calendar tag arrow download print
Doorgaan naar inhoud

De hoogleraar

factsheet
26 oktober 2021
Hoogleraren universiteit wetenschappelijk personeel

Foto: EyeEm Mobile GmbH/ Hollandse Hoogte

Image
In deze factsheet geven we een beknopt overzicht met informatie over de rol van de hoogleraar, de verhouding tussen het aantal mannelijke en vrouwelijke hoogleraren en een korte beschrijving van de arbeidsmarkt.

In het kort

  • Er zijn 3.008 hoogleraren in Nederland (fte).
  • Dit is exclusief ruim 1.600 hoogleraren (personen) in de gezondheidszorg.
  • 26% van de hoogleraren is vrouw.


3.008 hoogleraren: 1 op 5 in de natuurwetenschappen

Per 2020 zijn er 3.008 hoogleraren (fte) aan de Nederlandse universiteiten. Dit is exclusief ruim 1.600 hoogleraren (personen) in de gezondheidszorg. Daarnaast zijn er nog 1.198 bijzonder hoogleraren (personen). Het aantal hoogleraren stijgt licht. Als we de Gezondheidszorg niet meenemen, zijn er in de natuurwetenschappen de meeste hoogleraren (591 fte) en in de Landbouw de minste (115 fte). Zie ook onderstaande figuur.


Hoogleraren in de gezondheid niet in de statistieken

We nemen de HOOP-classificatie Gezondheid niet in de statistieken mee, omdat er geen consistente meerjarenreeks van is. Dat komt doordat het werkgeverschap van de gezondheidshoogleraren voor een deel verplaatst is van de universiteiten naar de universitair medisch centra. Ter informatie geven we hier van een aantal jaar de hoogleraren in het gebied Gezondheid:

2012: 1.304 personen
2015: 1.363 personen
2016: 1.396 personen
2017: 1.450 personen
2018: 1.629 personen

Bron: Monitor vrouwelijke hoogleraren 2015-2018

26% van de hoogleraren is vrouw

Slechts 25,7% van alle hoogleraren in Nederland is vrouw. Daarmee loopt Nederland internationaal gezien achter (bron: She Figures, EC). Er komen langzaam meer vrouwelijke hoogleraren in alle wetenschapsgebieden. Zie ook onderstaande figuur.

Een kwart van de bijzonder hoogleraren is vrouw

Naast de hoogleraren die op de loonlijst van de universiteiten staan, kennen de universiteiten ook nog een andere groep hoogleraren: de bijzonder hoogleraren. Zij vormen geen deel van de officiële personeelsformatie, maar worden uit bijzondere bronnen gefinancierd. Vaak zijn dit stakeholders van de universiteit (bedrijven of instellingen) die het voor hun eigen beleid interessant vinden om een leerstoel op een universiteit te financieren. Via de database van Narcis kunnen we de omvang en ontwikkeling van deze groep wetenschappers in beeld brengen vanaf 2013.

Het aantal bijzonder hoogleraren ging van 1.259 in 2013 naar 1.360 in 2016 en 1.104 in 2020. Het aantal mannelijke bijzonder hoogleraren daalt, het aantal vrouwelijke bijzonder hoogleraren ligt sinds 2016 ongeveer constant, namelijk rond de 280. Het percentage vrouwelijke bijzonder hoogleraren is 25,1% in 2020. Dat is iets hoger dan het percentage vrouwelijke 'gewoon' hoogleraren. Zie ook de onderstaande figuur.

We kunnen ook wat zeggen over de wetenschapsgebieden waarin de bijzonder hoogleraren werken. Al kan dezelfde bijzonder hoogleraar in Narcis onder meerdere gebieden vallen. De meeste bijzonder hoogleraren zijn er in de Levenswetenschappen en de Geneeskunde en Gezondheidszorg (26%). Daarna volgen Natuurwetenschappen en techniek (15%). Sommige hoogleraren zijn dubbel geteld. De meeste vrouwen zijn er bij Gedragswetenschappen en onderwijskunde (42%) en bij de Sociale wetenschappen (33%).

Arbeidsmarkt voor hoogleraren: dynamischer dan gedacht

Hoogleraar is de hoogste wetenschappelijke functie aan de universiteit. Het is voor een deel van de hoogleraren dan ook de eindfunctie voorafgaand aan pensionering. De arbeidsmarkt van de hoogleraren is echter dynamischer dan het lijkt. Dat blijkt onder andere uit de volgende cijfers:

  • Er zijn jaarlijks forse aantallen hoogleraren die komen of vertrekken: iedere 7 jaar is de helft van alle hooglerarenposten ingevuld door anderen.
  • Nieuwe hoogleraren komen voor 63% vanuit andere functies binnen de Nederlandse universiteiten terwijl 37% instroomt van buiten de Nederlandse universiteiten.
  • Vertrekkende hoogleraren gaan voor ongeveer een kwart weg vanwege pensionering en een kwart vervult een andere positie binnen de universiteiten zoals een andere leerstoel of een managementfunctie.
  • Ruim de helft vertrekt naar een positie buiten de Nederlandse universitaire wereld. Voor hen is het hoogleraarschap geen eindfunctie maar een tussenfunctie in de loopbaan.
     

Werkdruk

In de academische wereld zijn veel klachten over de toegenomen werkdruk, ook onder hoogleraren. Systematisch onderzoek naar de werkdruk over de volle breedte van alle universiteiten en vakgebieden in Nederland is er niet.

In 2017 heeft het Rathenau Instituut wel onderzoek gedaan naar de drijfveren van onderzoekers en hun tijdsbesteding. Daaruit blijkt dat hoogleraren 22% van hun tijd besteden aan managementtaken, 9% aan acquisitie, 28% aan onderwijs, 20% aan het begeleiden van onderzoekers en 17% het aan zelf uitvoeren van onderzoek. Ze zouden het liefst minder managementtaken hebben en meer onderzoek verrichten.

Verder zijn er indicatoren die wijzen op een toegenomen werklast. Zo steeg in de periode 2003-2016 het aantal promoties met 86%. Ook steeg het aantal masterdiploma’s met 57% (CBS-cijfers). Het aantal hoogleraren nam toe met 16% (VSNU/ WOPI cijfers, exclusief umc's). Dus per hoogleraar zijn er meer promoties en meer masterstudenten.

Ook steeg het aantal wetenschappelijke publicaties (van alle wetenschappers tezamen) van 20.000 in 2004 naar 33.000 in 2013 (+65%). Daarbij is de acquisitiedruk om geld in competitie te verwerven ook gestegen. Zo zijn voor een aantal vakgebieden en beurstypen de slaagkansen voor het binnenhalen van subsidies via de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) of Horizon 2020 onder de 20%.

Bronnen

VSNU: WOPI-data.

Landelijk netwerk vrouwelijke hoogleraren: Monitor vrouwelijke hoogleraren 2012, 2015 - 2019.

European Commission: She figures 2015 gender in research and innovation.

I. Robeyns. Waarom een lagere werkdruk zo belangrijk is. DUB opinie maart 2015

Rathenau Instituut (2018). Drijfveren van onderzoekers - Goed onderzoek staat nog steeds voorop. Den Haag (auteurs: Koens, L., R. Hofman & J. de Jonge

DANS (2018) National Academic Research and Collaborations Information System - NARCIS 2013-2019

CBS Statline, WO gediplomeerden Master en Doctoraal