• U moet ingelogd zijn om onderwerpen te kunnen volgen.

    Log-in als u al een account heeft of maak een gratis account aan.

Overheidssteun voor R&D, in % van het BBP (internationaal)

De indicator laat voor een aantal landen het relatieve aandeel zien van de (directe en indirecte) overheidssteun voor R&D in de economie.

Directe overheidssteun voor R&D, in % van het BBP, 2015

Gegevens: Download als csv bestand
Bron: EUROSTAT
Notities: De indicator is gebaseerd op cijfers van de overheidsbudgetten voor R&D (en niet op basis van gegevens van de uitvoerders van R&D). Internationaal zijn de cijfers bekend onder de noemer GBARD (Government Budget Allocations for R&D). De figuur bevat de EU-15 landen, aangevuld met Zwitserland, Noorwegen en IJsland. De cijfers voor Luxemburg, IJsland en Zwitserland betreffen 2014 in plaats van 2015.

Directe en indirecte overheidssteun voor R&D, in % van het BBP, 2014

Gegevens: Download als csv bestand
Bron: EUROSTAT (directe steun); OESO DataBrief MSTI 2017 (indirecte steun)
Notities: De indicator is gebaseerd op cijfers van de overheidsbudgetten voor R&D (en niet op basis van gegevens van de uitvoerders van R&D). De figuur bevat de EU-15 landen, aangevuld met Zwitserland, Noorwegen en IJsland. Frankrijk en Italië: 2013, België en Zwitserland: 2012

Directe en indirecte overheidssteun voor R&D van bedrijven, als % van het BBP, 2014

Gegevens: Download als csv bestand
Bron: OESO (DataBrief MSTI 2017)
Notities: a) De cijfers over de directe overheidssteun zijn gebaseerd op enquêtes bij bedrijven, waarbij gevraagd is naar de financieringsbron, de cijfers over de indirecte (fiscale) steun zijn afkomstig van een OESO-enquête bij de lidstaten en gebaseerd op overheidsgegevens. b) Frankrijk, en Italië: 2013; België en Zwitserland: 2012.


Inhoudelijke toelichting
Als we alleen kijken naar de directe overheidssteun voor R&D (de bovenste figuur), dan zien we dat Nederland zich in de middenmoot bevindt van de landen. Overheden in negen landen (waaronder de Scandinavische landen en landen als Zwitserland, Duitsland en Oostenrijk) geven meer uit aan directe steun dan Nederland. Wel heeft Nederland een positie boven die van het EU-28 gemiddelde (0,74% tegenover 0,64%). De Nederlandse overheid geeft meer uit dan acht Europese landen in de figuur. Uit het achterligende bestand blijkt dat in de periode 2000-2010 het BBP-% bij veel landen toeneemt, terwijl in de periode 2010-2015 dat bij veel landen weer afneemt. Dit is ook te zien aan het gemiddelde van de EU-28 dat stijgt tussen 2000 en 2010 van 0,69% tot 0,75% en vervolgens daalt tot 0,64% in 2015. Voor Nederland zijn deze percentages resp. 0,76, 0,77 en 0,74.

De middelste figuur laat zien dat Nederland meer aan indirecte (fiscale) overheidssteun doet dan de meeste andere landen. Er bestaan grote verschillen tussen de landen in de omvang van het fiscale instrumentarium. In 2014 liep de fiscale steun als percentage van het BBP uiteen van geen fiscale steun voor landen als Duitsland, Zwitserland en Zweden tot 0,29 procent van het BBP voor Ierland. Het percentage voor Nederland was 0,15. Als we beide vormen van steun samen nemen dan zien we dat er zeven landen zijn waar de overheidssteun hoger is dan in Nederland.

De onderste figuur zoomt in op de overheidssteun van R&D van bedrijven, die bestaat uit directe financiële steun en indirecte fiscale steun. De figuur laat zien dat:

  • er een grote variatie is in de omvang van de overheidssteun voor bedrijven, met Nederland in de middenmoot;
  • ook het aandeel fiscale steun steun varieert, waarbij het aandeel in Nederland met 88% het hoogste is van alle landen in de figuur.

Meer informatie over fiscale instrumenten in internationaal perspectief is te vinden op het Innovation Policy Platform van de OESO: www.innovationpolicyplatform.org/document/rd-tax-incentives-rationale-design-evaluation.

Definities
R&D
BBP

Meer cijfers
Download het excelbestand voor cijfers over de directe overheidssteun voor R&D vanaf 2000