calendar tag arrow download print
Image
Marion Tillema
Artikel
21 juni 2021

Balans van de wetenschap (5) ‘Bewust worden van biases is niet altijd comfortabel’

Onderwijsonderzoek Wetenschapsbeleid Inclusieve samenleving
Marion Tillema van het ComeniusNetwerk
Hoe de Nederlandse wetenschap ervoor staat, laten we elke twee jaar zien in de Balans van de wetenschap. Hierin geven we inzicht in de mate waarin de wetenschap de drie ambities van de regering waarmaakt. De balans slaat uit naar de goede kant, maar er zijn aandachtspunten. Daarnaast verandert de behoefte aan kennis en de manier van wetenschap bedrijven, doordat de samenleving verandert. In deze serie laten we mensen aan het woord die dagelijks de Nederlandse wetenschap vormgeven. Hoe zien zij de door ons geschetste ontwikkelingen? Aflevering 5: Marion Tillema, docent, onderzoeker en covoorzitter van het ComeniusNetwerk. Zij bepleit ruime aandacht voor onderwijsontwikkeling, gevoed door inzicht in wat succesvol is.

In het kort:

  • Het Nederlandse wetenschapsbeleid kent drie ambities: wetenschap van wereldformaat, ruimte voor talent en bijdragen aan de samenleving.
  • Het ComeniusNetwerk is een netwerk van onderwijsvernieuwers in het hoger onderwijs.
  • Marion Tillema vindt het belangrijk dat docenten zich bewust zijn van de biases die een rol kunnen spelen bij het beoordelen van studenten.

Marion Tillema geeft les aan de opleiding Communication & Multimedia Design van Avans Hogeschool te ’s-Hertogenbosch. Ze doet onderzoek naar hoe docenten complexe vaardigheden beoordelen, zoals kritisch denken. Daarnaast is ze covoorzitter van het ComeniusNetwerk, een groep mensen die zich bezighouden met onderwijsontwikkeling. Dat woord gebruikt ze liever dan ‘vernieuwing’, een besmette term die het beeld oproept van almaar nieuwe plannetjes ingegeven door een verlangen naar verandering, niet door inzicht in wat werkt. En dat laatste is precies wat de leden van het ComeniusNetwerk wél willen.

‘Wij vliegen onderwijsontwikkeling methodisch onderbouwd aan en kunnen dat ook implementeren in onze eigen onderwijspraktijk en onze eigen organisatie’, zegt Tillema. ‘Wij zijn geen belangenvereniging, we hebben altijd een genuanceerde boodschap. Natuurlijk staan wij voor genoeg ruimte voor onderwijs. Het netwerk is er bij uitstek voor bedoeld om, als er extra geld komt voor onderwijs, in te gaan op de vraag: hoe dan? Hoe doe je dat op een effectieve manier? Als je iets succesvols hebt gedaan, hoe zorg je dan dat het verankerd is in de organisatie? Daar zit de slagkracht en de knowhow van het netwerk.’

Onderwijs zie ik als een wezenlijk onderdeel van de wetenschap. Een goede docent draagt dus bij aan de wetenschappelijke ontwikkeling.

Kunt u een voorbeeld geven van succesvolle onderwijsontwikkeling?

‘Mijn eigen Comenius-fellowship gaat over kritisch denken in het hoger onderwijs. Dat is een van die brede vaardigheden die je vaak hoort als het gaat om toekomstbestendig opleiden. Maar het is een containerbegrip. Je kunt wel zeggen: we doen wat vakken kritisch denken in het curriculum en dan zijn we er, maar zo werkt het niet. Wat een goed idee is, is om het heel beroepsspecifiek in te vullen. Je neemt de theoretische kaders van het kritische denken en je gaat met een opleiding aan de slag. Hoe zie je kritisch denken terug bij iemand die opgeleid wordt voor dit beroep of vak?’

Zou u dit kunnen illustreren aan de hand van een concreet beroep?

‘Kritisch denken wordt vaak opgevat als het vermogen automatische reacties even op pauze te zetten en terug te vallen op methodisch gereguleerd denken. Dat is een cognitief veeleisende activiteit die je niet voortdurend kunt inzetten, want dan kun je gewoon niet functioneren. Het komt vaak neer op in een complexe beroepssituatie verschillende aanwijzingen tegen elkaar kunnen afwegen. Ontwerpers krijgen soms complexe opdrachten waarbij ze met een opdrachtgever aan de slag moeten, én aan esthetische normen moeten voldoen, én aan technische normen. Dan moeten ze op het juiste moment, als ze naar een nieuwe ontwerpstap gaan, zeggen: wacht eens even, klopt het wel? Een kritisch moment voor een jurist komt bij het tegenover elkaar zetten van bronnen. Iemand in een medische opleiding moet afwegingen maken tussen verschillende protocollen die in werking treden in een complexe situatie.’

Erkennen en waarderen

U schetst het doel van het ComeniusNetwerk als zorgen voor door kennis gevoede ontwikkeling van het onderwijs. Is daar voldoende aandacht voor in het huidige wetenschapsbeleid of is dat vooral gefocust op het onderzoek?

‘Dat vind ik een moeilijk te beantwoorden vraag. Ik werk zelf in de HBO-context waar de ruimte voor onderwijs niet wordt afgezet tegen de ruimte voor onderzoek. Ik heb veel contact binnen het netwerk met mensen die wel in de wetenschap werken. Wat we gelukkig wel zien, is dat daar een grote en belangrijke beweging is ingezet binnen ‘erkennen en waarderen’ om echt perspectief en waardering te geven aan wetenschappers die zich nadrukkelijk op onderwijs richten. Onderwijs zie ik als een wezenlijk onderdeel van de wetenschap. Een goede docent draagt dus bij aan de wetenschappelijke ontwikkeling.’

Een pijler van het Nederlandse wetenschapsbeleid is ‘wetenschap verbonden met de samenleving’. Lector Mariska van der Giessen vulde dat voor de hogescholen in een eerdere aflevering van deze reeks in als onderzoek in, voor en met de regio.

‘Ik kan daar voor een groot deel wel achterstaan’, zegt Tillema. ‘Ik denk ook dat dat vanuit studentperspectief goed is. Maar het is geen mantra dat het perse regionaal moet zijn. Daarnaast zit er nog wel een ander lijntje in mijn hoofd: het opleiden van professionals in brede vaardigheden die ze nodig hebben om hun maatschappelijke rol goed te kunnen oppakken, zoals transdisciplinair werken. Dan is het belangrijk dat we goed nadenken over wat we daar nu precies onder verstaan. Maak het voor de opleidingen specifiek en zorg dat je daar je assessment goed op inricht.’

Loopt dat goed, professionals opleiden met deze brede vaardigheden, toegespitst op de verschillende beroepsgroepen?

‘Ik vind het moeilijk dat soort oordelen uit te spreken. Ik kan wel iets zeggen over waar je tegenaan loopt. Wanneer je het belangrijk vindt dat mensen transdisciplinair kunnen werken en kritisch en creatief denken, is het belangrijk dat je scherp maakt waaraan je kunt zien of je succesvol bent geweest. Dat is een subjectieve beoordeling. Daar kun je per definitie geen score opplakken, dat komt neer op jureren en beoordelen. Je moet je beoordeling sowieso niet afhankelijk maken van één beoordelaar, maar van een groep experts. Maar dan nog ligt het risico op de loer dat je studenten beoordeelt op: ben jij van ons kaliber, lijk jij op ons? Ik vind het belangrijk dat we aandacht hebben voor mogelijke biases die daarin kunnen zitten, ook vanuit het inclusie-perspectief. Wat wij verstaan onder zaken als ondernemendheid en creativiteit, is vaak impliciet waardegeladen en cultureel bepaald. We hebben bepaalde beelden bij hoe een leider eruit ziet. Die zijn vaak voordelig voor mensen die al in die positie zitten. Laten we zorgen dat we studenten niet op een manier beoordelen die de status quo bevestigt en de kansenongelijkheid bestendigt.’

Bewust worden van biases

De Balans van de wetenschap wijst uit dat hoe hoger in de pikorde, hoe slechter het is gesteld met de genderdiversiteit. Vermoedelijk – daar zijn nog geen harde cijfers over- is dat ook voor culturele diversiteit het geval.

