Internationale mobiliteit van onderzoekers heeft meer waarde dan alleen aantrekken individueel talent

Werking van het wetenschapssysteem

Terugblik

In landelijk beleid gericht op wetenschappers die naar het buitenland gaan of uit het buitenland komen, gaat het vaak over individuele wetenschappers. Maar onderzoeksgroepen lijken vooral te focussen op het uitbreiden van netwerken. Dat is een van de inzichten uit gesprekken van het Rathenau Instituut na de publicatie van het rapport 'Honkvast, uit of homerun'.

Illustratie van mensen aan tafels met spreekwolkjes
Illustratie: Laura Marienus/Rathenau Instituut

In het kort:

  • Het Rathenau Instituut sprak met onderzoekers en beleidsmedewerkers van onderzoeksinstellingen over internationale mobiliteit.
  • Zij focussen vooral op het uitbreiden van netwerken.
  • Beleid is meer gericht op het behouden of aantrekken van individuen.

Uit de gesprekken blijkt dat deelnemers internationale mobiliteit waardevol vinden voor onderzoeksgroepen. Ze verbinden internationale mobiliteit met meer internationaal samenwerken en met beter (leren) onderzoeken. Daarbij ervaren ze dat die aspecten in het huidige tijdsgewricht onder druk staan door toegenomen politisering van onderzoek.

Bij de gesprekken valt op dat deelnemers meer de nadruk leggen op samenwerken in internationale netwerken, terwijl in beleid vaker de nadruk ligt op het aantrekken van individuele onderzoekers. 'Dit verschil kan ervoor zorgen dat beleid niet goed aansluit op de behoeften van onderzoeksgroepen,' zegt Alexandra Vennekens, bij het Rathenau Instituut coördinator van het onderzoek over het wetenschapssysteem. 'Daarom stellen wij ook voor dat onderzoeksgroepen en beleidsmakers bij onderzoeksinstellingen hierover in gesprek blijven met het ministerie van OCW.'

De deelnemers aan de gesprekken zien verder aandachtpunten op vier onderwerpen: praktische onzekerheid, vernieuwde onderzoeksbenaderingen, diversiteit en inclusie, en financiering.

Praktische onzekerheid

Een eerste aandachtspunt is de praktische (on)zekerheid. Internationaal mobiele wetenschappers hebben vaak problemen met visums, huisvesting en administratieve handelingen. Kennisinstellingen helpen al vaak en dat is fijn. Landelijke beleidsmakers zouden kunnen opletten of bijvoorbeeld een extra visum of nieuw type beleidsvergunning nou echt een probleem wegneemt of alleen verplaatst.

Vernieuwende onderzoeksbenaderingen

Een tweede aandachtspunt betreft vernieuwende onderzoeksbenaderingen zoals gestimuleerd door Erkennen en Waarderen. Aan de ene kant kan dat programma uitdagingen opleveren voor onderzoekers die vanuit Nederland naar het buitenland willen omdat ze een afwijkend carrièrepad hebben gevolgd. Aan de andere kant biedt het programma volgens deelnemers aan de gesprekken juist kansen voor minder voor de hand liggende internationale samenwerkingsvormen en voor burgerwetenschap in internationaal verband.

Diversiteit en inclusie

Een derde aandachtspunt gaat over diversiteit en inclusie op de werkvloer. Deelnemers aan de gesprekken maken zich zorgen over discriminatie rond gender, geslacht, huidskleur, etniciteit, nationaliteit en sociaal-culturele achtergrond. Internationaal mobiele onderzoekers kunnen hiervoor extra kwetsbaar zijn. Deelnemers noemen als oplossing verplichte, terugkerende trainingen over het herkennen en aanpakken van op vooroordelen gebaseerd bedrag. Ook opperen ze regelmatige incheckmomenten met werknemers en exitinterviews.

Financiering

Een vierde aandachtspunt vormt de financiering. Niet alleen de grote onderzoeksfinanciers verstrekken beurzen voor internationale mobiliteit, ook instellingen zelf werken met beurzen. Deelnemers aan de gesprekken zien vaak dezelfde aanvragers: zij weten de weg. Daarnaast lijkt het voor hogescholen ingewikkelder te zijn om beurzen binnen te halen die bedoeld zijn voor internationale samenwerking en mobiliteit.

Verzoek van ministerie van OCW

In oktober 2025 publiceerde het Rathenau Instituut het rapport Honkvast, uit of homerun. Dat rapport liet op basis van een analyse van publicatiedata zien dat de internationale mobiliteit van onderzoekers in Nederland in balans is, zowel qua aantal onderzoekers als qua wetenschappelijke impact van die onderzoekers.

De resultaten in het onderzoeksrapport geven inzicht in internationale mobiliteit in het verleden op stelselniveau. Als follow-up verzocht het ministerie van OCW aan het Rathenau Instituut om in gesprek te gaan met onderzoekers en met beleidsmedewerkers van onderzoeksinstellingen rond de vraag: hoe zit het nu met internationale mobiliteit op het niveau van onderzoeksgroepen?
 

Meer weten?

Het veld over 'Honkvast, uit of homerun'. Reflectie op de workshop en de interviews over internationale mobiliteit van onderzoekers

Download pdf Download de pdf met een uitgebreide reflectie op de workshop en de interviews