In gesprek over toekomstvisies in de praktijk van klimaat en energie
Hoe kunnen toekomstvisies beter richting geven aan klimaat- en energiebeleid? Die vraag stond centraal tijdens een bijeenkomst van de Wetenschappelijke Klimaatraad en het Rathenau Instituut op maandag 15 december 2025.
In het kort:
- We organiseerden met de Wetenschappelijke Klimaatraad een bijeenkomst over toekomstvisies bij klimaat- en energiebeleid.
- Onderzoekers van het Rathenau Instituut spraken in twee deelsessies met experts en belanghebbenden.
- Het ene gesprek ging over waterstof. Het andere gesprek over de decentrale kant van het energiesysteem.
De samenleving maakt zich zorgen over de gevolgen van klimaatverandering en dringt aan op actie. Dat constateerde de Wetenschappelijke Klimaatraad in haar advies Vaart maken met visie. Maar wat maakt een visie sterk?
Volgens Jasper Zuure, adviseur bij de Wetenschappelijke Klimaatraad, zijn er zes belangrijke criteria:
- een langetermijntijdshorizon;
- samenhang;
- invoelbaarheid;
- wensen en (op kennis gebaseerde) verwachtingen;
- cross-sectorale afstemming; en
- maatschappelijke betrokkenheid.
Onderzoekers van het Rathenau Instituut gingen aan de hand van deze criteria in gesprek met mensen uit de wetenschap, de overheid en het bedrijfsleven over de praktijk van visievorming. Eén gesprek ging over visievorming bij waterstof. Het andere gesprek ging over visievorming bij de decentrale kant van het energiesysteem. Bij de gesprekken beoordeelden de deelnemers wat in die visies goed gaat en wat beter kan. Hieronder bespreken we een aantal inzichten: eerst die uit het gesprek over waterstof, daarna die uit het gesprek over de decentrale kant van het energiesysteem.
Waterstof: lessen na vijf jaar Kabinetsvisie
Sinds de Kabinetsvisie waterstof uit 2020 is er veel veranderd. Waterstofproductie blijkt duurder en daardoor voor minder toepassingen inzetbaar dan eerder verwacht. Investeringen vanuit de industrie komen maar moeizaam op gang en de uitrol van het buizennetwerk voor transport van waterstof verloopt trager dan gepland en is duurder dan eerder voorzien. De productiedoelstellingen voor 2030 zijn vooruitgeschoven naar 2035. Duurzame waterstof heeft nog steeds een rol te spelen in de energie- en grondstoffentransitie, maar de toekomstige omvang van de vraag naar duurzame waterstofvraag is onzeker.
De Wetenschappelijke Klimaatraad benadrukt dat de langetermijnvisievorming moet gaan over de wenselijke toekomst. De deelnemers vinden dat het gesprek wel gebaseerd moet zijn op realistische verwachtingen. Bij het opstellen van de waterstofvisie ontbrak het volgens veel deelnemers namelijk aan realiteitszin over de uitvoerbaarheid. Uitvoerbaarheid wordt daarom voorgesteld als additioneel criterium voor een goede visie.
Deelnemers vragen verder aandacht voor adaptiviteit. Bij het opstellen van visies moet rekening gehouden worden met tegenslagen en alternatieve scenario’s. Zo raakt het einddoel niet uit zicht.
Daarnaast was er beperkt sprake van brede maatschappelijke betrokkenheid bij de visievorming op waterstof. Volgens sommige deelnemers is dat begrijpelijk, want het onderwerp roept mogelijk veel weerstand op en is technisch. Anderen benoemen dat er wel degelijk vragen spelen waarover burgers prima kunnen meepraten.
Decentraal: aanknopingspunten voor volgende fase visievorming
Steeds meer mensen en bedrijven wekken en slaan lokaal energie op. Daarnaast elektrificeren bedrijven en komen er meer elektrische auto's en warmtepompen. Mede hierdoor zit het elektriciteitsnet op steeds meer plekken vol en wachten nu zo'n 14.000 bedrijven op stroom.
Door lokaal vraag en aanbod van energie beter op elkaar af te stemmen, kunnen decentrale energie-ontwikkelingen, zoals energiehubs bij bedrijventerreinen en energiecoöperaties, een oplossing bieden voor deze netcongestie en bijdragen aan een toekomstbestendig energiesysteem.
De deelnemers zijn blij met de Kamerbrief over de decentrale ontwikkeling van het energiesysteem van het Ministerie van Klimaat en Groene Groei. Ze zien het als een eerste stap en hebben nog wel behoefte aan een echte visie. Concrete verbeterpunten zijn onder andere dat die toekomstige visie verder kijkt dan 2050, gaat over een wenselijke toekomst, beter invoelbaar is voor mensen, en een goede onderbouwing bevat van zowel de opgave, als de voorgestelde oplossingen.
De deelnemers vinden het daarnaast goed dat er veel aandacht is voor de samenhang met andere opgaven, zoals tussen energie en wonen, tussen energie en werken en tussen energie en mobiliteit. Een sterke visie noemt niet alleen het belang van die samenhang, maar lost ook knelpunten op tussen die sectoren.
Verder missen verschillende deelnemers prioriteiten en keuzes. Bijvoorbeeld: hoe weeg je de publieke belangen van het energiesysteem af tegen die van de ruimtelijke ordening?
Lopend onderzoek
De bijeenkomst met de Wetenschappelijke Klimaatraad vond plaats in het kader van twee lopende projecten van het Rathenau Instituut. Wilt u hier meer over weten of meedenken? Neem dan contact op met Femke Merkx voor het project Waterstof voor verduurzaming van de industrie en met Romy Dekker voor het project Democratisch verduurzamen met decentrale energie.