calendar tag arrow download print
Image
Illustratie van een docent die via een beeldscherm contact heeft met een leerling
artikel
14 december 2020

Leren digitaliseren (5): Personaliseer de lessen met de leerkracht aan het roer

Blogserie Onderwijs
Illustratie: Max Kisman
Er komt steeds meer steun voor onderwijs dat is toegesneden op de behoeften en competenties van individuele leerlingen. Dit gepersonaliseerde onderwijs wordt vooral mogelijk gemaakt door digitale middelen. Deze aflevering van onze blogserie over digitalisering in het onderwijs gaat over adaptief leermateriaal. Dat stemt het lesaanbod automatisch af op het niveau van de leerling. Wat zijn de beloften van adaptief leren? En hoe ziet het eruit in de praktijk?

In het kort:

  • Adaptieve leermiddelen beloven leerprestaties te verbeteren door lesstof op maat aan te bieden.
  • De leerkracht is de bepalende factor voor een effectieve implementatie van adaptief onderwijs.
  • Om de leerkracht optimaal te kunnen ondersteunen, is gerichte samenwerking tussen meerdere partijen nodig.

Hoe ga je om met verschillende leerniveaus binnen de klas? Voor leerkrachten is dat een grote uitdaging in hun dagelijkse werk. De aandacht van de ene leerling gaat verloren omdat een opdracht te gemakkelijk is, voor de andere leerling is dezelfde opdracht juist te moeilijk. Onderwijs aanpassen op individueel niveau is met traditionele leermiddelen kostbaar en arbeidsintensief.

Beloften van adaptief leren

In theorie bieden digitale adaptieve leermiddelen uitkomst omdat ze de lesstof automatisch afstemmen op het niveau van de leerling. Leerlingen krijgen uitleg en opdrachten op maat via een tablet of computer, en kunnen zo zelfstandig de lessen doorlopen. Een algoritme houdt bij hoeveel fouten ze maken. Zijn dat er veel, dan worden de volgende opdrachten makkelijker. Zijn het er weinig, dan worden ze moeilijker.

Omdat iedere leerling op het eigen niveau wordt aangesproken, kan dat leiden tot beter gemotiveerde kinderen. Tussentijdse beloningen, bijvoorbeeld in de vorm van virtuele sterren of muntjes, houden die motivatie op peil. Leerlingen krijgen via het adaptieve systeem ook inzicht in de vorderingen die ze maken en kunnen daardoor meer controle uitoefenen over het eigen leerproces. Betere motivatie en meer zelfcontrole moeten leiden tot betere leerprestaties.

Adaptieve leermiddelen ondersteunen ook de leraar doordat ze de voortgang van leerlingen bijhouden en de resultaten van de opdrachten verwerken. Leerkrachten kunnen dit allemaal via een dashboard volgen. Een aantal routinetaken wordt de leraar uit handen genomen zodat die meer tijd overhoudt voor gerichte persoonlijke aandacht voor leerlingen. Adaptieve leermiddelen passen dus in een trend richting steeds verder gepersonaliseerd onderwijs waarin het belang van de individuele leerling voorop staat.

Adaptief leren in de praktijk

Naar schatting werkt 60% van de Nederlandse basisscholen met adaptief leermateriaal. De meest gebruikte systemen zijn Snappet en Gynzy. Daarnaast komen ook Rekentuin, Taalzee, Muiswerk, Words&Birds, en Squla voor. De systemen richten zich vooral op gestructureerde vakken als rekenen en taal, die goed met algoritmen zijn te ondersteunen.

De mensen uit de onderwijspraktijk die wij hebben gesproken, geven de indruk dat het werken met adaptief leermateriaal over het algemeen leidt tot betere leerprestaties bij rekenen en taalvaardigheid. Wetenschappelijk onderzoek naar het leermiddel Snappet concludeert dat er inderdaad sprake is van een significante verbetering. Vooral de leerlingen die al beter presteerden, lijken er baat bij te hebben. De scope van dit onderzoek is echter nog te beperkt om definitieve conclusies te kunnen trekken.

In tegenstelling tot wat de nieuwe leermiddelen beloven, gaat het in de praktijk nog niet zo hard met de automatische adaptiviteit. Instructie van de oefenstof verloopt over het algemeen klassikaal en is niet adaptief. Differentiatie in oefenstof gaat door tussenkomst van de leraar, die op basis van inzicht in de leerprestaties van de leerlingen oefenpakketten klaarzet die op individuele behoeften zijn toegesneden. Opvallend is dat adaptieve systemen als Snappet en Gynzy goed aansluiten bij het traditionele, klassikale onderwijs en niet bij onderwijsconcepten die al uitgaan van een sterk gepersonaliseerde leeromgeving, zoals bijvoorbeeld de Vrije School. 

Ook de aansluiting op het klassikale onderwijs gaat niet vanzelf. Leerkrachten spelen een belangrijke rol in het afstemmen van de nieuwe software op bestaande leerlijnen zoals Wereld in Getallen. Zo is het bijvoorbeeld lastig om klassikaal breuken te gaan toetsen wanneer nog niet alle leerlingen ‘breuken’ helemaal hebben doorgewerkt.

