Financiering publieke kennisorganisaties
In deze factsheet geven we informatie over de financiële trends bij publieke kennisorganisaties zoals de Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek (TNO), het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) en het Trimbos-instituut. We laten hun inkomsten tussen 2010 en 2024 zien, zowel per inkomstenbron als per groep publieke kennisorganisaties. We houden hierbij ook rekening met de inflatie, waardoor duidelijk wordt dat de totale inkomsten in 2024, na een periode van relatieve krimp, weer op gelijke voet zijn met 2010.
In het kort
- De totale inkomsten van publieke kennisorganisaties bedragen in 2024 3,4 miljard euro. Dat is 1 miljard euro meer dan in 2010. 60% van de inkomsten komt in 2024 structureel van het Rijk.
- Als we rekening houden met de inflatie zijn de inkomsten in 2024, na een periode van relatieve krimp, weer op het niveau van 2010.
- De inkomsten van de beleidsuitvoerende kennisorganisaties zijn het hardst gegroeid tussen 2010 en 2024, met name in de laatste vijf jaar.
Publieke kennisorganisaties doen onderzoek gericht op de ondersteuning van publieke, kennisintensieve taken. Het gaat om organisaties zoals de TNO, het NFI en het Trimbos-instituut. Ze zijn (deels) publiek gefinancierd en staan organisatorisch buiten de academische wereld van universiteiten, umc's en de instituten van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) en de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW).
Taken en omvang
Publieke kennisorganisaties genereren, verzamelen en verspreiden kennis om het welzijn, de welvaart en de veiligheid van Nederland nu en in de toekomst veilig te stellen. Daarmee dragen ze bij aan de realisatie van de verantwoordelijkheden van de overheid (zoals voedselveiligheid) en aan de maatschappelijke doelen die de overheid stelt (zoals economische groei). Het bestaansrecht van de publieke kennisorganisaties ligt dan ook niet bij het onderzoek dat zij doen, maar bij de publieke belangen die zij daarmee borgen. Het werk van de organisaties wordt gedreven door de kennisbehoefte van overheden, bedrijven, industrie, politie, maatschappelijk werkers, patiënten en consumenten.
Het Rathenau Instituut onderscheidt, op basis van hun functie, vijf groepen publieke kennisorganisaties binnen de Nederlandse kennisinfrastructuur:
- Planbureaus en departementale kennisorganisaties zijn hoofdzakelijk gericht op beleidsondersteunend onderzoek. Ze monitoren maatschappelijke ontwikkelingen, brengen de (potentiële) consequenties van beleid in beeld en evalueren het beleid. Denk bijvoorbeeld aan het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) of het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC).
- TO2-instellingen ondersteunen het bedrijfsleven, de industrie en de overheid door het uitvoeren en/of faciliteren van veelal pre-competitief onderzoek en innovatie. Dat gebeurt vaak in consortia van overheden, bedrijven en kennisinstellingen. De TO2-instellingen beheren ook vaak grootschalige faciliteiten. Hiermee doen bijvoorbeeld Deltares toegepast onderzoek naar het water- en bodemsysteem en het Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum (NLR) naar betere lucht- en ruimtevaart.
- Sectorgeoriënteerde stichtingen combineren beleidsondersteunend onderzoek met een focus op de kennisbehoefte van professionals en hun cliënten in een aantal sectoren. Die sectoren zijn gezondheidszorg, sport, cultuur en veiligheid. De stichtingen verzamelen beschikbare kennis, delen de kennis, monitoren ontwikkelingen, geven cursussen en ontwikkelen richtlijnen. Zo dragen het Mulier Instituut (MI) met onderzoek bij aan de sportsector en Vilans aan de zorgsector.
- Kennisorganisaties met een opleidingsdoelstelling combineren hun beleidsondersteunend onderzoek met het geven van onderwijs. Het gaat dan om onderwijs aan (toekomstige) professionals van defensie en politie door de Nederlandse Defensie Academie (NLDA) en de Politieacademie.
- Beleidsuitvoerende kennisorganisaties ondersteunen de rijksoverheid door taken uit te voeren die invulling geven aan een verantwoordelijkheid van de rijksoverheid. Voorbeelden zijn forensisch onderzoek door het NFI of het coördineren van het rijksvaccinatieprogramma door het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM).
Bij de methodologische toelichting onderaan dit factsheet is een volledig overzicht opgenomen met alle publieke kennisorganisaties ingedeeld naar groep.
