calendar tag arrow download print
Doorgaan naar inhoud

Private non-profit financiering van onderzoek in Nederland

datapublicatie
20 oktober 2021
gezondheidsfondsen Goede doelen financiering
Naast bedrijven en de overheid financiert ook de private non-profit sector (PNP) onderzoek. Private non-profit (PNP) fondsen zijn voornamelijk liefdadigheidsinstellingen die fondsen werven. We zetten op een rij hoeveel zij uitgeven aan Research & Development (R&D) en onderzoek.

In het kort

  • PNP-fondsen financieren ongeveer 2,5% van het wetenschappelijk onderzoek in Nederland.
  • Dat komt neer op zo’n 370 miljoen euro per jaar.
  • Van de totale uitgaven aan onderzoek door de PNP-sector betalen gezondheidsfondsen bijna de helft.

R&D uitgaven en de PNP-sector

R&D in Nederland wordt gefinancierd door bedrijven, de overheid en de PNP-sector. De afgelopen tien jaar financierden PNP-fondsen gemiddeld €370 miljoen per jaar aan onderzoek. Dat komt neer op ongeveer 2,5% van de totale uitgaven aan wetenschappelijk onderzoek in Nederland.
 

Verschillen per uitvoerende sector

In de hoger onderwijssector speelt financiering door de PNP-sector (6,7%) een belangrijkere rol dan bij onderzoeksinstellingen (1,1%) en bedrijven (0,8%) (cijfers uit het jaar 2019).
 

facts and figures

7% van de R&D in hoger onderwijs wordt gefinancierd door de PNP-sector

1% bij onderzoeksinstellingen

0,8% bij bedrijven

Gezondheidsfondsen grootste financier

De grootste bijdrage voor wetenschappelijk onderzoek in de PNP-sector komt van de gezondheidsfondsen.

Globaal beeld
Over de periode 2009-2019 zien we een stijging in de onderzoeksuitgaven van de gezondheidsfondsen, met daarin een aantal fluctuaties. Deze fluctuaties worden veelal veroorzaakt door veranderingen in de onderzoeksuitgaven van KWF kankerbestrijding en leggen we hieronder uit. Bij de andere fondsen zijn kleine schommelingen te zien in hun uitgaven aan onderzoek.

In 2020 geven de gezondheidsfondsen beduidend minder uit aan onderzoek: 123 miljoen euro. Ook hier is KWF kankerbestrijding bepalend. Waar in 2009-2019 gemiddend 68% van de uitgaven van dit fonds naar onderzoek gingen, is dat in 2020 53%. Dit is het gevolg van de coronapandemie, waardoor er minder mogelijkheden waren om wetenschappelijk onderzoek uit te voeren. De onderzoeksuitgaven van de overige gezondheidsfondsen daalden van 81 miljoen euro in 2019 naar 70 miljoen euro in 2020 - een daling van 13%. De totale uitgaven van deze groep (excl. KWF) daalden met 20%. 

Uitgaven gezondheidsfondsen aan onderzoek lopen uiteen
De meeste gezondheidsfondsen besteden 1/3 tot de helft van hun beschikbare middelen aan onderzoek. In 2020 gaf de Nederlandse Cystic Fibrose Stichting het hoogste percentage uit aan onderzoek: 58%. Ook het KWF (53%), Stichting ALS (precieze percentage onduidelijk) en de Stichting MS Research (55%) geven een relatief groot deel van hun middelen uit aan onderzoek.

Handicap NL en MIND financierden de afgelopen jaren geen onderzoek. Ook bij het Tuberculosefonds (6%) en Aids fonds (2%) wordt minder uitgegeven aan onderzoek.

In absolute uitgaven is KWF, met 53 miljoen euro, veruit de grootste. Bijna alle andere gezondheidsfondsen besteedden in 2020 minder dan 10 miljoen euro aan onderzoek. Naast KWF is de Nederlandse hartstichting (21,2 miljoen euro) de enige uitzondering.

KWF verklaart de meeste schommelingen in onderzoeksuitgaven
Als grote onderzoeksfinancier hebben de uitgaven van KWF veel invloed op de financiële trend weergegeven in figuur 2. Zo werd in 2014 een grote besteding gedaan van 21,3 miljoen euro aan onderzoeksprojecten uit het Alpe d’HuZes/ KWF-fonds. Deze stond in eerste instantie begroot voor 2013. Dit verklaart voor een belangrijk deel de stijging van de onderzoeksuitgaven in 2014 en de daling in 2015. 

Ook de ontwikkelingen tussen 2017 en 2020 worden voor een groot deel verklaard door KWF. In 2019 stijgen de onderzoeksuitgaven met 66,7 miljoen euro (36%). Dit wordt veroorzaakt doordat een meerjarencontract van KWF met het NKI (Nederlands Kanker Instituut), waarvoor alle uitgaven in het jaar van afsluiten moeten worden opgenomen.