Zicht op gevolgen overheidsdigitalisering moet beter
De Nederlandse overheid scoort over het algemeen goed op internationale ranglijsten die randvoorwaarden meten van overheidsdigitalisering. Maar de ranglijsten bieden nog te weinig zicht op de impact van overheidsdigitalisering voor burgers en bedrijven. Bovendien bieden ze nauwelijks informatie over de transparantie, veiligheid en de invloed op de strategische autonomie van ons land. Dat blijkt uit de factsheet ‘Digitale overheid in kaart?’ die het Rathenau Instituut vandaag publiceert.
Op internationale indexen voor overheidsdigitalisering scoort Nederland op veel onderdelen goed. Belasting aangeven, subsidie aanvragen of je rijbewijs verlengen: veel overheidsdiensten gaan in ons land digitaal. Er is goede toegang tot internet en het aandeel van de bevolking met digitale basisvaardigheden ligt in Nederland op 83% - boven het EU-streefpercentage van 80%.
Maar Nederland scoort niet op alle fronten goed. Vergeleken met andere landen betrekt de Nederlandse overheid haar burgers bijvoorbeeld weinig bij de ontwikkeling van digitale publieke dienstverlening.
Bovendien bieden de internationale ranglijsten alleen inzicht in de randvoorwaarden van overheidsdigitalisering. Geen van de ranglijsten beoordeelt de veiligheid, transparantie, inhoudelijke kwaliteit en uitvoering van digitale dienstverlening. Ook geven ze geen inzicht in gebruikerservaringen of het herstelvermogen bij fouten. En juist in de uitvoering blijken vaak problemen te ontstaan, zoals bijvoorbeeld bleek bij de affaire rond de kinderopvangtoeslag.
Bredere analyse nodig
‘Een bredere analyse van de impact van overheidsdigitalisering is nodig’, zegt Alexandra Vennekens, onderzoekscoördinator bij het Rathenau Instituut. ‘Alleen dan ontstaat inzicht in de werkelijke consequenties van overheidsdigitalisering voor burgers en bedrijven. Met verdere digitalisering groeit bovendien de afhankelijkheid van complexe IT-systemen en internationale technologiebedrijven. Succesvolle digitalisering draait niet alleen om méér digitalisering, maar ook om de vraag hoe digitalisering wordt ingericht.’
Voor de factsheet analyseerden onderzoekers van het Rathenau Instituut internationale indexen van de Verenigde Naties, de Europese Commissie en de OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling).