calendar tag arrow download print
Image
Tekening van een lerares die via een beeldscherm naar haar leerling kijkt
artikel
07 december 2020

Leren digitaliseren (4): Houd maat met lesgeven op afstand

Blogserie Onderwijs corona
Illustratie: Max Kisman
De coronapandemie dwong scholen dit voorjaar om hun deuren een aantal maanden te sluiten. Digitale middelen zorgden ervoor dat docenten toch les konden blijven geven, maar dan op afstand. Het Rathenau Instituut haalde via een enquête ervaringen op met afstandsonderwijs. De inzichten die dat heeft opgeleverd, blijken waardevol voor al het onderwijs dat in de toekomst via digitale middelen wordt gegeven.

In het kort:

  • De online leersituatie maakt aanpassingen aan lessen en toetsen noodzakelijk.
  • Respondenten wijzen op zowel positieve als negatieve effecten van leren op afstand.
  • De ideale mix tussen online en offline onderwijs moet nog gevonden worden.

Het Rathenau Instituut heeft via een online-enquête ervaringen opgehaald met het afstandsonderwijs dat dit voorjaar gegeven werd. Respondenten waren docenten, van de basisschool tot en met de universiteit, en enkele ouders van leerlingen. De circa 100 reacties geven een waardevolle eerste indruk van het effect van leren op afstand op zowel het lesgeven als de leerprestaties. In deze blog lichten we de belangrijkste bevindingen er uit. We verbinden ze aan andere onderzoeken die onlangs naar afstandsonderwijs zijn gedaan.

Focus op kennisoverdracht

Didactiek is bij afstandsonderwijs extra belangrijk geworden. Lesgeven op afstand dwingt docenten namelijk om de lessen heel gestructureerd aan te pakken en al het leeraanbod expliciet te maken. Non-verbale communicatie of terloopse opmerkingen werken online niet. Elke stap moet opnieuw doordacht worden op de manier hoe die overkomt als de leerling thuis zit. Dat heroverwegen van wat er echt toe doet, heeft het onderwijs van sommige docenten efficiënter gemaakt.

Ook het onderling contact is veel doelgerichter dan in de klas. Er is minder afleiding doordat leerlingen bijvoorbeeld niet door elkaar praten en de focus op kennisoverdracht is sterker. Dat maakt het onderwijs wel intensiever. Sommige scholen hebben daarom de lesduur verkort. Een basisschool in Utrecht werkte met vaste chaosmomenten waarop de leerlingen even ‘los’ mochten gaan.

Ook toetsing en tentaminering moesten worden aangepast aan de online situatie. Een leerling die thuis zit, is minder goed te controleren op spieken en andere vormen van fraude. Universiteiten hebben dat met zogenaamde proctoring software wel geprobeerd, maar dat leidde zowel in Nederland als in het buitenland tot privacyzorgen. Op veel plaatsen is nagedacht over alternatieven voor het schriftelijke proefwerk of tentamen.

Onderwijsvernieuwing

Het lesgeven op afstand is natuurlijk gestart als noodverband, om er nog het beste van te maken. Opvallend genoeg worden er toch aardig wat positieve effecten van gemeld. Docenten geven aan dat ze het leuk vinden om met onderwijsvernieuwing bezig te zijn en om zich digitale vaardigheden eigen te maken. Ze wijzen op nieuwe mogelijkheden om het lesaanbod te differentiëren en tijd in individuele feedback te steken. Docenten die nog niet met digitale leerlingvolgsystemen hadden gewerkt, prijzen het inzicht dat ze daarmee krijgen in de studievoortgang, onder meer doordat het verwerken van opdrachten digitaal veel makkelijker gaat.

Om een aantal redenen leidt afstandsonderwijs tot betere kennisoverdracht. Sommige leerlingen zijn opgebloeid aan de keukentafel. Ze zijn beter gaan presteren doordat ze zich beter kunnen concentreren omdat er minder afleiding is, door hulp van ouders of doordat ze meer vragen durven stellen, als ze dat in de klas niet durfden. Ook de extra structuur die de online lessen hebben, is voor sommige leerlingen een voordeel.

Een ander veelgenoemd voordeel is de tijd- en plaatsongebondenheid van online onderwijs. Docenten rapporteren tijdwinst door effectiever online vergaderen, minder bezig hoeven zijn met orde houden en het wegvallen van reistijd, al miste een lerares uit Groningen wel haar dagelijkse fietstochtje van huis naar school. Leerlingen kunnen meer in eigen tempo werken en de zelfstandigheid die zij krijgen, werkt goed voor sommigen. Nuttig daarbij zijn de opgenomen lessen en colleges die op elk gewenst tijdstip kunnen worden bekeken en eventueel herhaald. Tenslotte geeft afstandsonderwijs zieke of immobiele leerlingen de mogelijkheid om toch mee te blijven doen.

Sociale cohesie

Respondenten geven in meerderheid aan dat het gebrek aan sociale interactie het grootste probleem is bij lesgeven op afstand. Alleen zenden van informatie kost energie. Door de beperkte weerklank kunnen docenten onvoldoende waarnemen of hun boodschap echt is aangekomen. Ook een groep enthousiasmeren is een stuk moeilijker. Een hoogleraar uit Leiden merkte bijvoorbeeld dat zijn grappen online niet zo goed werkten.

Verder neemt de sociale cohesie in de klas af. Leerlingen voelen zich minder betrokken en leren minder van elkaar. Groepsopdrachten zijn ook online technisch mogelijk maar niet met behoud van leskwaliteit. Een groepsdiscussie komt online bijvoorbeeld moeilijk op gang.

De eerdergenoemde verbetering in kennisoverdracht blijkt trouwens lang niet voor alle leerlingen en studenten op te gaan. Thuis leren vraagt een mate van zelfwerkzaamheid die voor leerlingen in het lager, middelbaar en mbo-onderwijs veelal nog tekort schiet. Daar komt bij dat sommige leerlingen de camera uitzetten om moeilijke confrontaties te ontlopen waar ze juist van zouden kunnen leren.

Thuissituatie

Een groep leerlingen is zelfs helemaal van de radar verdwenen. Het zicht op studenten in het hoger onderwijs, waar de controle op aanwezigheid al minder sterk was, nam over de hele linie af. Het zijn met name de zwakkere leerlingen en leerlingen met een beperking of stoornis, zoals ADHD, die in problemen komen.

De thuissituatie blijkt een bepalende factor. Lang niet elke thuisomgeving is stimulerend voor leren. Vooral bij families uit een lager sociaaleconomisch milieu of met een migratieachtergrond zijn ouders minder betrokken, is er meer afleiding en ontstaan leerachterstanden. Dat is niet alleen in het lager en middelbaar onderwijs. Het hoger onderwijs laat hetzelfde effect zien. Toename in sociale ongelijkheid dreigt ook doordat er grote verschillen bestaan in toegang tot goed werkende soft- en hardware. Dat verschilt niet alleen per thuissituatie maar ook per school. Het onderwijs dreigt hierdoor zijn rol als sociale gelijkmaker te verliezen. Het kabinet trok onlangs 3 miljoen uit voor de aanschaf van tablets op lagere scholen maar uit analyses blijkt dat er een veel grotere structurele investering nodig is.

Ook bij het enthousiasme om met onderwijsvernieuwing bezig te zijn, moet een kanttekening worden geplaatst. Docenten geven aan dat het maken van nieuwe lessen hun veel tijd kost die alle andere tijdwinst teniet doet. Veel leerkrachten waren ook slecht voorbereid op de transitie naar lesgeven op afstand. De toegenomen werkdruk kan natuurlijk wel weer afnemen naarmate er meer gewenning met onderwijs op afstand ontstaat.

Zorgelijker is misschien dat sommige docenten digitaal onderwijs als een keurslijf ervaren. Ze kunnen minder flexibel met de leerstof omgaan en voelen zich afhankelijk van de digitale voortgangsmonitor. Toename in schermtijd is niet alleen een probleem voor leerlingen maar evengoed voor leerkrachten. Enkelen geven aan dat ze zullen afhaken als deze ‘mechanisering van het onderwijs’ in de toekomst doorzet. De waardering van het beroep van leraar is al een tijd aan erosie onderhevig. Ook digitalisering kan aanvoelen als een gebrek aan erkenning voor het belang van de leerkracht.

Ideale mix

Een enkele uitzondering daargelaten geven respondenten aan verder te willen met digitaal onderwijs vanwege bovengenoemde positieve ervaringen: nuttige innovatieve lesmogelijkheden, leerwinst en de voordelen van tijd -en plaatsongebondenheid. Het is echter ook duidelijk geworden dat sociale interactie onontbeerlijk is voor goed onderwijs. Ook zijn de verbetering van kennisoverdracht en de voordelen van digitale onderwijsvernieuwing lang niet in alle gevallen evident. Daarnaast wil niemand de hele dag achter het scherm zitten.

De uitdaging is dus om effectieve combinaties te vinden tussen leren op afstand en leren in de klas. Welke onderwijsonderdelen lenen zich goed voor online onderwijs en in welke vorm? Hoe houden we digitaal onderwijs inclusief? Kan de leerwinst met afstandsonderwijs misschien ook in de klas worden geboekt?

Het is zaak om van elkaar te leren en zoveel mogelijk ervaringen uit te wisselen, bijvoorbeeld door het opzetten van een databank met goed online instructiemateriaal. Digitale lesmogelijkheden boden een noodoplossing tijdens de coronacrisis. Op langere termijn gaat het om de vraag hoe de inzet van digitale middelen structureel kan bijdragen tot verbetering van de onderwijskwaliteit.

Leren digitaliseren (4)

2020 kan wel eens de geschiedenis ingaan als het jaar waarin het onderwijs onherkenbaar veranderde. De digitalisering die de afgelopen jaren sluipenderwijs voortschreed, maakte een reuzensprong. Gedwongen door een klein virus volgden miljoenen leerlingen hun lessen thuis vanachter de computer. Maar wat betekent digitalisering voor de onderwijskwaliteit? En wat is de impact op kernwaarden als autonomie, rechtvaardigheid en menselijkheid? Welke zeggenschap hebben scholen, leerlingen en hun ouders over de kant die het onderwijs met digitalisering op gaat? En hoe draagt deze ontwikkeling eraan bij dat scholieren en studenten zich ontwikkelen tot de burgers waaraan een democratische samenleving behoefte heeft? Via praktijkvoorbeelden zoeken we in de blogserie Leren digitaliseren naar een antwoord op deze vragen.

Andere publicaties in de reeks 'Leren digitaliseren':

Gerelateerde content: