctie van hogescholen te verstevigen door het benoemen van lectoren en het ontwikkelen van kenniskringen.

Met praktijkgericht onderzoek de kwaliteit van het onderwijs verhoogd en de binding van hogescholen met maatschappij en bedrijfsleven verbeterd. Dat gaat op drie manieren. Ten eerste doen docenten analytische vaardigheden en vakinhoudelijke kennis op die ze weer kunnen overbrengen aan hun studenten. Ten tweede leveren studenten op hun beurt ook zelf een bijdrage aan het onderzoek. En ten derde worden de contacten met bedrijven en non-profitorganisaties versterkt doordat zij hun onderzoeksvragen bij hogescholen neer kunnen leggen.

Het lectoraat is de basis van het praktijkgericht onderzoek. Elk lectoraat bestaat uit een of meerdere lectoren, docent-onderzoekers, promovendi en ondersteunend personeel.

Het aantal lectoren (fte) voor het praktijkgericht onderzoek stijgt

De bovenstaande figuur toont dat het aantal lectoren snel groeide van 2001 (toen de eerste lectoren werden aangesteld) tot en met 2009. Tussen 2007 en 2009 groeide het aantal lectoren van 270 naar 486 personen. Daarna was de groei wat langzamer.

Tussen 2009 en 2017 kwamen er 193 lectoren bij. In termen van fte’s groeide het lectorenbestand in deze periode met 5% tot 7% per jaar. De deeltijdfactor bleef min of meer gelijk, rond de 60%. Omdat de gemiddelde deeltijdfactor in 2017 met 3% zakt ten opzichte van 2016, blijft het aantal fte’s gelijk, ondanks een groei van het aantal lectoren met 33. In 2018 daalt het aantal lectoren licht, met 16, maar neemt de deeltijdfactor weer toe naar 63%, waardoor de totale onderzoeksinzet van lectoren weer verder stijgt. 

Omvang lectoraten neemt ook toe

Niet alleen het aantal lectoren groeit, ook het overige personeel betrokken bij de lectoraten neemt toe. Dat kunnen we zien in de bovenstaande figuur. Omdat het personeel aan lectoraten veelal een deeltijdaanstelling heeft voor het doen van onderzoek, kijken we naar de ontwikkeling van het aantal fte. 

Met name in 2016 groeide de fte inzet voor lectoraten snel, voor alle categorieën behalve de promovendi. Ook na 2016 blijft het aantal fte aan lectoren en onderzoekers verder stijgen. Het aantal fte aan promovendi is na dat jaar echter met 18,5% (79 fte) gedaald. Daarnaast valt op dat het aantal fte ondersteuning met 7% toeneemt, wat mogelijk een relatie heeft met de inzet op versterking van de lectoraten.

Als we de groei van het aantal lectoren vergelijken met de groei van het personeel bij de lectoraten, zien we dat de gemiddelde omvang van een lectoraat in de periode van 2009 tot 2018 licht is gegroeid: van 2,73 fte naar 3,6 fte (en van 8 naar 10 medewerkers). 

In 2017 is de gemiddelde omvang van een lectoraat voor het eerst sinds 2009 licht afgenomen. Waar het aantal lectoraten dit jaar met 5% toenam, namen de beschikbare fte’s, inclusief de lectoren, maar met 2% toe. 

Sinds 2016 is de gemiddelde omvang van een lectoraat min of meer gelijk. 

Lector vaak actief in meerdere sectoren tegelijk

Lectoren zijn vaak actief in meerdere sectoren tegelijk. Ruim een derde van de lectoren geeft aan in meer dan één sector actief te zijn (bron Lectorenbestand Regieorgaan SIA, november 2019). Een overzicht van de sectoren waarin de lectoren onderzoek doen:

  • 28% onderzoekt sociale studies
  • 27% onderzoekt gezondheid
  • 26% onderzoekt onderwijs
  • 21% onderzoekt bètatechniek
  • 17% onderzoekt economie
  • 10% onderzoekt kunst
  • 13% onderzoekt landbouw

Meer Centres of Expertise

Hogescholen werken onderling en met hun omgeving samen in verschillende publiek-private samenwerkingsverbanden, zoals field labs, living labs, innovatiewerkplaatsen, lectorenplatforms en campussen. Een van de vormen specifiek voor hogescholen zijn de Centres of Expertise. In het sectorakkoord hbo is afgesproken dat deze Centres de komende jaren in aantal moeten toenemen en versterkt moeten worden (Sectorakkoord hbo 2018). Die groei is duidelijk zichtbaar, zoals onderstaand figuur laat zien. In april 2019 waren er 57 Centres of Expertise.

    Financiering

    In de figuren hieronder gaan we in op de financiering van het praktijkonderzoek. De drie grootste financieringsstromen van lectoraten zijn de eerste geldstroom, de tweede geldstroom en de derde geldstroom.

    Uitleg over geldstromen

    Investeringen in praktijkonderzoek verdubbeld

    Zoals bovenstaand figuur laat zien, zijn de investeringen in het praktijkgericht onderzoek over de periode 2009-2016 meer dan verdubbeld. Ze stegen van € 101 miljoen in 2009 naar € 217 miljoen in 2016. In 2017 nemen de totale inkomsten met 12% toe, tot € 244 miljoen. Het aandeel van de in competitie verkregen middelen (tweede en derde geldstroom) in de totale middelen voor praktijkgericht onderzoek is na 2015 gegroeid: van 34% in 2015 tot 42% in 2017. Deze groei is vooral te danken aan de inzet van extra middelen via Regieorgaan SIA, uit het regeerakkoord van 2012. De inkomsten uit de tweede en derde geldstroom nemen in deze periode met 67% toe, terwijl de onderzoeksinvesteringen uit de rijksbijdrage slechts met 16% groeien.  

    Inkomsten per lector nemen toe

    Vergelijken we de investeringen in het praktijkgericht onderzoek met de groei van het aantal lectoren, dan zien we dat de gemiddelde inkomsten per lector toenemen. Deze zijn gegroeid van € 210.000 per lector in 2009 naar € 392.000 per lector in 2018. Waar het aantal lectoraten in 2018 licht afgenomen is, zijn de gemiddelde inkomsten het laatste jaar met €32.000 gegroeid (+ 9%). De onderzoeksinzet per lectoraat is sinds 2016 stabiel. Noot: voor deze berekening gaan we er vanuit dat er één lectoraat per lector is. Dit hoeft in de praktijk niet altijd zo te zijn. 

    Bijna 6% van het budget is voor onderzoek

    De onderzoeksinkomsten vormen een relatief klein onderdeel van de totale inkomsten van de hogescholen, zoals de figuur hieronder laat zien. Middelen voor onderzoek (uit alle geldstromen) vormen bijna 6% van de middelen van hogescholen (van 4,3% in 2012 tot 5,8% in 2017). Ter vergelijking: bij de Nederlandse universiteiten is 58% van de middelen bestemd voor onderzoek.

    Impact en kwaliteit van het praktijkgericht onderzoek

    Het praktijkgericht onderzoek moet leiden tot verdere kennisontwikkeling en impact hebben op het onderwijs aan de hogescholen en de beroepspraktijk en samenleving. Om dit inzichtelijk te maken, wordt onder andere het praktijkgericht onderzoek geëvalueerd aan de hand van het Brancheprotocol Kwaliteitszorg Onderzoek 2016-2022. Elke onderzoekseenheid (lectoraat of kenniscentrum) wordt eens in de zes jaar geëvalueerd. De onderzoekseenheid wordt hierbij niet alleen beoordeeld op de kwaliteit van het onderzoek, maar ook op het onderzoeksprogramma, de randvoorwaarden voor het onderzoek (zoals de inzet van mensen en middelen en samenwerkingspartners), en de impact die het onderzoek heeft. 

    De beoordelingen die hiervoor gegeven worden (van onvoldoende tot excellent) kunnen op termijn een interessante indicator vormen om de kwaliteit en impact van de lectoraten inzichtelijk te maken. Op dit moment zijn er echter nog onvoldoende evaluaties beschikbaar om aan de hand van de beoordelingen iets te kunnen zeggen over (de ontwikkeling van) de kwaliteit en impact van het praktijkgericht onderzoek. Vóór 2016 werd er ook geëvalueerd, maar werden er geen scores toegekend. Daarom kijken we naar een aantal voorwaarden voor het realiseren van impact.