Volgens Bart Meuffels, ICT-coördinator van Stichting Kindante uit Sittard, heeft het inpassen van adaptief leermateriaal een ontwikkeling op gang gebracht naar evalueren op basis van individuele leerpaden. Hoe dat precies vorm moet krijgen, is nog niet uitgekristalliseerd. Zeker is wel dat systemen als Gynzy en Snappet het beste werken als ze doordacht aangesloten worden op bestaande leerlijnen. Incidenteel gebruik is veel minder effectief.

Werkdruk

Aan de slag gaan met adaptief leermateriaal, levert in eerste instantie meer werkdruk op. Dat komt vooral omdat de leerkracht digitaal vaardig(er) moet worden, de nieuwe middelen moet aansluiten op bestaande leerlijnen én de oefenstof moet differentiëren. Het dashboard geeft wel meer inzicht in de voortgang van leerlingen en biedt ondersteuning in de uitvoering van administratieve taken, maar van tijdwinst is in het begin geen sprake. Leerkrachten moeten er bijvoorbeeld ook op bedacht zijn dat de automatische voortgangsmonitor in sommige gevallen een vertekend beeld kan geven van de werkelijke progressie die een leerling heeft geboekt. 

Dat kan onder meer komen doordat leerlingen uit balorigheid zomaar wat aanklikken of bewust de gemakkelijke weg kiezen bij het maken van opgaven. Ook kijken ze soms niet verder dan goed of fout en slaan de verdiepende uitleg over. Niet alle leerlingen zijn in staat om de regie over het eigen leerproces te voeren. Ze gaan soms ook resultaten vergelijken, wat kan leiden tot meer onderlinge competitie en zelfs pestgedrag in de klas. Kortom, het adaptief leermateriaal kan op veel manieren verkeerd worden gebruikt. Opnieuw is het aan de leerkracht om dat te voorkomen.

Leerkracht centraal

Uit de praktijkervaringen blijkt dat adaptieve leermiddelen de leerkracht niet kunnen vervangen. Er spelen tal van uitdagingen die alleen een leerkracht kan oplossen. Hoe het adaptieve leermateriaal in bestaande leerlijnen in te passen? Hoe te toetsen wanneer leerlingen verschillende leerpaden bewandelen? Kloppen de data-analyses van het systeem wel? Welke oefenstof is per individu passend? Zitten leerlingen niet te lang achter hun scherm? En dagen leerlingen zichzelf voldoende uit of kiezen ze de makkelijke weg?

Bij het personaliseren van het onderwijs met digitale middelen moet de leerkracht dus centraal komen te staan. In klassen waar leraren teveel overlaten aan de digitale leermiddelen, gaan de leerprestaties achteruit. Een bekend voorbeeld waar het helemaal misging, zijn de zogenoemde Steve Jobsscholen van Maurice de Hond. Het onderwijs verliep daar bijna volledig via de IPad. Dat leidde tot veel onrust, vooral door een gebrek aan klassikale controle door de leerkracht.

Leerkrachten hebben hulp nodig om te leren werken met adaptieve leermiddelen. Bedrijven als Gynzy en Snappet bieden deze ondersteuning wel, maar er is meer nodig. Het lijkt erop dat scholen die leservaringen delen en leraren actief begeleiden, het beter doen dan scholen die dat achterwege laten. Een mooi voorbeeld is de scholenkoepel Lucas Onderwijs (Den Haag) waar drie leerkrachten zijn aangewezen die collega’s coachen, en een leernetwerk is opgericht waarin ervaringen worden uitgewisseld.

Om adaptieve leermiddelen optimaal voor het onderwijs te laten werken, moet kennis uit de onderwijssector, pedagogiek, kunstmatige intelligentie en van innovatieve bedrijven bij elkaar worden gebracht. Het onlangs verschenen onderwijsmanifest van de Nederlandse AI Coalitie kan gebruikt worden als basis om deze samenwerking van de grond te krijgen. Deze blogpost laat zien dat het essentieel is om in die samenwerking een belangrijke plaats in te ruimen voor kennis uit de dagelijkse onderwijspraktijk.

Leren digitaliseren (5)

2020 kan wel eens de geschiedenis ingaan als het jaar waarin het onderwijs onherkenbaar veranderde. De digitalisering die de afgelopen jaren sluipenderwijs voortschreed, maakte een reuzensprong. Gedwongen door een klein virus volgden miljoenen leerlingen hun lessen thuis vanachter de computer. Maar wat betekent digitalisering voor de onderwijskwaliteit? En wat is de impact op kernwaarden als autonomie, rechtvaardigheid en menselijkheid? Welke zeggenschap hebben scholen, leerlingen en hun ouders over de kant die het onderwijs met digitalisering op gaat? En hoe draagt deze ontwikkeling eraan bij dat scholieren en studenten zich ontwikkelen tot de burgers waaraan een democratische samenleving behoefte heeft? Via praktijkvoorbeelden zoeken we in de blogserie Leren digitaliseren naar een antwoord op deze vragen.

Andere publicaties in de reeks: