Universitaire functies naar geslacht en leeftijd
Welke verdeling (in fte) bestaat er tussen mannen en vrouwen die een wetenschappelijke functie bekleden aan de universiteit? In deze datapublicatie kijken we naar de verdeling binnen verschillende leeftijdsgroepen en naar de jaarlijkse ontwikkeling van het aandeel mannen en vrouwen per functie.
In het kort
- In alle wetenschappelijke functies, behalve bij de docenten en de categorie van overig wetenschappelijk personeel, is het aandeel vrouwen (in fte) kleiner dan mannen.
- Het aandeel vrouwen wordt kleiner wanneer het functieniveau toeneemt.
- De groeiende werkgelegenheid aan universiteiten wordt in toenemende mate door vrouwen ingevuld.
Het academisch carrièrehuis naar functie, leeftijd en geslacht, 2025 (in fte)
Ontwikkeling van het academisch carrièrehuis naar functie en geslacht (in fte)
Notities: Data over de categorieën OWPOW, OWPOZ en OVWP worden pas sinds 2005 bijgehouden. Voor beide grafieken geldt dat de cijfers exclusief het gebied Gezondheid binnen de HOOP-classificatie zijn. In de loop van de jaren is het personeel van de medische faculteiten binnen bijna alle academische ziekenhuizen overgegaan van de universiteit als werkgever naar het academische ziekenhuis ofwel het universitair medisch centrum (umc). Het gebied Gezondheid (volgens de HOOP-classificatie) laat om die reden een inconsistent beeld zien van universitair personeel.
Inhoudelijke toelichting
Anno 2025 zien we dat, behalve bij de groep docenten en overig wetenschappelijk personeel, in alle wetenschappelijke functies het aandeel vrouwen (in fte) nog altijd kleiner is dan het aandeel mannen. Met elke stap op de carrièreladder loopt het verschil tussen mannen en vrouwen meer uiteen; hoe hoger de functie, hoe kleiner het aandeel vrouwen. Zoals de eerste grafiek laat zien, neemt het aandeel mannen ook toe naarmate de leeftijd hoger wordt. Dit komt doordat hogere functies later in de carrière worden verkregen. Het merendeel van de promovendi (fte) zit in de leeftijdscategorie van 25 tot 29 jaar. Hiervan is 47% vrouw. Het merendeel van de hoogleraren (fte) is tussen 50 en 64 jaar oud; hier is het aandeel vrouwen 33%. Deze cijfers zijn exclusief het gebied Gezondheid.
Het aantal fte dat door vrouwen in de wetenschap wordt ingevuld is in de afgelopen jaren wel harder gestegen dan het aantal fte dat door mannen wordt ingevuld. Wanneer we kijken naar de ontwikkeling tussen 2005 en 2025 zien we een groei van 39% van het mannelijke wetenschappelijke personeel (van 13.694 fte in 2005 naar 19.071 fte in 2025) en van 162% bij het vrouwelijk wetenschappelijke personeel (van 5.916 fte in 2005 naar 15.485 fte in 2025). De groeiende werkgelegenheid aan universiteiten wordt dus in toenemende mate door vrouwen ingevuld. Het aandeel vrouwen met een wetenschappelijke functie aan de universiteit is daarmee toegenomen van 30% in 2005 tot 45% in 2025. In de toekomst zal naar verwachting daarom ook het aandeel vrouwen in de hogere functiecategorieën toenemen.