    Minder studenten per lector (positief)

    Een van de voorwaarden voor het realiseren van impact is een goede verbinding tussen het onderzoek en het onderwijs. Hoewel het geven van onderwijs door de lectoren zelf vaak niet als de belangrijkste taak van het lectoraat wordt gezien, vinden lectoren het (passend bij hun functie) wel belangrijk om een bijdrage te leveren aan het onderwijs op hun vakgebied (Feiten & cijfers praktijkgericht onderzoek bij lectoraten van hogescholen, 2016). Om een beeld te krijgen van de verbinding met het onderwijs kijken we naar het aantal studenten per lector en de betrokkenheid van studenten bij publiek-private samenwerkingen. 

    Het aantal studenten per fte-lector ontwikkelt zich positief: van 1399 in 2011 nog naar 1100 in 2017.

    Noot: In 2010 gaf de HBO-raad (de voorloper van de Vereniging Hogescholen) aan te streven naar een verhouding van 720 studenten voor iedere fte aan lector. Om dit streefgetal te bereiken, zou er nog ruim 220 fte aan lectoren bij moeten komen. Bij de huidige gemiddelde deeltijdfactor van 0,6 fte gaat het daarbij om 368 lectoren. Inmiddels is de focus van het beleid veranderd van aantallen studenten per lector naar de inbedding en versterking van de onderzoeksgroepen in het hbo, de kwaliteit van het praktijkgericht onderzoek en de verbinding met onderwijs en beroepspraktijk.

    In de volgende figuur is het aantal studenten per lector (persoon, dus niet fte) voor de verschillende grootteklassen van hogescholen weergegeven. Uit de grafiek is af te lezen dat, gemiddeld genomen, kleinere hogescholen relatief weinig studenten per lector hebben en grote hogescholen veel studenten per lector.

    Aantal studenten per lector, naar gemiddelde omvang hogeschool
    Bron: Lectorenbestand SIA april 2019 (lectoren) & DUO 1 cijfer HO (studenten).
    Notities: Er zijn geen microdata met de aanstellingsgegevens per individuele lector, en dus ook niet per sector of hogeschool. Daarom is deze grafiek gebaseerd op het aantal lectoren, en niet het aantal fte’s.

    Betrokkenheid van studenten bij Centres of Expertise

    Over het aantal studenten dat daadwerkelijk betrokken is geweest bij onderzoek aan de lectoraten is nog geen betrouwbare tijdreeks beschikbaar. Voor een indicatie kunnen we kijken naar de betrokkenheid van studenten bij publiek-private samenwerkingsverbanden (PPS) van hogescholen. Katapult, een netwerk van PPS-verbanden uit mbo en hbo, heeft in 2019 aan de PPS-verbanden uit hun netwerk gevraagd welk gedeelte van de studenten in de opleidingen direct wordt bereikt met hun onderzoek, bijvoorbeeld door een project, stage of onderdeel van de opleiding. Voor het hbo werden alleen Centres of Expertise bevraagd. 59% van deze Centers bereikte maximaal 20% van de studenten. 14% bereikte meer dan 80% van de studenten (zie ook het taartdiagram hieronder).

    Lectoren en de beroepspraktijk

    Het ministerie en de hogescholen zetten in op een verdere ontwikkeling van het aantal samenwerkingsverbanden en profilering van het praktijkgericht onderzoek op zwaartepunten. De mate van samenwerking en netwerken met organisaties uit de beroepspraktijk en maatschappelijke omgeving is namelijk een indicator van voorwaarden voor impact.

    Er is nog geen tijdreeks beschikbaar om de ontwikkeling van de samenwerking tussen lectoraten en hun omgeving in kaart te brengen. Wel weten we dat lectoren in 2018 binnen de RAAK-projecten (onderdeel tweede geldstroom) samenwerkten met 263 mkb-bedrijven, 40 publieke kennisinstellingen, 47 kennisinstellingen en 5 overige instellingen (Regieorgaan SIA, 2019).

    Deltapremie

    De zichtbaarheid van het praktijkgericht onderzoek wordt sinds 2019 vergroot met de Deltapremie. De premie (tweemaal €500.000) wordt elke twee jaar uitgereikt aan twee lectoren die met hun onderzoeksgroepen en netwerk een belangrijke bijdrage leveren aan de samenleving. 

    Bronnen