calendar tag arrow download print
Doorgaan naar inhoud

Meer gegevens lectoren naar Rathenau Instituut

Lectoren
Image
Het Rathenau Instituut krijgt structureel toegang tot de gegevens over lectoren die het Nationaal Regieorgaan Praktijkgericht Onderzoek SIA bijhoudt. Beide organisaties sloten 2 oktober een licentieovereenkomst over het gebruik van een nieuwe set data. Melanie Peters, directeur van het Rathenau Instituut: “Zo kunnen we een beter beeld schetsen van praktijkgericht onderzoek in Nederland.”

Lectoren werken in onderzoeksgroepen samen met docenten en onderzoekers aan hogescholen en met bedrijven en publieke instellingen. Lectoraten bestaan sinds 2000 en versterken de kwaliteit van het hoger beroepsonderwijs. Ook dragen ze bij aan innovatie in de praktijk.

In 2016 publiceerde het Rathenau Instituut zijn eerste rapport over lectoren. Daaruit kwam onder meer naar voren dat de meeste lectoren – inmiddels zo’n 700 – verwachten dat hun lectoraat de komende jaren zal groeien. Ook verwachtten ze dat het belang van hun lectoraat zal toenemen, in de regio waar hun hogeschool is gevestigd maar ook daarbuiten.

Om dat te kunnen onderzoeken, zijn meer data nodig, zoals gegevens over lectoren zelf. Die microdata heeft het Nationaal Regieorgaan Praktijkgericht Onderzoek SIA, dat aanvragen verwerkt voor onderzoeksprojecten die onder de RAAK-regeling vallen. Dat is een overheidsbijdrage voor onderzoek dat hogescholen samen uitvoeren met bedrijven en instellingen uit de publieke sector.

Compleet overzicht

Richard Slotman, directeur Nationaal Regieorgaan Praktijkgericht Onderzoek SIA, en Melanie Peters, directeur Rathenau Instituut, ondertekenden vandaag de overeenkomst. 

Met de licentieovereenkomst krijgt de levering van lectorendata aan het Rathenau Instituut een structureel karakter. Melanie Peters, directeur van het Rathenau Instituut: “Zo kunnen we ieder jaar een completer overzicht geven van de ontwikkeling van de lectoraten. De laatste paar jaar komen er bijvoorbeeld minder snel nieuwe lectoraten bij, terwijl de minister heeft gezegd dat er nog wel ruimte is.”