De volgende figuur toont de omvang van de vijf groepen publieke kennisorganisaties gebaseerd op de omzet in 2024. De TO2-instellingen (46%) en de beleidsuitvoerende kennisorganisaties (38%) nemen samen meer dan driekwart van het taartdiagram in beslag.
| 2024 | |
| Planbureau's en departementale kennisorganisaties | 104 |
| Beleidsuitvoerende kennisorganisaties | 1313 |
| TO2-instellingen | 1575 |
| Sectorgeoriënteerde stichtingen | 183 |
| Kennisorganisaties met een opleidingsdoelstelling | 266 |
De totale inkomsten van publieke kennisorganisaties bedragen ruim 3,4 miljard euro voor 2024.
Soorten financiering
Publieke kennisorganisaties hebben diverse organisatievormen en ontvangen financiering onder verschillende voorwaarden. Wij maken in deze factsheet onderscheid tussen vier financieringsbronnen:
- Institutionele financiering wordt op structurele basis aan de publieke kennisorganisaties verstrekt door de rijksoverheid. Dit zijn jaarlijks terugkerende budgetten in de vorm van bijvoorbeeld een rijksbijdrage of een instellingssubsidie. Deze financiering wordt niet in competitie met andere organisaties verkregen.
- Projectfinanciering rijksoverheid is financiering voor projecten in opdracht van de rijksoverheid. Deze financiering wordt soms in competitie met andere partijen verworven, maar kan ook tot stand komen bij een directe eenmalige opdracht van de overheid.
- Projectfinanciering derden is financiering die publieke kennisorganisaties verwerven in competitie met andere partijen bij partijen anders dan de rijksoverheid. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om Europese onderzoekssubsidies (Horizon Europe) of om subsidies uit ZonMw-programma’s. Andere inkomsten in deze financieringsbron zijn contractonderzoek voor private en publieke partijen.
- Overige inkomsten zijn inkomsten die niet direct aan onderzoek of kennisintensieve dienstverlening gebonden zijn. Denk daarbij aan inkomsten uit licenties of uit verhuur. Niet in deze financieringsbron opgenomen zijn rentebaten en rentelasten.
In de onderstaande figuur zijn deze vier inkomstenbronnen weergegeven voor elke groep publieke kennisorganisaties. Dan valt op dat planbureaus en departementale kennisorganisaties, beleidsuitvoerende kennisorganisaties en kennisorganisaties met een opleidingsdoelstelling voor meer dan de helft van hun inkomsten afhankelijk zijn van institutionele financiering. TO2-instellingen en sectorgeoriënteerde stichtingen halen juist een groot deel van hun inkomsten uit projectfinanciering. Dit reflecteert een verschil in functie: te meer een organisatie gericht is op het beleidsondersteuning voor de rijksoverheid, te meer de inkomsten van de overheid komen.
| Overige inkomsten | Projectfinanciering derden | Projectfinanciering rijksoverheid | Institutionele financiering | |
| Planbureau's en departementale kennisorganisaties | 0 | 4 | 13 | 87 |
| Beleidsuitvoerende kennisorganisaties | 30 | 109 | 186 | 988 |
| TO2-instellingen | 82 | 450 | 397 | 646 |
| Sectorgeoriënteerde stichtingen | 5 | 36 | 51 | 91 |
| Kennisorganisaties met een opleidingsdoelstelling | 0 | 1 | 0 | 265 |
Onder de streep zijn de inkomsten van publieke kennisorganisaties - na jaren van relatieve krimp - in 2024 even groot als in 2010.
Algemene financiële trends
De figuur hieronder toont hoe de inkomsten van de publieke kennisorganisaties zich tussen 2010 en 2024 hebben ontwikkeld. De totale inkomsten voor 2024 bedragen ruim 3,4 miljard euro. Dat is 1 miljard euro (+40%) meer dan in 2010. Het grootste deel van de totale inkomsten in 2024 komt uit institutionele financiering (60%). Daarna volgen de projectfinanciering rijksoverheid (19%), projectfinanciering derden (17%) en overige inkomsten (3%).
