calendar tag arrow download print
Image
factsheet
16 januari 2018

De hoogleraar

De factsheet bevat een beknopt overzicht met informatie over de rol van de hoogleraar, de verhouding tussen het aantal mannelijke en vrouwelijke hoogleraren en een korte beschrijving van de arbeidsmarkt.

Hoogleraar is de hoogste wetenschappelijke functie aan de universiteiten. In Nederland zijn in totaal 4.653 (in personen, peildatum 2016) hoogleraren in dienst van universiteiten en universitair medische centra. In deze factsheet geven we een beknopt overzicht van het werk van de hoogleraar, de verhouding tussen het aantal mannelijke en vrouwelijke hoogleraren en een korte beschrijving van de arbeidsmarkt.

Daarnaast zijn er nog 1.314 bijzonder hoogleraren werkzaam (personen, peildatum 2017); zij die een leerstoel aan een universiteit bekleden maar feitelijk worden gefinancierd door bedrijven of maatschappelijke instellingen. Ook deze groep wordt hieronder kort beschreven.

Taken en functies

De hoogleraar is verantwoordelijk voor de ontwikkeling van onderwijs, onderzoek en valorisatie in een specifiek bij zijn of haar benoeming genoemd vakgebied. Dit houdt in dat hoogleraren onderzoek doen (en daarover publiceren), onderwijs geven, aan de valorisatie van hun inzichten werken en managementtaken uitvoeren. Een hoogleraar treedt daarnaast op als promotor en begeleidt promovendi in hun promotieonderzoek.

In 2014 is in de publicatie “Drijfveren van onderzoekers” onderzoek gedaan naar de tijdsbesteding van academici. Daaruit blijkt dat hoogleraren zelf beperkingen in tijd zien om onderzoek doen (18% van hun tijd) en iets meer tijd besteden aan het begeleiden van onderzoek (21%). In totaal is dat vergelijkbaar met de tijdsbesteding van universitair (hoofd)docenten met dien verstande dat bij hoofdocenten en docenten een groter accent op het zelf uitvoeren van onderzoek ligt. Aan onderwijs besteden ze 27% van hun tijd, wat minder is dan bij hoofddocenten (34%) en docenten (42%). Hoogleraren besteden 18% van hun tijd aan managementtaken en 9% aan acquisitietaken (van alle groepen het meest). Gevraagd naar hun wensen inzake tijdsbesteding gaat de voorkeur duidelijk uit naar minder management en onderwijs om meer onderzoek te kunnen doen.

In de academische wereld zijn veel klachten over de toegenomen werkdruk, ook onder hoogleraren. Systematisch onderzoek naar de werkdruk over de volle breedte van alle universiteiten en vakgebieden in Nederland is er niet. Wel zijn er indicatoren die wijzen op een toegenomen werklast.

Zo is in de periode 2003-2016 het aantal promoties met 86% gestegen en is het aantal masterdiploma’s met 57% gestegen (CBS-cijfers), terwijl het aantal hoogleraren toenam met 16% (VSNU / WOPI cijfers, exclusief UMC's). Ook is het aantal wetenschappelijke publicaties (van alle wetenschappers tezamen) van 20.000 in 2004 naar 33.000 in 2013 gestegen (+65%) en is de acquisitiedruk om geld in competitie te verwerven ook gestegen. Voor een aantal vakgebieden en beurstypen worden slaagkansen voor het binnenhalen van subsidies via NWO of H2020 gerapporteerd die onder de 20% liggen.

Aantal vrouwelijke en mannelijke hoogleraren

In totaal zijn er dus 4.653 aangestelde hoogleraren aan universiteiten en universitair medische centra. Het aantal hoogleraren vertoont een lichte jaarlijkse stijging. Uitgesplitst naar gebieden  (exclusief het gebied "gezondheid") ziet het beeld er als volgt uit.


Het Nederlandse universitaire systeem kenmerkt zich door relatief weinig vrouwelijke hoogleraren; net geen 20% van alle hoogleraren. Ook internationaal vergeleken laten de cijfers zien dat Nederland aan de onderkant zit (She-figures, EC). In andere landen zien we een langzame groei van het aandeel vrouwelijke hoogleraren. Dat gebeurt in Nederland ook. In de onderstaande figuur is de ontwikkeling van het aandeel vrouwen per sector te zien. Duidelijk is dat over het afgelopen decennium het aandeel vrouwen vrijwel overal is gestegen. Bij de landbouwwetenschappen zien we vanaf 2014 een sterke toename in het aandeel vrouwen.

Bijzonder hoogleraren

Naast de hoogleraren die op de loonlijst van de universiteiten staan kennen de universiteiten ook nog een andere groep hoogleraren; de bijzonder hoogleraren. Zij vormen geen deel van de officiële personeelsformatie maar worden uit bijzondere bronnen gefinancierd. Vaak zijn dit stakeholders van de universiteit (bedrijven of instellingen) die het voor hun eigen beleid interessant vinden om een leerstoel op een universiteit te financieren. Via de database van Narcis zijn we in staat gesteld om de omvang en ontwikkeling van deze groep wetenschappers in beeld te brengen.

Er zijn cijfers geanalyseerd over de ontwikkeling van de aantallen in de afgelopen vijf jaren: 2013-2017.


De aantallen bijzonder hoogleraren zijn de afgelopen jaren licht gestegen, maar in 2017 zien we een lichte daling, met name in het aantal mannelijke bijzonder hoogleraren. Het aandeel vrouwelijke bijzonder hoogleraren bevindt zich iets boven dat van de “gewone” hoogleraren op 21%. Ondanks een afname in 2017, is het meest voorkomende wetenschapsdomein onder de bijzonder hoogleraren Levenswetenschappen, geneeskunde en gezondheidszorg (38%), gevolgd door Natuurwetenschappen & Techniek (14%). Gedragswetenschappen en Onderwijskunde (39%), de Sociale Wetenschappen (28%) en Geesteswetenschappen (25%) kennen een relatief groot aandeel vrouwelijke hoogleraren.

Arbeidsmarkt voor hoogleraren

Hoogleraar is de hoogste wetenschappelijke functie aan de universiteit. Het is voor een deel van de hoogleraren dan ook de eindfunctie voorafgaand aan pensionering. Maar de arbeidsmarkt van de hoogleraren is echter veel dynamischer dan dat. Allereerst zijn er jaarlijks forse aantallen hoogleraren die komen of vertrekken: iedere 7 jaar is de helft van alle hooglerarenposten ingevuld door anderen.

De nieuwe hoogleraren komen voor 63% uit andere functies binnen de Nederlandse universiteiten terwijl 37% instroomt van buiten de Nederlandse universiteiten. Vertrekkende hoogleraren gaan voor ongeveer een kwart weg vanwege pensionering, een ongeveer gelijk deel gaat naar een andere positie binnen de universiteiten  zoals een andere leerstoel of een managementfunctie). Ruim de helft vertrekt naar een positie buiten de Nederlandse universitaire wereld. Voor hen is het hoogleraarschap geen eindfunctie maar een tussenfunctie in de loopbaan.

Bronnen

Foto: EyeEm Mobile GmbH/Hollandse Hoogte