calendar tag arrow download print
Image
factsheet
26 maart 2021

Stimulering publiek-private samenwerking via de PPS-toeslag Onderzoek en Innovatie

Shutterstock
Dit factsheet toont de bedragen die omgaan binnen de inzetprojecten van de Topconsortia voor Kennis en Innovatie (TKI's). Een belangrijk onderdeel is de PPS-toeslag Onderzoek en Innovatie (vroeger TKI-toeslag). Met deze toeslag stimuleert het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat de publiek-private onderzoekssamenwerking in het topsectorenbeleid.

In het kort:

  • Tussen 2013 en 2019 gaf het ministerie meer dan 650 miljoen euro PPS-toeslag. Het bedrijfsleven investeerde ongeveer hetzelfde.
  • 93% van de PPS-toeslag komt terecht bij 'kennisinstellingen'. Daarvan gaat het grootste deel naar de TO2-instituten en universiteiten.
  • Bij Chemie gaat 96% naar fundamenteel onderzoek. Bij Tuinbouw & Uitgangsmaterialen 6%.

Geschiedenis

In 2013, bij de introductie van de PPS-toeslag, had het kabinet als doelstelling dat publieke en private partijen voor tenminste 500 miljoen euro zouden participeren in projecten van de Topconsortia voor Kennis en Innovatie (TKI's). 40% daarvan moest door het bedrijfsleven worden gefinancierd. In 2016 stelde het kabinet het bedrag zelfs bij naar 800 miljoen euro voor het jaar 2020. Uit een tussenevaluatie van de PPS-toeslag eind 2016 bleek dat deze hogere doelstelling al was bereikt.  

TKI’s en de PPS-toeslag

Voor elke euro die de private sector cash investeert in een publiek-privaat R&D-project, ontvangt het Topconsortium voor Kennis en Innovatie (TKI) een toeslag van 30 cent van de overheid. Het TKI financiert daarmee weer nieuw publiek-privaat onderzoek in zogeheten inzetprojecten. Dat gebeurt met aanvullende bijdragen in cash en in natura van private en publieke organisaties.

De volgende tabel toont de inzetprojecten (projecten die voor een deel gefinancierd worden met PPS-toeslag) in de periode 2013-2019 en de toegekende PPS-toeslag, uitgesplitst naar de twaalf TKI's. Het taartdiagram onder de tabel maakt de tabelkolom 'PPS-toeslag' wat overzichtelijker.

Tussen 2013 en 2019 startten 2252 inzetprojecten met een PPS-toeslag. 57% van die inzetprojecten loopt via HTSM en LSH. Die twee topconsortia krijgen ook het meeste geld. De gemiddelde PPS-toeslag per inzetproject is 290.000 euro.

Topsector TKI Aantal projecten PPS-toeslag (begroot in euro's) In % van totaal PPS-toeslag
Agri & Food Agrifood 136 49.752.903 8
Chemie Chemie 127 35.435.518 5
Creatieve industrie CLICKNL 29 4.334.462 1
Energie Energie 224 67.185.576 10
HTSM HTSM 597 209.461.683 32
Logistiek Logistiek 46 8.415.885 1
LSH LSH 462 164.055.586 25
Tuinbouw & Uitgangsmaterialen T&U 106 44.369.413 7
Water & Maritiem Watertechnologie 193 25.467.337 4
Maritiem 121 16.245.731 2
Deltatechnologie 164 18.842.787 3
Topsecor doorsnijdend BBE 47 10.405.076 2
Totaal 2252 653.971.956 100

Inzetprojecten, participaties, cash, natura

De volgende tabel geeft een samenvatting van de inzetprojecten en participaties tussen 2013 en 2019. De tabel laat zien dat de projecten, participaties en toeslagen tussen 2013 en 2015 stegen. In 2016 is er voor het eerst een daling. 2017 en 2018 tonen een flinke stijging. In 2019 stijgt het aantal projecten en participaties, maar is de omvang van de projecten iets kleiner.

Per project participeren er gemiddeld zo'n vier projectpartners. De projectpartners hebben verschillende rollen, zoals die van financier, uitvoerder, partner of projectleider. De inzetprojecten zijn goed voor meer dan 2 miljard euro. Gemiddelde gaat het om 1 miljoen euro per project, maar de omvang per project verschilt sterk: van projecten van 5.000 euro tot enkele projecten van 30 à 40 miljoen euro en één project van 99 miljoen euro.

Aantal projecten Aantal participaties Omvang projecten (begroot in euro's) TKI-toeslag (begroot in euro's) Private cash bijdrage (begroot in euro's) Private bijdrage in natura (begroot in euro's)
2013 126 554 274.073.384 27.124.581 53.314.279 72.075.035
2014 228 1147 222.655.128 54.898.831 67.309.871 44.621.986
2015 320 1610 364.638.038 94.164.283 127.906.300 43.622.717
2016 287 1198 276.986.013 79.439.324 75.470.445 30.894.671
2017 421 1701 447.819.426 119.851.817 101.067.976 41.979.337
2018 409 1472 445.024.318 167.873.201 122.074.057 57.314.262
2019 461 1681 298.927.780 110.619.918 63.684.348 40.415.741
Totaal 2252 9363 2.330.124.087 653.971.956 610.827.277 330.923.748

Toegepast, fundamenteel, experimenteel

De grootste nadruk bij de inzetprojecten ligt op toegepast onderzoek (52%), gevolgd door fundamenteel onderzoek (41%). Een klein deel bestaat uit experimentele ontwikkeling (7%).

