calendar tag arrow download print
Image
Onderzoeksbeurzen
factsheet
02 oktober 2019

Onderzoeksbeurzen: opstap voor vrouwen in hun wetenschappelijke carrière?

Academische loopbanen
Foto Het Nieuwe Instituut
Nederland heeft slechts 20,9% vrouwelijke hoogleraren. Nederland loopt hiermee internationaal achter. Eén mogelijke opstap naar hogere posities in de wetenschap is het verwerven van een onderzoeksbeurs. Als er genderverschillen bestaan in de toekenning van onderzoeksbeurzen kan dit bijdragen aan genderongelijkheid in wetenschappelijke carrièrepaden. Onze analyse van de Vernieuwingsimpuls, een beurzenprogramma voor het financieren van talentvolle jonge onderzoekers in Nederland, laat zien dat er geen genderverschillen zitten in toekenningspercentages. Wel zien we dat gepromoveerde vrouwen minder vaak een beurs aanvragen dan mannen.

In 2017 heeft Nederland samen met bijna 200 andere landen de UNESCO Recommendation on Science and Scientific Researchers onderschreven. Belangrijk onderdeel van deze aanbeveling is dat vrouwen actief gestimuleerd moeten worden een carrière in de wetenschap te overwegen om vroeger ontstane genderongelijkheden en uitsluitingen van vrouwen in de wetenschap recht te zetten.

In de beleidsdiscussie over maatregelen ter bestrijding van genderverschillen in de wetenschap wordt steeds vaker verwezen naar de eerste fasen van de carrière en de beslissende rol die de beursaanvragen hierin kunnen hebben. Specifiek beleid in de vorm diversiteitsinstructie aan selectiecommissies beoogt gender bias bij de beoordeling van beursaanvragen te voorkomen. Hier presenteren we de uitkomsten van analyses die laten zien dat de verschillen elders in het systeem zitten dan in de beoordeling van aanvragen.

De context: aandeel vrouwelijke hoogleraren in Nederland groeit maar blijft internationaal achter

In 2017 was 20,9% van de hoogleraren vrouw. Dit is meer dan een verdubbeling ten opzichte van 2003, toen het aandeel vrouwelijke hoogleraren slechts 9% bedroeg.

Ondanks die groei loopt Nederland achter in het aandeel vrouwelijke hoogleraren. De meest recente internationaal vergelijkende cijfers komen uit 2016. In dat jaar zat Nederland met 18,7% vrouwelijke hoogleraren ruim onder het EU28-gemiddelde van 23,7% vrouwelijke hoogleraren.

Belang van talentbeurzen voor loopbaanontwikkeling tot hoogleraar

Een gangbare eerste stap richting het hoogleraarschap is een academische promotie. In Nederland ligt het aandeel vrouwelijk gepromoveerden inmiddels net onder de 50%.

Ondanks een bijna gelijk aandeel vrouwelijke gepromoveerden in Nederland, zien we nog steeds dat het aandeel vrouwelijke hoogleraren achterblijft. Enerzijds heeft dit te maken met de tijdsfactor (zie ons factsheet “Vrouwen in de wetenschap”), maar deze verklaart mogelijk niet volledig waarom Nederland zo sterk achterloopt in het aandeel vrouwelijke hoogleraren. Een belangrijke stap in het carrièrepad van wetenschappers is het krijgen van onderzoeksbeurzen. Deze stellen wetenschappers in staat om een eigen succesvolle onderzoekslijn en onderzoeksgroep op te bouwen en vormen daarmee een belangrijke opstap richting het hoogleraarschap.

Onze analyse van de loopbaanontwikkeling van degenen die een beurs kregen  via de Vernieuwingsimpuls, een programma voor persoonsgebonden financiering voor talentvolle onderzoekers, laat zien dat de beurzen bijdragen aan een opwaartse carrièreontwikkeling. Zoals is te zien in onderstaand figuur zijn ontvangers van een VENI-beurs na afloop van deze beurs vaker universitair docent of universitair hoofddocent en zijn ontvangers van een VIDI of VICI beurzen na afloop van deze beurs vaker hoogleraar.

Genderverschillen vooral bij de aanvragen voor talentbeurzen

Wanneer er verschillen zitten in toekenningskansen voor onderzoeksbeurzen tussen mannen en vrouwen kan dit dus bijdragen aan genderverschillen in het carrièreverloop van wetenschappers. Daarom onderzoeken we hoeveel kans vrouwelijke onderzoekers gemiddeld maken op het krijgen van een onderzoeksbeurs. Hiervoor hebben we specifiek gekeken naar de toekenningskansen binnen de Vernieuwingsimpuls. Om binnen de Vernieuwingsimpuls gender bias tegen te gaan, is er de laatste jaren geïnvesteerd in onder andere diversiteits instuctie en is er veel aandacht voor een gelijke genderverdeling in selectiecommissies. Ook krijgen vrouwen anderhalf jaar extentie per kind en zijn er regelingen die vrouwen faciliteren om ook rondom zwangerschap en verlof deel te nemen aan de aanvraagprocedure.

De eerste beurs binnen de Vernieuwingsimpuls die pas gepromoveerden kunnen aanvragen is de VENI. Deze beurs kan worden aangevraagd tot 3 jaar na de promotie en heeft een maximale waarde van € 250.000. Met deze beurs kunnen pas gepromoveerden een eigen onderzoekslijn opbouwen. Na de VENI is de VIDI de volgende beurs die kan worden aangevraagd binnen de Vernieuwingsimpuls. Deze kan worden aangevraagd tot 8 jaar na de promotie en heeft een maximale waarde van € 800.000. Met deze beurs kan de eigen onderzoekslijn verder worden uitgewerkt en een eigen onderzoeksgroep worden opgezet. De laatste beurs binnen de Vernieuwingsimpuls is de VICI. Deze is gericht op senior onderzoekers en kan worden aangevraagd tot 15 jaar na de promotie en heeft een maximale waarde van € 1,5 miljoen. Met de VICI kan de eigen onderzoekslijn verder worden uitgewerkt en de onderzoeksgroep verder worden uitgebreid.

Voor de drie verschillende beurzen binnen de vernieuwingsimpuls hebben we voor de periode 2004 t/m 2018 de gegevens over aanvragen en toekenningen voor mannen en vrouwen naast elkaar gelegd. Hieruit blijkt dat voor alle drie de beurzen, vrouwen gemiddeld evenveel kans op toekenning hebben als mannen. In onderstaande grafieken is dit te zien als de rode en grijze lijnen, die over de gehele periode rond elkaar schommelen. Voor de gehele periode 2004-2018 lag het honoreringspercentage voor de VENI op 16,9% voor vrouwen tegenover 17,7% voor mannen. Dit is in tegenstelling tot een eerder onderzoek waarin voor de VENI naar de periode 2010-2012 werd gekeken. Uit dat onderzoek bleek dat vrouwen minder kans hadden op het krijgen van een VENI dan mannen (Van der Lee & Ellemers, 2015). Wanneer echter naar de gehele periode 2004-2018 wordt gekeken, zijn er geen significantie verschillen. Voor de VIDI lagen de honoreringspercentages over deze periode op 20,1% voor vrouwen, tegenover 19,1% voor mannen en voor de VICI op 16% voor zowel vrouwen als mannen. Echter, voor alle drie de beurzen zien we dat vrouwen minder vaak dan mannen een aanvraag indienen. Zoals te zien in onderstaand figuur is het aandeel vrouwen dat een aanvraag indient (rode lijn) lager dan het aandeel vrouwen dat in aanmerking komt om een aanvraag in te dienen (gele lijn).Dit effect zien we al bij de VENI aanvragen, maar wordt nog duidelijker voor de VIDI en VICI aanvragen. 

aanvragen en toekenningen
NB: voor 2011 zijn de genderverdelingen voor Vidi aanvragen en toekenningen niet beschikbaar. De uitkomst van de ronde in 2011 was pas in 2012 bekend. De datum van de Vidi ronde is dat jaar verschoven, hierdoor zijn deze gegevens niet beschikbaar in het jaarverslag. Bron: NWO Jaarverslagen en website en CBS Statline, bewerking Rathenau Instituut.

Wel genderverschillen in toekenningskansen per domein

Bovenstaande analyses zijn voor alle domeinen tezamen. Het is echter de vraag of voor alle domeinen hetzelfde geldt. Hebben vrouwen betere honoreringskansen in het ene of andere domein? Om dit te analyseren hebben we gekeken naar de VENI aanvragen en toekenningen voor de periode 2012 t/m 2018, waarvoor de domein-specifieke cijfers beschikbaar zijn. Deze analyses laten inderdaad een verschil tussen domeinen zien. Binnen het domein Exacte en Natuurwetenschappen hebben vrouwen meer kans op toekenning dan mannen. Mannen hebben daarentegen meer kans op toekenning binnen het medische domein ZonMW. Voor de overige domeinen (Sociale en Geesteswetenschappen, Toegepaste en Technische Wetenschappen en domein overschrijdend) zijn er geen verschillen in toekenningskansen tussen mannen en vrouwen. De domein-specifieke analyses hebben we niet kunnen uitvoeren voor de VIDI en VICI beurzen, aangezien daar de aantallen per domein te klein zijn.

 

Tot slot

De analyses over mogelijke genderverschillen in beurstoekenningen in deze factsheet volgen een kwantitatieve benadering waarbij is aangenomen dat er geen significante kwaliteitsverschillen bestaan tussen beursaanvragen van mannen en vrouwen. De conclusie dat er geen genderverschil bestaat in de toekenning van onderzoeksbeurzen geldt dus voor de situatie waarin er geen kwaliteitsverschillen bestaan tussen beursaanvragen van mannen en vrouwen. Onderzoek naar genderverschillen in Europese (ERC) beurstoekenningen laat zien dat zelfs wanneer vrouwen een hoger toekenningspercentage hebben, er nog altijd sprake kan zijn van gender bias wanneer er wordt gecorrigeerd voor kwalitatieve verschillen (Van den Besselaar et al., 2018). Vrouwen zouden veel meer betere voorstellen geschreven kunnen hebben, en toch niet meer beurzen toegekend krijgen. Het risico op gender bias is met name groot wanneer de kwaliteit van de onderzoeker wordt beoordeeld en kleiner wanneer de kwaliteit van het onderzoeksvoorstel wordt beoordeeld (Witteman et al., 2019).

Onze analyses laten zien dat er geen genderverschillen zijn in beurstoekenningen binnen de Vernieuwingsimpuls van NWO. Wel zien we dat vrouwen minder vaak kiezen om een talentbeurs aan te vragen dan mannen. Vanwege het belang van dergelijke beurzen voor de doorstroming van vrouwen in de wetenschap kunnen vrouwen daarom extra gemotiveerd worden om wel deze onderzoeksbeurzen aan te vragen, al moet hierbij rekening worden gehouden met een grote aanvraagdruk. Natuurlijk zijn er naast onderzoeksbeurzen meerdere zaken belangrijk om meer vrouwen te bevorderen op hogere posities binnen de wetenschap, zoals waardering en beloning voor andere verdiensten dan het binnenhalen van deze beurzen. Het blijft daarom belangrijk om ook voor andere prestaties oog te hebben. Het huidige beleid van instructie over diversiteit lijkt gewerkt te hebben, maar er is in elk geval meer beleid nodig om vrouwen te stimuleren en te behouden op hoogleraarsposities.

 

Over de data en methodiek

Data over genderverschillen in beursaanvragen en toekenningen zijn verzameld vanuit de NWO jaarverslagen en website. Gegevens over de genderverdeling bij promoties zijn verkregen via CBS Statline. Om te testen of de genderverschillen in beursaanvragen en toekenningen significant zijn, is gebruikt gemaakt van chi-kwadraat toetsen.

De gegevens over de genderverdeling bij promoties gaan enkel over promoties in Nederland. De vernieuwingsimpuls staat open voor wetenschappers vanuit de hele wereld. Er zullen dus ook aanvragen tussen zitten van wetenschappers die niet in Nederland gepromoveerd zijn. Als er verhoudingsgewijs meer mannen of vrouwen die niet in Nederland gepromoveerd zijn een aanvraag indienen, zou dit onze conclusies kunnen beïnvloeden.

 

Bronnen

CBS Statline

NWO jaarverslagen en website

European Commission, She Figures, 2018

UNESCO, Recommendation on Science and Scientific Researchers 2017

Van den Besselaar, P. et al. (2018). Explaining gender bias in ERC grant selection – Life Sciences case. STI 2018 Conference Proceedings.

Van der Lee, R., & Ellemers, N. (2015). Honoreringskansen voor mannen en vrouwen in de NWO-competitie. Onderzoeksrapport.

VSNU / WOPI data

Witteman, H.O. et al. (2019). Are gender gaps due to evaluations of the applicant or the science? A natural experiment at a national funding agency. Lancet, 393, 531-540.