Tussen 2012 en 2018 dalen de inkomsten met 12%. Dit zien we terug in alle inkomstenbronnen behalve in projectfinanciering van de rijksoverheid. De projectfinanciering van derden partijen daalt in deze periode het sterkst (-31%), gevolgd door de overige opbrengsten (-30%). De institutionele financiering neemt in deze periode 56 miljoen af, terwijl de projectfinanciering van de rijksoverheid 57 miljoen toeneemt. Vanuit het rijk is onder Rutte II daarom sprake van een verschuiving van structurele financiering naar financiering op projectbasis.
Vanaf 2019 stijgen de inkomsten tot 2024 juist flink (+46%). De overheid heeft hierin onder Rutte III een groot aandeel: zowel de institutionele financiering als de projectfinanciering van de rijksoverheid nemen toe (+63% en +52%, samen goed voor ruim 1 miljard toename tussen 2019 en 2024). De overige inkomsten nemen ook toe (+67%). De projectfinanciering van derden blijft nagenoeg gelijk en herstelt dus niet.
Tegelijk met deze financiële trends is sinds 2010 de inflatie toegenomen en de afgelopen jaren extra hard. Hierdoor is €1 uit 2010 nog maar €0,71 waard in 2024. Door hiervoor te corrigeren, kunnen we beter begrijpen of de flink toegenomen inkomsten van de afgelopen jaren ook betekenen dat publieke kennisorganisaties daadwerkelijk meer kunnen doen dan in 2010. Daarom vergelijken we de inkomsten met het bedrag dat organisaties zouden ontvangen als hun inkomsten mee zouden stijgen met de bbp prijsindex (oftewel, de reële ontwikkeling sinds 2010).
Met deze correctie krimpen de totale inkomsten van publieke kennisorganisaties de eerste jaren extra hard. Het dieptepunt ligt in 2018, waar de inkomsten 17% minder waard zijn dan in 2010. In de jaren daarop trekken de inkomsten juist weer aan. Hierdoor zijn de inkomsten in 2024 relatief gezien weer even groot als in 2010. Dit komt met name door een ommekeer in de institutionele financiering: sinds 2018 stijgt die harder dan de inflatie.
De groei van 1 miljard tussen 2010 en 2024 is dus precies ‘opgegaan’ aan de inflatie in diezelfde periode. Onder de streep zijn de inkomsten van publieke kennisorganisaties - na jaren van relatieve krimp - in 2024 even groot als in 2010.
| Overige inkomsten | Projectfinanciering derden | Projectfinanciering rijksoverheid | Institutionele financiering | Totale inkomsten | |
| 2010 | 100 | 797 | 342 | 1211 | 2450 |
| 2011 | 110 | 833 | 336 | 1228 | 2507 |
| 2012 | 106 | 829 | 340 | 1225 | 2501 |
| 2013 | 124 | 781 | 349 | 1176 | 2430 |
| 2014 | 101 | 741 | 351 | 1143 | 2336 |
| 2015 | 107 | 748 | 340 | 1123 | 2317 |
| 2016 | 90 | 756 | 376 | 1162 | 2385 |
| 2017 | 88 | 692 | 378 | 1113 | 2271 |
| 2018 | 75 | 568 | 397 | 1169 | 2209 |
| 2019 | 70 | 588 | 426 | 1273 | 2358 |
| 2020 | 73 | 577 | 448 | 1394 | 2491 |
| 2021 | 96 | 596 | 464 | 1634 | 2789 |
| 2022 | 82 | 588 | 502 | 1690 | 2862 |
| 2023 | 93 | 647 | 575 | 1902 | 3218 |
| 2024 | 118 | 599 | 647 | 2078 | 3441 |
| Overige inkomsten | Projectfinanciering derden | Projectfinanciering rijksoverheid | Institutionele financiering | Totale inkomsten | |
| 2010 | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% |
| 2011 | 10% | 4% | -2% | 1% | 2% |
| 2012 | 5% | 3% | -2% | 0% | 1% |
| 2013 | 20% | -4% | 0% | -5% | -3% |
| 2014 | -2% | -10% | 0% | -8% | -7% |
| 2015 | 3% | -10% | -4% | -11% | -9% |
| 2016 | -13% | -9% | 5% | -8% | -7% |
| 2017 | -17% | -18% | 4% | -13% | -13% |
| 2018 | -31% | -34% | 7% | -11% | -17% |
| 2019 | -37% | -34% | 11% | -6% | -14% |
| 2020 | -37% | -37% | 14% | 1% | -11% |
| 2021 | -18% | -36% | 15% | 15% | -3% |
| 2022 | -35% | -41% | 17% | 12% | -6% |
| 2023 | -30% | -39% | 27% | 18% | -1% |
| 2024 | -16% | -46% | 35% | 22% | 0% |
De inkomsten van de beleidsuitvoerende kennisorganisaties stijgen van alle groepen het hardst.
Trends binnen de vijf groepen
De figuur hieronder weergeeft de inkomstenontwikkeling over de periode 2010-2024. Hieruit blijkt dat niet elke groep publieke kennisorganisaties eenzelfde financiële ontwikkeling kent. We lopen de vijf groepen hieronder langs.
De groep planbureaus en departementale kennisinstellingen heeft sinds 2010 van alle groepen het minste te besteden. Hun inkomsten nemen ten opzichte van 2010 wel toe (+38%). Gecorrigeerd voor inflatie, zijn de inkomsten in 2024 echter ongeveer op hetzelfde niveau als 2010. Bij alle kennisorganisaties in deze groep groeien de inkomsten tussen 2010 en 2024. Bij het Centraal Planbureau (CPB) en het SCP stijgen de inkomsten harder dan inflatie, waardoor deze organisaties ook meer kunnen doen met hun geld. Bij het Planbureau voor de leefomgeving (PBL) is er juist sprake van reële krimp: de inkomsten groeien minder dan de inflatie. Bij het WODC zijn de inkomsten in 2024 relatief gelijk met de inkomsten in 2010.
De inkomsten van de beleidsuitvoerende kennisorganisaties komen in 2024 gezamenlijk 79% boven het inkomstenniveau van 2010 uit. Hun inkomsten stijgen van alle groepen dan ook het hardst. Dit vertaalt zich ook naar de grootste reële groei (+28%) van alle groepen. Met name de inkomsten van het RIVM stijgen sterk. Dat heeft hoofdzakelijk te maken met de bestrijding van de coronapandemie. Voor vaccinatie- en onderzoeksprogramma's omtrent COVID-19 kregen zij in 2020 ruim 80 miljoen euro en in 2021 175 miljoen euro extra institutionele financiering. Hierdoor groeien de nominale inkomsten van het RIVM sinds 2010 met 96% en dan hoofdzakelijk vanaf 2019. Ook de inkomsten van het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI), het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) en het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV) groeien zo hard of zelfs harder. De inkomsten van het CBS nemen ook toe, maar als enige binnen deze groep niet genoeg om de inflatie bij te benen. Bij het CBS is daarom sprake van reële krimp, terwijl de andere organisaties reële groei doormaken.
De TO2-instellingen hebben samen het meeste te besteden. Na een aantal jaar krimp, groeien hun inkomsten vanaf 2018 weer. Daardoor zijn de inkomsten in 2024 hoger dan in 2010 (+20%). Dit is hoofdzakelijk het gevolg van de investeringen in het toegepast onderzoek die voortkomen uit het regeerakkoord van het kabinet Rutte III. Deze stijgende inkomsten zijn echter niet genoeg om de inflatie bij te houden en dus is de reële ontwikkeling -14% in 2024, waardoor de TO2-instellingen samen dan ook het meest krimpen van alle groepen ten opzichte van 2010. Hoewel bij alle TO2-instellingen de inkomsten sinds 2010 toenemen, betekent dit alleen bij MARIN en het Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum (NLR) reële groei. Bij Deltares, TNO (inclusief ECN, voor 2018) en Wageningen Research (WR) krimpen de inkomsten relatief gezien.
De inkomsten van sectorgeoriënteerde stichtingen schommelen tussen 2010 en 2015 rond hetzelfde niveau, waarna ze beginnen te stijgen. Hierdoor nemen de inkomsten van deze groep sinds 2010 met 52% toe in 2024. De stichtingen maken daarmee samen een reële groei van 8% door. De inkomsten van het Mulier Instituut groeien het hardst vanaf 2010 (+250% in 2024), niet alleen van de stichtingen, maar ook van alle publieke kennisorganisaties. Daarmee maakt het Mulier Instituut de grootste reële ontwikkeling door (+99% in 2024). Ook de Boekmanstichting, Vilans en het Trimbos Instituut kunnen met hun inkomsten in 2024 meer doen dan in 2010. ARQ nationaal Psychotraumacentrum (ARQ) en VeiligheidNL kunnen met hun inkomsten in 2024 ongeveer evenveel doen als in 2010. Movisie is de enige organisatie (zowel binnen deze groep als van alle publieke kennisorganisaties) waarvan de inkomsten in 2024 zijn afgenomen ten opzichte van 2010, waardoor er sprake is van reële krimp. Ook Geonovum, Nivel, het Nederlands Jeugdinstituut (NJi), het Instituut voor Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV) en het Landelijk Kenniscentrum Cultuureducatie en Amateurkunst (LKCA) krimpen relatief ten opzichte van 2010 (of het eerste meetjaar), ondanks groeiende inkomsten.
