calendar tag arrow download print
Doorgaan naar inhoud

Derde geldstroom is belangrijk voor universiteiten

artikel
17 december 2020
Wetenschap in cijfers Hoger onderwijs financiering

Foto: Bart van Overbeeke/ANP

Image
Onderzoekers aan het werk in een laboratorium van de TU Eindhoven

Nederlandse universiteiten halen een groter deel van hun inkomsten binnen via onderzoek voor overheden, bedrijven en non-profitorganisaties dan tien jaar geleden. Waar deze zogenoemde derde geldstroom in 2008 nog goed was voor een zevende deel van de universitaire inkomsten, was dat in 2018 bijna een zesde. Een nieuw rapport van het Rathenau Instituut laat zien dat externe financiering van universitair onderzoek zowel gewenste als ongewenste beïnvloeding kan opleveren.

In het kort:

  • Inkomsten uit derde geldstroom nemen in tien jaar tijd met de helft toe.
  • Het belang van de derde geldstroom verschilt sterk per universiteit.
  • Toename komt vooral uit het Europees kaderprogramma.

Terwijl de totale inkomsten van de Nederlandse universiteiten in de afgelopen tien jaar met 33% stegen naar 7,3 miljard euro, groeiden hun inkomsten via de derde geldstroom met 51% naar bijna 1,2 miljard euro. Bedrijven, nationale overheden en met name internationale organisaties zijn beduidend meer gaan uitgeven aan universitair onderzoek. De groei binnen die laatste categorie komt vooral doordat universiteiten steeds meer projectsubsidies krijgen vanuit Europa (Europees kaderprogramma voor onderzoek en innovatie).

Het rapport Ontwikkeling derde geldstroom en beïnvloeding van wetenschappelijk onderzoek, laat zien dat het belang van de derde geldstroom sterk verschilt per universiteit. Zo haalt de Technische Universiteit Eindhoven bijna een kwart (22%) van haar inkomsten binnen via de derde geldstroom. Voor de Vrije Universiteit is dat 8% en voor de Universiteit van Tilburg 5%. Ook de financiers van de derde geldstroom verschillen sterk bij de universiteiten. De technische universiteit in Eindhoven haalt relatief veel Europees geld binnen en die in Delft veel van bedrijven. De universiteit Utrecht krijgt relatief veel opdrachten van non-profitorganisaties.  

Beïnvloeding van onderzoek

In het rapport stelt het Rathenau Instituut dat financiering via de derde geldstroom zowel een gewenste als een ongewenste invloed kan hebben op het onderzoek. De Nederlandse overheid moedigt de samenwerking van universiteiten met bedrijven en andere organisaties aan, omdat dit mogelijk leidt tot onderzoeksresultaten die beter benut kunnen worden in de praktijk. Projectfinanciering kan ook leiden tot minder wetenschappelijke onafhankelijkheid en minder betrouwbare resultaten.

Omdat projectfinanciering vaak niet kostendekkend is, moeten universiteiten eigen geld bijleggen (matching) dat ze niet aan ander onderzoek kunnen besteden. Enquêtes onder wetenschappers laten zien dat ongewenste beïnvloeding van onderzoekers voorkomt in Nederland, maar er is geen onderzoek dat duidelijk maakt hoe vaak dit jaarlijks gebeurt.

Bewuste keuzes maken

‘Nederlandse universiteiten ontvangen relatief meer private financiering dan buitenlandse universiteiten’, zegt directeur Melanie Peters van het Rathenau Instituut. ‘Dat is op zich niet erg maar we moeten ons wel bewust zijn van de mogelijke risico’s. We hebben regels en gedragscodes die ongewenste beïnvloeding moeten voorkomen. Ons onderzoek laat zien dat universiteiten bewuste en strategische keuzes moeten maken bij het samenwerken met externe partijen. Daarbij zouden ze zich vooral moeten richten op samenwerking die maatschappelijke meerwaarde oplevert voor de langere termijn en minder op het financiële voordeel op de korte termijn.’

Gerelateerde content: