calendar tag arrow download print
Doorgaan naar inhoud

Financiering publieke kennisorganisaties

factsheet
23 december 2021
Publieke kennisorganisaties financiering
Image
In deze factsheet geven we informatie over de financiële trends bij publieke kennisorganisaties zoals de Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek (TNO), het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) en het Trimbos-instituut. We laten zien dat hun inkomsten, na een daling tussen 2011 en 2014, sinds 2019 voor het eerst weer stijgen. In 2020 ontvingen zij 2,4 miljard euro. Dit is ongeveer 100 miljoen euro meer dan het niveau van 2010.

In het kort

  • Publieke kennisorganisaties zijn instellingen zoals TNO, NFI, het RIVM en het Trimbos-instituut.
  • De totale inkomsten van publieke kennisorganisaties bedragen in 2020 ruim 2,4 miljard euro. Ongeveer de helft komt structureel van het Rijk.
  • De TO2-instellingen ontvangen het grootste deel van de financiering: 47%.

Publieke kennisorganisaties doen onderzoek gericht op de ondersteuning van publieke, kennisintensieve taken. Het gaat om organisaties zoals het NFI, TNO, het Trimbos-instituut en instituut Clingendael. Ze zijn (deels) publiek gefinancierd en staan organisatorisch buiten de academische wereld van universiteiten, umc's en de instituten van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) en de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW).
 

Taken en omvang

Publieke kennisorganisaties genereren, verzamelen en verspreiden kennis om het welzijn, de welvaart en de veiligheid van Nederland nu en in de toekomst veilig te stellen. Daarmee dragen ze bij aan de realisatie van de verantwoordelijkheden van de overheid (zoals voedselveiligheid) en aan de maatschappelijke doelen die de overheid stelt (zoals economische groei). Het bestaansrecht van de publieke kennisorganisaties ligt dan ook niet bij het onderzoek dat zij doen, maar bij de publieke belangen die zij daarmee borgen. Het werk van de organisaties wordt gedreven door de kennisbehoefte van overheden, bedrijven, industrie, politie, maatschappelijk werkers, patiënten en consumenten.

Het Rathenau Instituut onderscheidt, op basis van hun functie, vijf groepen publieke kennisorganisaties binnen de Nederlandse kennisinfrastructuur: 

  1. Planbureaus en departementale kennisorganisaties zijn hoofdzakelijk gericht op beleidsondersteunend onderzoek. Ze monitoren maatschappelijke ontwikkelingen, brengen de (potentiële) consequenties van beleid in beeld en evalueren het beleid.
  2. Beleidsuitvoerende kennisorganisaties ondersteunen de rijksoverheid door taken uit te voeren die invulling geven aan een verantwoordelijkheid van de rijksoverheid. Voorbeelden zijn forensisch onderzoek, het testen van voedingsmiddelen en het coördineren van het rijksvaccinatieprogramma.
  3. TO2-instellingen ondersteunen het bedrijfsleven, de industrie en de overheid door het uitvoeren en/of faciliteren van veelal pre-competitief onderzoek en innovatie. Dat gebeurt vaak in consortia van overheden, bedrijven en kennisinstellingen. De TO2-instellingen beheren ook vaak grootschalige faciliteiten. 
  4. Sectorgeoriënteerde stichtingen combineren beleidsondersteunend onderzoek met een focus op de kennisbehoefte van professionals en hun cliënten in een aantal sectoren. Die sectoren zijn gezondheidszorg, sport, cultuur en veiligheid. De stichtingen verzamelen beschikbare kennis, delen de kennis, monitoren ontwikkelingen, geven cursussen en ontwikkelen richtlijnen.
  5. Kennisorganisaties met een opleidingsdoelstelling combineren hun beleidsondersteunend onderzoek met het geven van onderwijs. Het gaat dan om onderwijs aan (toekomstige) professionals van defensie en politie, aan diplomaten en aan mensen met andere internationaal georiënteerde functies.

Het volgende figuur toont de omvang van de vijf groepen publieke kennisorganisaties gebaseerd op omzet in 2020. Net als vorig jaar nemen de TO2-instellingen (47%) en de beleidsuitvoerende kennisorganisaties (37%) samen meer dan driekwart van het taartdiagram in beslag. 

Drie soorten financiering: institutioneel, project, overig

Publieke kennisorganisaties hebben diverse organisatievormen en ontvangen financiering onder verschillende voorwaarden. Wij maken in dit factsheet onderscheid tussen drie financieringsbronnen:

  1. Institutionele financiering wordt op structurele basis aan de publieke kennisorganisaties verstrekt door de rijksoverheid. Dit zijn jaarlijks terugkerende budgetten in de vorm van bijvoorbeeld een rijksbijdrage of een instellingssubsidie. Deze financiering wordt niet in competitie met andere organisaties verkregen.
  2. Projectfinanciering is financiering die publieke kennisorganisaties verwerven in competitie met andere partijen. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om Europese onderzoekssubsidies (Horizon2020) of  om subsidies uit ZonMw-programma’s. Andere inkomsten in deze financieringsbron zijn contractonderzoek voor private en publieke partijen en kleine, eenmalige opdrachten van de overheid.
  3. Overige inkomsten zijn inkomsten die niet direct aan onderzoek of kennisintensieve dienstverlening gebonden zijn. Denk daarbij aan inkomsten uit licenties of uit verhuur. Niet in deze financieringsbron opgenomen zijn rentebaten en rentelasten.

Algemene financiële trends

De figuur hieronder toont hoe de inkomsten van de publieke kennisorganisaties zich tussen 2010 en 2020 hebben ontwikkeld. Tussen 2011 en 2014 dalen de inkomsten. Vanaf 2014 schommelen de inkomsten min of meer op hetzelfde niveau en vanaf 2019 stijgen de inkomsten. In 2020 liggen de totale inkomsten 4% boven het niveau van 2010. De totale inkomsten voor 2020 bedraagt 2,4 miljard euro.

De daling in de periode 2011-2014 zien we terug in de projectfinanciering (-8%) en institutionele financiering (-9%). De dalende projectfinanciering kwam met name door achterblijvende inkomsten uit contractonderzoek voor andere partijen. De tijdelijke opdrachten vanuit de overheid stegen ten opzichte van 2011 juist met 23 miljoen euro in 2014.

Na lichte schommelingen blijven vanaf 2019 niet alleen de inkomsten stijgen uit tijdelijke opdrachten voor de rijksoverheid (+26 miljoen euro tussen 2019 en 2020). Ook de institutionele financiering stijgt. (+129 miljoen euro tussen 2019 en 2020). De groei in inkomsten is dus hoofdzakelijk het resultaat van extra investeringen door de rijksoverheid. Deze stijging heeft voor een belangrijk deel te maken met de bestrijding van COVID-19 en de stikstofproblematiek. Om deze twee problemen aan te pakken steeg de instellingssubsidie van het RIVM met 88 miljoen euro. 

Trends binnen de vijf groepen

De figuur hieronder weergeeft de inkomstenontwikkeling over de periode 2010-2020. Hieruit blijkt dat niet elke groep publieke kennisorganisaties eenzelfde financiële ontwikkeling kent. We lopen de vijf groepen hieronder langs.

Binnen de groep kennisorganisaties met een opleidingsdoelstelling wordt de daling volledig veroorzaakt door dalende inkomsten van de Politieacademie (-14%). De inkomsten van de Nederlandse Defensie Academie (NLDA) (+6%) en Clingendael (+50%) nemen juist toe.

Bij de TO2-instellingen stijgen de inkomsten in 2018 voor het eerst sinds 2010. Dit komt door een groei van de institutionele financiering met 14% (50 miljoen euro). Deze stijging van de totale inkomsten en de institutionele financiering geldt voor alle TO2-instellingen en zet door in 2020. Het is hoofdzakelijk het gevolg van de investeringen in het toegepast onderzoek die voortkomen uit het regeerakkoord. Ook de opdrachten van de rijksoverheid stegen. Ondanks de stijging liggen de inkomsten in 2020 nog steeds 2% onder het niveau van 2010. 

Binnen de groep planbureaus en departementale kennisinstellingen nemen de inkomsten van alle organisaties ten opzichte van 2010 toe, behalve bij het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) (-5%). Voor het Centraal Planbureau (CPB) bedroeg de toename 15% en voor het Sociaal Cultureelplanbureau 27%.

Bij de stichtingen zien we dat de inkomsten tot en met 2015 dalen met 8%. Deze daling vindt plaats bij zeven van de tien stichtingen. Vanaf 2016 stijgen de inkomsten weer, waarbij ze vanaf 2017 terug op het niveau van 2010 zijn. Dit herstel komt met name door veranderingen in de projectfinanciering, die tot en met 2015 met 13% afneemt en daarna weer met 16% groeit. De instellingssubsidie daalt in de periode 2010-2018, maar herstelt zich in 2019 en stijgt met 11% ten opzichte van 2010. Echter daalt de instellingssubsidie in 2020 ten op zichte van 2019 met 8%. Voor de periode 2010-2020 is er een stijging van 2%.  

De inkomsten van de beleidsuitvoerende kennisorganisaties komen in 2020 als groep met 23% boven het inkomstenniveau van 2010 uit. Dit komt doordat de inkomsten na 2014 weer zijn gaan stijgen. Dit geldt voor alle instellingen behalve voor het Instituut Fysieke Veiligheid (IFV), waar de inkomsten sinds 2014 tot 2020 met 13% zijn gedaald.Verder zien we een stijging van 40% in de inkomsten van RIVM in de periode 2014-2020. In 2020 steeg de instellingssubsidie met 88 miljoen euro, vanwege extra investeringen voor de bestrijding van COVID-19 en het stikstofdossier. 

Bronnen

De data over de financiering komen uit de volgende bronnen:

Jaarverslagen: CBS, Clingendael, Deltares (vanaf 2016), ECN, Mulier Instituut, IFV, NFI (t/m 2014), NJi, RIVM (t/m 2014), SCP (t/m 2017), SWOV, veiligheidNL, Vilans (t/m 2017) & Wageningen Research (WUR).

Jaarrekeningen: Boekmanstichting, Geonovum, Movisie, NLR, Politieacademie, VeiligheidNL, Trimbos, TNO.

Jaarverslag rijk: NFI (vanaf 2015), KNMI, RIVM (vanaf 2015).

Door de organisatie aangeleverd: CPB, Deltares (t/m 2015), FMW-NLDA, MARIN, Nivel, PBL, RIVM (t/m 2014), SCP (2018, 2019), Vilans (2018, 2019) & WODC.