Opvallend is dat de verdeling over fundamenteel onderzoek, toegepast onderzoek en experimentele ontwikkelen sterk verschilt per topsector. Fundamenteel onderzoek scoort hoog bij de Chemie (96%) en bij LSH (56%). Toegepast onderzoek vormt juist de hoofdmoot bij Agrifood (81%), Deltatechnologie (92%) en Tuinbouw & Uitgangsmaterialen (93%).

Financieringsbronnen 

De financiering van de inzetprojecten komt uit verschillende bronnen: 

  • 28% TKI-toeslag.
  • 41% MKB en grote bedrijven (26% cash en 14% in natura).
  • 12% kennisinstellingen (1% cash en 11% in natura).
  • 19% overige subsidies (en 0,4% overige bijdragen).

Verdeling naar organisaties

In de volgende tabel is de verdeling van de PPS-toeslag uitgesplitst naar verschillende categorieën van ontvangende organisaties. Ook toont de tabel het aantal participaties waarbij de organisaties betrokken zijn.

Uit de tabel blijkt dat grote bedrijven, kennisinstellingen en het MKB de meeste participaties hebben. Verder laat de tabel het volgende zien:

  • 93% van het geld komt terecht bij kennisinstellingen.
  • 3% komt terecht bij het MKB.
  • 2% is voor algemeen nut beogende instellingen (ANBI).
  • 1% gaat naar grote bedrijven.
  • Minder dan 2% van de toeslag gaat naar andere partijen (overheid, overig, onbekend).
Ontvangen PPS-toeslag 2013-2019 2013-2019 in % Aantal participaties
Kennisinstellingen 600.971.499 93% 2991
MKB 16.880.686 3% 2680
ANBI 11.695.500 2% 121
Grote bedrijven 7.127.780 1% 2636
Overheid 2.541.474 0% 298
Overig 6.107.657 1% 349
Onbekend 2.378.804 0% 267
Totaal 647.703.399 100% 9342

Organisaties op landkaart

In onderstaande figuur zijn alle Nederlandse organisaties weergegeven die PPS-toeslag ontvangen. Hoe hoger de PPS-toeslag van een organisatie, hoe groter het bolletje op de kaart. De figuur laat goed te zien dat vooral kennisinstellingen (oranje en geel) PPS-toeslag ontvangen. Daarna volgt het MKB (paars). 

Ontvangende organisaties van de PPS-toeslag
Toelichting: ANBI: algemeen nut beogende instelling; GRB: groot bedrijf; MKB: midden- en kleinbedrijf.

Kennisinstellingen en de PPS-toeslag

De volgende figuur geeft een indeling naar type kennisinstelling. De figuur laat het volgende zien:

  • 31% van de toeslag gaat naar Nederlandse universiteiten (74% hiervan gaat naar de vier technische universiteiten).
  • 30% is voor de TO2-instellingen (53% hiervan is voor TNO, 17% voor DLO).
  • 22% betreft de 'overige kennisinstellingen' (voornamelijk KWR, Holst, M2i, FOM, NWO, STW, NKI, Wetsus en TIFN).
  • 15% gaat naar de UMC's (33% hiervan is voor het Universitair Medisch Centrum Utrecht).
  • De rest gaat naar hogescholen (1%), KNAW-instituten (1%) en buitenlandse kennisinstellingen (1%).

TO2-instituten uitgesplitst

Tot 2019 waren de TO2-instituten de grootste ontvangende partij van PPS-toeslag. De volgende figuur toont de omvang van de PPS-toeslag binnen de de TO2-instituten. De figuur laat duidelijk zien dat TNO (53%) en DLO (17%) de meeste toeslagen binnenhalen.

Toeslag voor TO2-instituten in context

De TO2-instituten halen veel geld via de PPS-toeslag binnen, maar de algemene Rijksbijdrage voor deze instituten is gedaald (zie ook de evaluatie van de TO2-instituten (2020), Feiten & Cijfers over de publieke kennisorganisaties en factsheet over publieke kennisorganisaties).

Deze daling past bij de bekostigingsfilosofie van het kabinet dat onderzoek wil bundelen in publiek-private programma's. Het idee is dat de TO2-instituten een belangrijk deel van de dalende Rijksbijdragen kunnen terugverdienen via extra onderzoekmiddelen zoals de PPS-toeslag (zie de Kabinetsreactie aan de Tweede Kamer op het strategisch kader van de TO2-federatie).

In totaal zouden de TO2-instituten in de periode 2013-2015 78 miljoen euro verkregen hebben uit de PPS-toeslag. Echter, doordat de toeslag over meerdere jaren verdeeld wordt, hebben de instituten hiervan slechts 34 miljoen euro binnen. Noot: het bedrag kan iets oplopen, doordat de NLR-cijfers over de feitelijk ontvangen TKI-toeslag slechts beschikbaar zijn voor 2015.

Uit de jaarrekeningcijfers van de TO2-instituten blijkt dat de inkomsten in 2018 voor het eerst sinds 2010 stijgen. In 2019 zet de stijging door, maar liggen ze nog steeds 6% onder het niveau van 2010. De stijging komt vooral door een groei van de institutionele financiering (50 miljoen euro). Uit de jaarverslagen is niet op te maken in hoeverre de stijging in projectfinanciering te danken is aan de ontvangen PPS-toeslag. Zie voor meer informatie de factsheet over publieke kennisorganisaties.  

Bovenstaande cijfers geven aan dat in 2019 de totaal verleende PPS-toeslag ruim 180 miljoen euro bedraagt. Gezien de toezeggingen en de bijbehorende private cash-bijdragen is te verwachten dat de effecten op de omzet van de TO2-instellingen de komende jaren beter zichtbaar worden.

Over de data en meer informatie