‘In de breedte van het hoger onderwijs kan en moet dat beter. Inclusie is een van de clusters binnen het ComeniusNetwerk die heel actief zijn. Daar worden veel initiatieven ontplooid om dat binnen de instellingen op de kaart te zetten. Dat is belangrijk en tegelijkertijd heel moeilijk. De welwillendheid is er, maar dat in de praktijk brengen is lastiger. Het vergt dat je over je eigen biases heenstapt. Dat veronderstelt al dat je weet waar ze zitten. Het is een verandering waarvan we niet kunnen zeggen dat die wel vanzelf komt.’

Heeft u een voorbeeld van een beloftevol initiatief op dit terrein van het ComeniusNetwerk?

‘Wat ik hoor van collega’s die daarmee bezig zijn, is dat het niet altijd comfortabel is om je bewust te worden van je biases. Vaak weet je helemaal niet of je wel of niet vanuit een bias redeneert.  Je hoopt dat je het goed doet, maar je denkt ook: misschien heb ik een blinde vlek. Je kunt in een situatie komen dat je voortdurend denkt dat je incompetent bent. Daarom is het belangrijk om keer op keer te zeggen dat het oncomfortabel mag zijn.’

Er is discussie of je wel of niet diversiteit moet meten. Tegenstanders zeggen: je moet mensen juist niet labelen als afkomstig uit een bepaalde bevolkingsgroep. Voorstanders vinden: als je het niet weet, kun je er ook niets aan doen.

‘Misschien moet je dat vooral vragen aan mensen die er tegenaan lopen. Als die zeggen: ik heb er iets aan als het benoemd wordt… In zekere zin is een vrouwenquotum stigmatiserend, maar het is als tussenoplossing wel even nodig om de status quo te doorbreken. Ook hier gaat het weer om het hoe. Hoe benoem je het en wat doe je ermee? Extreem moeilijk, extreem gevoelig. Uitspraken doen over registratie vind ik moeilijk, want hoe dat uitpakt, ook beleidsmatig, kan ik niet overzien. Het hangt ook af van het type registratie. Duidelijk is wel dat je niet neutraal kunt zijn, want dan bestendig je meestal bestaande onrechtvaardigheden en onbewuste aannames over kwaliteit. Je moet dus wel willen weten waar de problemen zich voordoen en hoe verbetering eruitziet om die verbetering te kunnen realiseren.’

Een belangrijke boodschap is dat je onderwijsontwikkeling en -verbetering niet bereikt met de grove kam. Daar moet je het uitvoeringsniveau bij betrekken.

Welk advies zou u willen meegeven aan de toekomstige minister van wetenschap en onderwijs?

‘Wat ik interessant zou vinden, is als er een scherper gesprek komt over de rol van onderzoek binnen het HBO. We hebben het over toegepast en praktijkgericht onderzoek door elkaar. Praktijkgericht onderzoek kan zowel fundamenteel als toegepast zijn. Wat hebben we vanuit de doelen van het HBO geredeneerd nodig? Als je specialisten wil opleiden die ook in een complexe context kunnen opereren, wat voor type onderzoek heb je dan eigenlijk nodig? Dat mag wat preciezer van mij.

Een belangrijke boodschap is dat je onderwijsontwikkeling en -verbetering niet bereikt met de grove kam, met de grote slag. Daar moet je het uitvoeringsniveau nadrukkelijk bij betrekken, zowel in de onderzoeks- als de ontwikkelingsfase. Zorg voor een goede afspiegeling van alle geledingen, zowel bij het uitzetten van de lijnen als bij de uitvoering ervan. Dan krijg je een gebalanceerd gesprek.’

Lees meer over Marion Tillema

Balans van de wetenschap (5)

Als onafhankelijke kennisinstelling heeft het Rathenau Instituut de opdracht om kwantitatief en kwalitatief in beeld te brengen hoe de Nederlandse wetenschap ervoor staat, en indicatoren te ontwikkelen om langjarige trends op het spoor te komen en te vergelijken met het buitenland. De resultaten hiervan publiceren we via zo’n 100 factsheets en datapublicaties op rathenau.nl en in de Balans van de wetenschap, die elke twee jaar een overzicht geeft van hoe de Nederlandse wetenschap ervoor staat. Als aanvulling op de balans die afgelopen zomer verscheen, spreken we in deze serie met mensen die vanuit verschillende posities de wetenschap van binnenuit kennen.