Binnen de groep kennisorganisaties met een opleidingsdoelstelling zijn de inkomsten in 2024, na een daling in de periode 2010-2017, toegenomen met 27% ten opzichte van 2010. Dit is onvoldoende om met de inflatie mee te groeien. De reële ontwikkeling is daarmee -12%. Dergelijke toegenomen inkomsten maar reële krimp geldt zowel voor de NLDA als voor de PA. Opvallend is dat de inkomsten van de PA, na jaren van krimp, de afgelopen vijf jaar hard groeien en vanaf 2024 volledig uit een rijksbijdrage bestaan.
| Planbureau's en departementale kennisorganisaties | Beleidsuitvoerende kennisorganisaties | TO2-instellingen | Sectorgeoriënteerde stichtingen | Kennisorganisaties met een opleidingsdoelstelling | |
| 2010 | 75 | 733 | 1313 | 120 | 209 |
| 2011 | 71 | 777 | 1324 | 126 | 210 |
| 2012 | 68 | 761 | 1330 | 121 | 220 |
| 2013 | 65 | 739 | 1286 | 122 | 219 |
| 2014 | 68 | 713 | 1239 | 123 | 193 |
| 2015 | 69 | 719 | 1223 | 124 | 183 |
| 2016 | 74 | 756 | 1232 | 124 | 199 |
| 2017 | 74 | 722 | 1167 | 131 | 177 |
| 2018 | 75 | 741 | 1078 | 131 | 185 |
| 2019 | 79 | 800 | 1161 | 136 | 182 |
| 2020 | 81 | 907 | 1165 | 144 | 194 |
| 2021 | 79 | 1128 | 1205 | 154 | 222 |
| 2022 | 82 | 1114 | 1277 | 157 | 231 |
| 2023 | 90 | 1278 | 1429 | 167 | 254 |
| 2024 | 104 | 1313 | 1575 | 183 | 266 |
| Planbureau's en departementale kennisorganisaties | Beleidsuitvoerende kennisorganisaties | TO2-instellingen | Sectorgeoriënteerde stichtingen | Kennisorganisaties met een opleidingsdoelstelling | |
| 2010 | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% |
| 2011 | -5% | 6% | 1% | 5% | 0% |
| 2012 | -11% | 2% | 0% | -1% | 4% |
| 2013 | -16% | -2% | -5% | -1% | 2% |
| 2014 | -12% | -6% | -8% | -1% | -10% |
| 2015 | -11% | -6% | -10% | -1% | -16% |
| 2016 | -5% | -1% | -10% | -2% | -9% |
| 2017 | -7% | -7% | -16% | 3% | -20% |
| 2018 | -8% | -7% | -24% | 0% | -19% |
| 2019 | -6% | -2% | -21% | 1% | -22% |
| 2020 | -6% | 8% | -22% | 5% | -19% |
| 2021 | -10% | 31% | -22% | 9% | -10% |
| 2022 | -12% | 22% | -22% | 5% | -11% |
| 2023 | -10% | 31% | -18% | 5% | -9% |
| 2024 | -1% | 28% | -14% | 8% | -9% |
Bronnen
De data over de financiering van publieke kennisorganisaties komen ten eerste uit jaarverslagen, -rekeningen of -berichten, vaak online gepubliceerd. Organisaties zijn echter niet verplicht hun financiële verantwoording te publiceren. Daarom vragen we ten tweede informatie bij organisaties zelf op. De informatie van het meest recente jaren (2024 & 2023) hebben we als volgt verkregen:
Jaarverslag en/of rekening: Boekmanstichting, CBS, Geonovum, LKCA, Movisie, MI, NFI, NIPV, NJi, NLDA, PA, SWOV, TI, TNO, RIVM, VeiligheidNL, Vilans, WR.
Opgave: CPB, Deltares, KNMI, MARIN, NLR, Nivel, PBL, SCP en WODC.