calendar tag arrow download print
Doorgaan naar inhoud

Onze buitenlandse partners (6): De Finse Commissie voor de toekomst

Artikel
Over Rathenau
26 januari 2022
EPTA-voorzitterschap

De Commissie voor de toekomst is onderdeel van het Finse Parlement (foto: Flickr)

Image
De grote vergaderzaal van het Finse parlement in Helsinki

Het Rathenau Instituut is al 35 jaar uniek in Nederland. Wereldwijd bestaan er ruim 20 soortgelijke instituten die volksvertegenwoordigers en burgers adviseren over de mogelijke gevolgen van technologische ontwikkelingen voor de samenleving. In het netwerk van het European Parliamentary Technology Assessment werken ze samen en proberen ze van elkaar te leren. Omdat Nederland in 2021 EPTA-voorzitter was, publiceerden we een serie artikelen om met een aantal van hen kennis te maken. In deze laatste aflevering: Maria Höyssä van de Finse Commissie voor de toekomst.

In het kort:

  • De Finse 'zusterinstelling' van het Rathenau Instituut is een vaste commissie van het parlement.
  • De commissie reageert op de toekomstverkenning die elke regering in Finland moet uitbrengen.

Maria Höyssä heeft een volle agenda en het is niet zo eenvoudig om een afspraak met haar te maken. Samen met een collega verzorgt ze de inhoudelijke ondersteuning van de Commissie van de toekomst. De commissie is niet zoals het Rathenau Instituut een onafhankelijke instelling, maar een vaste commissies van het Finse parlement. Zo’n 30 jaar geleden werd ze opgericht om zich bezig te houden met de ontwikkeling van Finland op de lange termijn. Alle 17 leden zijn parlementariër.

Wat is het belangrijkste waarmee uw commissie zich nu bezighoudt?

Volgende maand publiceert onze regering haar nieuwe toekomstverkenning. Het parlement heeft begin jaren negentig bepaald dat de regering in elke zittingsperiode een rapport moet uitbrengen over de langetermijnontwikkeling van ons land. De commissie reageert daar dan op via een eigen rapport met aanbevelingen en resoluties. Die resoluties zijn het machtigste wapen van de commissie omdat de regering ze moet opvolgen. Daarnaast maakt de commissie een rapport over kunstmatige intelligentie dat bijna klaar is. Dat is een eigen initiatief. De commissie heeft vorig jaar vijftien deskundigen van universiteiten en andere instellingen gevraagd om ieder een kort artikel te schrijven over een onderdeel van AI of een bepaalde toepassing daarvan. Dat gaat van de gezondheidszorg tot deepfakes en autonome robots. Die artikelen moeten voor leken begrijpelijk zijn.

Voor wie is zo’n rapport dan bedoeld?

Het belangrijkste doel is het informeren van de commissieleden zelf. De meeste rapporten die we uitbrengen, hebben een voorwoord dat alle commissieleden ondertekenen. Dat zorgt ervoor dat ze zich eraan gecommitteerd voelen. De inhoud gebruiken ze vaak ook weer als ze zelf naar buiten treden, bijvoorbeeld via sociale media. Commissieleden kunnen de kennis uit zo’n rapport gebruiken bij het maken van hun reactie op de toekomstverkenning van de regering, of in de andere parlementaire commissies waarin ze actief zijn, in deze of misschien een volgende zittingsperiode. Toen we vorig jaar aan het rapport over AI werkten, presenteerde de Europese Commissie in Brussel vijf voorstellen over AI. De commissie in ons parlement die zich met Europese Zaken bezighoudt, vroeg ons standpunt hierover. Dat deden ze ook toen de EU met een plan kwam voor het versterken van de strategische toekomstverkenningen. Ze hebben er kennis van genomen, hebben het vertaald en naar Brussel gestuurd. Ook de commissies voor onderwijs en cultuur, en die voor transport en communicatie behandelen regelmatig onderwerpen waarvoor ze standpunten gebruiken van de Commissie voor de toekomst.

Het is belangrijk dat parlementen voldoende aandacht hebben voor langetermijnontwikkelingen.

Is uw commissie invloedrijk?

Ik heb het gevoel dat het gewicht van de commissie de laatste jaren is toegenomen. Dat komt denk ik ook doordat ze in de vorige zittingstermijn heeft gezegd dat het kabinet zijn toekomstverkenningen meer moet baseren op de verkenningen die de afzonderlijke ministeries maken. Daardoor krijg je een meer integrale visie dan wanneer die verkenning alleen wordt gemaakt door het bureau van de premier, zoals daarvoor gebeurde.

Wat kan Nederland leren van Finland?

Politici zijn vaak geneigd om niet veel verder te kijken dan de volgende verkiezingen. Het is belangrijk dat parlementen voldoende aandacht hebben voor langetermijnontwikkelingen. Dat dreigt op dit moment ook weer wat onder te sneeuwen omdat er veel aandacht gaat naar het bestrijden van de pandemie. Ik zal zeker niet zeggen dat een aparte parlementaire commissie voor de toekomst de enige manier is. Waaraan wij in onze commissie ruim aandacht besteden, is het inschakelen van deskundigen. We houden veel hoorzittingen. Natuurlijk met de ministers en de instellingen die de regering adviseren, maar ook met onafhankelijke deskundigen. Ik weet niet in hoeverre het Nederlandse parlement dat ook doet, maar voor ons levert het veel op.

Wat kunnen jullie van Nederland leren?

Ons werk is vooral gericht op het ondersteunen van de besluitvorming in het parlement. Het Rathenau Instituut doet dat ook, maar richt zich daarnaast ook op het organiseren van het publieke debat over technologische ontwikkelingen. Dat is natuurlijk ook vreselijk belangrijk, maar met onze kleine staf komen we daar eigenlijk niet aan toe.

Gerelateerde content: